Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26]

 

15 FEBRUARY 1778

15  gepasseerde nagt iets koelder, desen morgen betrokken donder lugt, weinig z: wind. door den dag stil en seer warm ging na de keurbooms riviers mond, dog kon om het welsand niet passeren. ging op een hoogte, en zag een groot rif klippen in de baay niet ver van strand aan de oost zyde keurbooms rivier, tussen de uitschietende punt en de mond; het was toen laag water. zag twe troppen buffels in een vlakte weiden, van 2 a 300 stuks ieder, en een baviaan dewelke de grootste was die ooit gesien heb, dagt eerst dat het een mensch was, hy stond ver in de laagte op zyn agterpoten na my te kyken, waarna hy een schreew gaf en wegliep. met den avond keerde by kreitsinger te rug.

 

16 FEBRUARY 1778

16  betrokken donderlugt stil, iets z:o: door den dag. vertrok eerst een half uur z: aan tot op de hoogte, daarna door een grote gras vlakte met grote bossen omgeven, twe uren west, tot aan een bos in een cloof de poort genaamd, hier by ontspringt de witte drift die by kretsinger voorby by keurboomsriviersmond in deselve loopt. ging over grote hoogtens en diepe cloven met vele draayen, en quam na omtrent drie uren meest z:w:, aan neisenas mond, op de plaats van stefanus terblanche. ging na neisenasmond aan strand dat oost en west strekte, hoog en krantsig, so dat maar op een kleine plaats aan strand kon komen. dese rivier, die uit het n:w: uit outeniquas gebergte met vele draayen komt, is hier zeer breed, en het ty gaat sterk tot anderhalf uur de rivier op en maakt het water sout. zy loopt door een poort een hondert passen breedt, en zeer steil in zee, het was laag water, en zag de rolling om de drie a vier minuten in de poort sterk breken schoon het seer stil weer en even westelyke wind was. zo dat om hier in te komen voor een hoeker zelfs onmogelyk is. de franse capitein die hier in wilde, en het ligt van een der twe huisen die hier omtrent liggen zeide gesien te hebben, moet een ander vuur gesien hebben, also geen der huisen by of omtrent in de gesigts linie staat. peilde en nam een gesigt van de neisenas in het weerom keeren, lag een tamelyke grote gele slang op een

 

bos, terblanch die agter my reed, riep omdat omtrent met myn hand by hem was, daar hy lag te loeren, seer verschrikt een slang, waarop stil houdende vroeg waar, hy my wysende, zag de slang onbeweeglyk na my leggen loeren. wat op zy rydende, schoot hem doodt. dese slangen leggen dus na vogels te loeren, en zyn gevaarlyk als men hen op het lyf komt. desen agtermiddag seer heet, donder in het noorden en weinig z w en z:o: wind. s'avonds sware weerligt sag twe oyevaars.

 

17 FEBRUARY 1778

17  betrokken lugt, [in het n:o:] stil soel weer.

met laag ty omtrent twaalf uren passeerde neisena een groot uur van zee. de rivier is hier diep en omtrent sestig pas breed, by de bergen kreeg mistige regen uit den n:w: passeerde na drie uren distantie over hoogtens en laagtens, de plaats van piet ter blanche, by de koukoma rivier. moest hier een grote steilte af door een bos, en door de rivier, die nog diep nog breed was maar snel liep, waarna weder een grote los sandige hoogte over moest, na twe uren distantie, west aan, passeerde de veeplaats van enen gouw by de ruigte valey, en na een quart uur passeerde de tsauw die vol klippen en tamelyk diep was 50 treden breed, daar na een half uur passeerde de swarte rivier, die weinig klippen dog dieper was, ook omtrent 50 treden breed, dese beide rivieren komen ook als de rest uit diezelve bergen, en formeren hier by zee een groot meer dat meest in zee uitloopt, dog in Juny of July somtyds met sand toeweld, dan moet men hen by de bergen passeren. al die valeyen en monden der rivieren zyn zeer visryk. de regen hield sterk uit den n:w: aan, en nu en dan donderslagen in de bergen. hier moest een grote hoogte over, so dat de wolken digt om my liegen en het zeer bedompt maakten, passeerde na twe uren rydens een klein diep riviertje, dat zeer begon op te swellen, diep rivier genaamt, en quam met schemerligt aan een slegte hut van enen meyer de kleine hoge craal genaamt, zynde doornat. onse cours was van daag west ten noorden, omtrent negen uren distantie, grasveld, hier en daar langs en door bossen, veel vlaktens, dog hier en daar door diepe cloven en hooge ruggens, het terrein, als in dit hele Outeniquas land gemengt de basis klei, dog [digt] na de zeekant meer zand.

 

18 FEBRUARY 1778

18 was iets helderder, nu en dan regenvlagen uit den z:o: tot den middag, daar na klaarder, kon de torrans [rivieren] niet passeren, dus moest hier blyven, het regende gepasseerde nagt hier overal in huis door het dak. zo dat meest den ganschen nagt by een rokend vuur my sat te warmen. reed z:o: aan na strand, en quam na een uur distantie aan de drie valeyen de plaats van enen seld op een paar kogels schoot distantie langs strand leggende, waar in de menschen uit de lange cloof komen vissen, over een quaad wagenpad noord van hier over de bergen de duivels kop of nanni douw genaamt zynde vinger pad. van eenen wedewe bule in de langecloof.

een hoge duin rug scheid die valeyen van strand, sy syn sout, agter de ruigte valey legt de lange en diepe groene valey, die fontein dus vars water heeft zy loopt tot omtrent by koukomas mond. hier aan strand ondervond weer voor het eerst het ongemak en gevaar der duinmollen doordien myn paard hals over kop neerstorte en op myn been viel dog maar even beseerde. reed op de hoogte aan strand alles steil en klippig strekte oost en west, dog vier a vyf uren westelyk schoot het land met een punt z:o: een half uur uit. tegen over de nieuwe houtpost. daar na zag op omtrent agt uren verder het uitspringende land van de mosselbaay. peilde desselfs hoek w:z:w: iets w: en de nadere peilhoekspunt w:t:z: peilde het verdere land buiten mosselbaays punt w:z:w:, dus verliest zig dit land op dese kust met uit haps of baaygewyse. en op lang na so schielyk niet als in de kaarten geset is. dog voorby de mosselbaay ten westen schynt het sterker z:waards aan te lopen. reed te rug het weer bedaard zynde, peilde de keten bergen des outeniquas land, zo ver zien kon aan weerszyden, vonden dat zy oost en west liepen.

 

19 FEBRUARY 1778

19  z:o: weinig, dysig weer. de rivieren afgelopen zynde haaste my om te vertrekken also het weer begon te regenen passeerde verscheide kleine spruiten waarvan eene diep, die in de traca di cou of vrouwedrif lopen en na twe uren distantie, passeerde een laagte door een bos, die rivier

 

die niet diep nog breed maar vol klippen sterk stroomde, even als de anderen cours hield en uit die bergen quam. hier vond veel mica aan de klippen sitten. de hoogte weder op, en al met draayen westwaards door eenige dallen en riviertjes gereden te zyn quam na anderhalf uur by de kaaymans riviers drift, passeerde ook een bos en een grote hoogte af door de rivier, die ook vol klippen en niet diep was, waarna de hoogte op een uur n:w: aan het bos by de keten bergen, op de houtkappers post kwam. hier lagen ses man passeerde na een half uur distantie, de swartgats rivier die ook als de rest was en by kaaymansdrift in deselfde loopt. na een half uur quam op de nieuwaangelegde post, daar niemand, tehuis vond de swarte [gats] rivier gepasseerd synde, was ik buiten de bossen die nogtans ses a agt uren langs de bergen continueren. ook hieuw de regen hier op, de wind even z:o: passeerde al w: aan de hartebeest rivier, by de post desen lopen binnen de eerste punt in zee, quam na door moerasrivier een half uur van de post gepasseert te zyn op de plaats van dirk ubes daar my wat ververste, roelof Camfer legt regt noord van hier in de lange cloof. drie kleine spruiten lopen in dese moerasrivier. na een uur z:w: quam op de plaats van adam bernard, vier spruiten, waaronder kleine en grote palmiet rivier maaken, een groot uur west van hem kliprivier na vier uren distantie z w passeerde grootbrakrivier. die met de zee oploopt passeerde die met laag water. en arriveerde met donker na een uur west op de plaats de rhebokfontein, van de oude terblanch. daar alle gemak en overvloed vond. het terrein alles outeniquas terrein.

 

20 FEBRUARY 1778

20  regen uit den z:o: bleef by ter blanch.

 

21 FEBRUARY 1778

21  schoon weer de wind z:o: slap. vertrok in den agtermiddag z:z:w: aan. passeerde na een klein uur de kleine brak rivier, daar na een half uur de hartebos rivier ook als de vorige outeniquas rivieren lopende, en beeken, dog die met springtyd impassabel worden. arriveerde, na drie en een half uur in de mosselbaay, op de plaats van adam bernard, een half uur van Strand. ging na strand een wandeling doen. het kleine klippige eiland legt een paar kogel schoten van strand. het strand is sandig en vlak met lage sand duinen, aan dese syde [noord]

 

beset. het terrein omtrent de mosselbaay is meer klei met struiken en veel aloes.

 

22 FEBRUARY 1778

22  betrokke lugt weste wind. peilde en tekende de baay vond de Derde beste van dese kust, so ver geweest was uitgenomen baay fals, de westhoek is hoog en een ander half a twe uur lang, is ook wel klippig, dog heeft twe seer goede ruime sandige aankomst plaatsen, zy syn ten midden dier hoek iets [meer] na de zeekant. de west hoek strekt o:z:o: iets n: ook met een klip rif [dog] niet ver buiten, de perpendiculaire stratas van dit rif strekken zig z:o: en n:w. het oostelykste land peild men van de hoek n:o: t o iets n: en het westelyke land dat hoog en krantsig is z:w: half w: trok eerst west daar na z:w: aan en kwam na seven uren distantie op de plaats van [enen] botha aan gourits rivier, een uur van de mond. terrein heuvelagtig, sand en klei grond, ook struiken aloes en gras, kort na de zee duinige [hoge] heuvels. regen den gehelen dag met donder agter de grote keten ten noorden, zo dat door nat was.