Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26]

 

5 FEBRUARY 1778

den 5  forse weste wind mistige lugt. dese twe winden regeren hier meest, vlak oost en dan west. vertrok west aan, door grasige lage ruggen, hier en daar lage bossen. zandgrond met swarte aarde doormengt. na anderhalf uur kwam op de plaats van enen schepers, drie kwartier van zee. reed na strand, z:z:w: tot by de dageraats rivier, die nu niet uitliep. hier was de schuit van tys fiereman op strand geset. het strand hier weder west aanschietende, en uitgenomen weinige plaatsen alles steil en klippig, zo dat de hoogte weder op westwaards aanging passeerde naar een groot uur de plaats van enen oosthuisen, daarna enen schalkwyk, en arriveerde op de plaats van de weduwe vermaak in de sitse cammas vlakte. alles het zelvde terrein. de cours west vyf uren distantie. sag hier dat de bergen die omtrent Caap anguillas beginnen en langs baay fals franshoek rode sand, swellendam etc. aanlopen hier twe uren van daan noord noord oost eindigen, latende een tamelyk vlak grasveld van omtrent drie uren brete tussen de zee en deselven, zy zyn hier nog tamelyk hoog en eindigen kopsgewyse. alles irreguliere klippen de duinen of liever hoge ruggens syn hier zeer hoog, vooral een in het westen een uur van hier, die hoge duin hiete. met den avond gong de wind leggen.

 

6 FEBRUARY 1778

6  gepasseerde nagt wat geregend. desen morgen slappe weste wind bewolkte lugt, ging na strand, alles steil en klippig so ver sien kon strekte het strand west en wierd nog steilder met krantsen, een uur west, van vermaak liep de sitse camma in zee. (in margine: sitse camma een klein beekje dat uit het einde der bergen komt) moest over de hoogte langs strand ryden alles gras, dat breed en wreed begon te worden. de inwoonders seggen dat als hun vee heel jaar duingras eet zy de tering ziekte krygen niet vet wordende dode kalvers krygen en sterven dog omtrent drie maanden, het zelvde wanneer het Jaar naar suuragtige weide moeten gaan.

 

om gesond te blyven. ging van de weduwe vermaakt omtrent agt uren west aan over de hoogte so dat altyd het strand onder my sag, dat hoe langer hoe steilder en klippiger wierd, ook begonnen de houtbossen, in de kloven by de bergen en aan zee, na eenige rivieren of liever diepe beken, die uit die keten bergen komen gepasseert te hebben, quam aan eene, welkers steille krantsen 7 a 800 voeten diep my het verder gaan beletten

de bossen vermederen van langssamer hand. peilde het strand nog west, dus is de kaart van kloppenberg fautief. hiete dese rivier steile krants rivier. ging noord ten oosten drie uren aan; [door de voorn: vlakte] passerende de keten bergen. in een klein uur dooor een tamelyke goede kloof caree douw genaamt, de horde hottentotten, die hier in vorige tyden gewoond hebben, heten sig a caree. arriveerde op de plaats van enen bauwer, in de cromme rivier district, myn wagen arriveerde eerst een uur na my. hebbende de weg zeer modderig gehad. dit district legt tussen twe regels bergen en is omtrent een uur breed, kleigrond, strekt oost en west. de regel bergen die aan het begin der lange cloof begint eindigt tegen over sitse cammas berg, en is deselve in alles gelyk. het is van daag stil dampig en zeer heet geweest. sag enige elanden en oerebies, en ene buffel.

 

7 FEBRUARY 1778

7  weinig oostelyke wind, helder weer zeer warm trok west aan. passerende verscheiden reisen de kromme rivier, die met vele drajen door dese cloof loopt diep en moerassig met palmieten, zynde dese cloof zeer heuvelagtig, schietende aan weerszyden uit de grote keten een groene klippige rug, welke de eigentlyke cloof is. (in margine: ontfangende vele kleine spruiten meest van Outeniquas bergen.) het hoge gebergte aan de landzyde hiet [hier] Caughas gebergte. de caugha of zeekoei rivier begint, by de rietvaley vier uren west van diepe rivier, en loopt eerst een drie uren noordelyk dan oostelyk na en in gamtous rivier. ontfangende tot het begin der kromme rivier al het water uit de lange cloof, en veel uit Cougha gebergte. na vyf uren distantie passeerde een hoge rug, daar de kromme rivier, uit de outeniquas keten zyn begin neemt, en kwam op een hoge vlakte

 

(had anderhalf uur [west] van baur de plaats van thomas ferreira gepasseert, hietende Jagersbos

op de hoge vlakte zynde zag dat de berg de Cougha verder afgeschoten was, en de hoge groene klippige rug gebroken, dog na een half uur formeerde zig de cloof weder op deselvde manier; hier begind de lange cloof. de weg was hier zeer hard en gelyk, alleen nu en dan diepe dwarsruggetjes die uit outeniquas keten in de cougha lopen. passeerde na een uur van cromme riviers begin de plaats van enen de pre, de twe fonteinen genaamt en arriveerde met donker op de plaats van van nieukerk onverwagt, aan de kleine en grote wagenboomsrivier. de bergen en ruggen, droegen hier voor het eerst wagenbomen lucadendrons had wel een lage soort zedert swartkops rivier gesien anders geen. het terrein is in de cromme rivier veel gemengt klei sand en vegetale grond. dog in de lange cloof meest al klei. alles gras velt, met weinige bosjes. het water van bosjemans rivier en verder af, is in de vlaktens meest brakagtig. dog [van] omtrent van stadens rivier het land digter by zee bergagtig wordende, is het water zeer goed. de cours is west half noord gevallen seven a agt uren. het weer zeer heet geweest, weinig z:o: lugtjes. de persikken begonnen in de lange cloof ryp te worden.

 

8 FEBRUARY 1778

8  bleef by nieuwkerk na de wagen wagten, die een quade weg in kromme rivier had. zy arriveerde tegen avond, hebbende in de modder vastgeseten. deed se met de schoone maneschyn tot na kleine aapjes rivier vyf uren verder voortryden en bleef by nieuwkerk my niet wel bevindende. desen dag seer heet, weinig z:o: lugt gepasseerde nagt sterk gedawt. had pyn door het hele lyf en onlustig, had koude gevat hebbende lang op een klip zitten lesen, naar besweet te zyn geweest.

 

9 FEBRUARY 1778

9  sterk gedawt seer heet z:o: weinige lugtjes. had sware pyn in de keel en zeer onlustig. dronk zeer veel the. trok west ten noorden al door de lange cloof het zelfde terrein. passeerde naar 2 en 1/2 uur distantie de dode graven of moorde

 

rivier de plaats van enen stredom. sag hier verscheiden hottentots graven, men segt van de oude pokjes tyd, daar na een uur de grote aapjes rivier, de plaats van oelofsen weer een uur kleine aapjesrivier, van stef: fereira en na anderhalf uur arriveerde en bleef op de plaats van pieter ferreyra: genaamt ongegunt aan diepe rivier, alles dese rivieren lopen uit outeniquas keten in cougha. schoon het zeer heet was voelde my beter. vond de wagen by ferreyra. horende dat het hier in augustus veeltyds sterk sneewt [uit den n w, en w: ook z w, en z] en twe drie en meer dagen blyft leggen, nam de hoogte met de barometer en vond 27 - 5 t. een teken dat het somtyds in lager plaatsen meer sneewt als in hoger, door een andere expositie, of nabyheid van hogere bergen. tegen den middag frisse z:o:

 

10 FEBRUARY 1778

10  heb veel baat by the drinken gevonden, doordien die drank niet dagelyks gewoon ben, en ben veel beter gepasseerde nagt sterk gedauwt. helder weer van daag met frisse z:o: wind. de z:o: wolken hebben my gehindert op de outeniquas bergen te gaan

 

11 FEBRUARY 1778

11  z:o: frisse wind mooy weer, vertrok westelyk en passeerde vele hoge ruggens. na twe en een half uur distantie, quam aan de rietvaley, de eerste spruit van kaugha, en na anderhalf uur a 7 quartier, arriveerde, aan de avontuur rivier, de eerste spruit van Camnassi rivier. al het zelfde terrein. hier word het op de helft van lange cloofs district gerekent. bevond my weder niet wel.

[Schoon weer dog warm noorde frisse wind]

 

 

12 FEBRUARY 1778

12  ging in den morgen op de berg die naar de landkant ligt en zag dat de Camnassi berg ver van de kaughas berg gescheiden is, lopende de rivier langs de z en z w syde der berg. peilde toverwaters cloof in het swarte gebergte noord half west 7 a 8 uren distantie. van de berg komende bevond my gansch niet wel, met veel duiseligheid in het hooft.

de wind is tegen middag fris z:z:o: geworden warm weer. het wild in de lange cloof is rhebokken

 

hartebeesten enige oerebis, en patrysen: dog niet overvloedig. in de kaugha houden nog enige leeuwen sag enen lindequast of linde que, welker de leeuw in de duim sterk gekwetst had, den 16 dec laatsleden, vader en zoon hadden drie leeuwen vervolgd, dewelke enige hunner beesten doodgebeten hadden. de zoon had er een het kakebeen stuk geschoten, waarop [een] der anderen vervolgd wordende op hen aankwamen, de vader had syn geweer in de muil van de leeuw en het geweer ketste, waarop de leeuw hem in de duim en in de loop van het geweer beet, en hy van een schuinste vallende de leeuw, over hem heen viel, de soon toelopende om de vader te ontsetten, struikelde en in het vallen ging de schoot los. hierop liet de leeuw de vader en sprong op de soon, die hem de kolf van het geweer in den muil stiet, en door de leeuw tegen een klip gedreven zynde, hem dus van sig hield, so dat de leeuw geen asem kunnende scheppen of uit pyn, hem geen kwaad kon doen en hun volk met geweeren en honden ziende aankomen nam hy de vlugt. de gekwetste leeuw is 14 dagen daar na door de soon voor het stel gedood.

 

13 FEBRUARY 1778

13  in den morgen dysig weer uit den zuiden. bevond my veel beter, trok z:o: aan om over de outeniquas keten bergen naar algoa [of plettenbergs] baay te gaan; dit is een ongemakklyk pad, en mattys sondag my verkeerd onderregt hebbende, was ik in een allerklippigst en steil pad geraakt, so dat schoemaker de schilder, de enigste die by my was, de moed opgevende ik seer met hem verlegen was, dog boven in het gebergte ontdekte ik een weg met myn verrekyker, en passeerde na hier lang gedwaald te hebben, de keurbooms rivier, die ook z:o: aanloopt, en laag was vol ronde keyen, vond hier een hottentot veewagter van berkhousen die my over een ander gebergte, eerst z: toen z:o: by een andere hottentot Jakhals genaamt, en op sig selven wonende bragt, waarna om tien uur s'avonds, aan de witte drift een half uur van de baay aan de keurbooms riviers mond arriveerde; op de plaats van enen kreitsinger. cours gecopp. z:o: egte distantie ses uren, dog veel meer door de bergen.

 

kreitsinger heeft dit pad in vyf uren met een sterk vars paard afgereden. terrein so als in het hele outeniqualand de basis sware klei, met veel vegetale aarde vermengt

de zeekand naderende passeerden wy hier en daar eenige kleine bossen, anders alles grasveld, met hier en daar struiken; door den dag nu en dan wat geregent, en warm geweest. zagen enige buffels en bavianen.

 

14 FEBRUARY 1778

14  gepasseerde nagt zeer warm geweest, dese morgen helder stil en zeer heet, reed oost aan naar strand, dese valey die omtrent oost en west schiet, anderhalf uur lang en een half breed, met bossen geboord, een fraay gesigt gevende, door langs strand vond dat keurboomsrivier veel welsand gekregen had, so dat niet kon passeren, ging west aan, en moest om pisang rivier, over een lang gebergte, over de plaats van cornelis botha passeren. ging over de sogenaamde robbenberg, en na alles opgenomen en afgetekent te hebben keerden met den avond terug. het oost strand zo ver het oog draagt gepeild, men van de westpunt oost een quart noord, de west [syde] punt is hoog, en schiet oost een quart zuid, een klein uur in zee, met een laag rif aan de punt, dese hele zyde is klippig en sterk in den midden met een poort waar door men in een andere inham komt, waar het land steil rotsig en west aan schiet. de rest van de baay is een vlak sand strand, uitgenomen by pisang rivier een half uur van de westhoek, daar een klipbergje met een rif voor aan, in zee een snaphaans kogel schoot ver schiet, de vlakke zee strand is met een lage smalle zandduin geboord, en de zee, schoon stil weer, brande overal geweldig. een quartier langs de binnensyde der duinen aan de westzyde der baay is een goede rykelyke fontein. men zou hout de rivier af kunnen laten dryven en het in de baay inladen, anders niet, kunnende geen boot in en uitvaren. twe a drie uren noord oost langs strand zag twe uit schietende punten, die een grote inham vertoonde en daarby grote bossen. hier kon een goede aankom plaats syn. tussen dit en keurboomsrivier, legt een rif dat ver uit brand, en op drie plaatsen een quartier van land klippen boven water vertoonde, het was byna laag water.

 

tegen den avond donder in het noorden, swaar in de lange cloof dog kregen aan zee niet veel. smoorheet vandaag, en den avond nog warm.