| Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26] |
24
gepasseerde nagt sterk gedauwt, in den morgen mistig opklarend weer stil,
nu en dan een z:o: lugt. zeer heet. vertrok west aan na het sogenaamde galgenbos
door en byna tot louri rivier gereden te hebben al het zelfde berg en bossig
terrein als gisteren, kregen wy weder klei tot digt by gamtous rivier. waar het
zand wierd. van marais tot louri rivier is drie uren, en van daar tot gamtous
rivier ook drie, dog de weg seer bergagtig, dus met vele draajen. gamtous
rivier, hiet in hottentots ter qua synde haauw dag rivier. zy loopt van heel ver
uit de karika, wy vonden haar so diep en aan het groejen dat de wagen er niet
door kon, de stroom was so snel dat ik er van omvergedreven wierd, willende
proberen om er door te gaan, het bed der rivier held hier sterk, de breete was
by de drift omtrent 40 passen. cours vandaag west. seer heet weinig z:o:
lugtjes.
de kleine
rivier loopt een half uur eer men aan gamtous rivier komt west in deselve. komt
uit de hoge ruggens aan de regterhand, als men van louri rivier na gamtous
rivier gaat
25
JANUARY 1778
25
gepasseerde nagt sterk gedauwt, [en koel geweest] en desen morgen mistig
opklarend. beloovende een hete dag. het water is omtrent een voet gewassen. z:o:
tamelyke koelte, door den dag de wind z:w: meest betrokken lugt, seer heet; het
donderde van verre in het noorden, in den avond enige stofregen. veel weerligt
met den donker van het noorden tot het oosten. het water is vandaag 2 1/2 duim
gevallen. kuierde langs de rivier, die hier vlakke oevers heeft, met vele doorn
en willige bomen begroeid, uit de doornboom loopt een soete bruine gom, die de
bavianen en hottentotten gaarn eten.
in den
agtermiddag quam nog een wagen voor de rivier.
26
gepasseerde nagt geregent met stil weer, continueert by sagte vlagen,
warm weer. het water is van nagt twe duim gevallen. de regen vlagen sterker uit
den z:o: aan komende. wilde ik proberen, de rivier door de bovenste drift, een
quartier van de onderste, te passeren, also hy weder aan het wassen ging. reed
te paard er door en had het water tot voor de borst van het paard, met snelle
stroom, dog de diepte continueerde maar omtrent tien treden. so dat de voorossen
aan een riem overtrekkende voor het afdryven, wy hier sonder ongeluk passeerden.
dese rivier word seer hoog by wylen, so men aan de opdrift zien kan en wel een
maand lang impassabel. na weder in het onderdrifts pad gereden te zyn. trok drie
kwartier z:w: aan door een Cloof, daar na draayde de cloof z:o: aan, vervolgde
die Cloof een uur waarna wy op een vlakte uitkwamen, en z:o: na een groot uur de
cabeljaauws riviertje passerende op de vee plaats van J van rhenen arriveerde.
de cabeljaauws rivier komt uit de hoge ruggens omtrent vyf uren in het
noordwesten, en loopt z:o: aan in zee, een groot uur bewesten gamtous rivier.
het terrein, van gamtous rivier af eerst wat zand en klei, daar na alles rosse
harde klei gras en gebroke veld. de regen klaarde met den avond op. omtrent de
beneden drift in de bossen en noorden op houden nog enige oliphanten.
27
s'morgens betrokken lugt met de son opklarend weer frisse n:w: wind, reed
om de oevers van Gamtous rivier, en desselfs mond te besien, eerst n:o: de
hoogte op, vond de rivier hier met grote draajen door hoge krantsige ruggens
loopt, zynde meest digt met laage boscasie begroeid. veld rode klei. reden een
paar uren z:o: aan afdalende tot in de vlakte, langs de duinen die in het begin
bossig daarna klaar zand zyn. al de rivieren lykeden voor al by de monden aan
dese cust volmaakt na malkander aan de oost n:o: zyde, met lange afschietende
hoge ruggens, aan de west zyde, by de zee swaar hoog opgewaayd duinsand, en by
de minste beweging in het water sware branding in de mond der rivier.
zag iets in de
rivier boven de duinen, daar wy over moesten klauteren om het hoge water, dat
veel na een zeekoei geleek, en er na toe gaande vond het er een te zyn, die met
de rug boven nu en dan niet meer als de knoppen der ogen, en zomtyds maar een
oog boven stak om te zien; de opsigter van van renens plaats had zyn geweer
medegenomen, (hebbende ik het myne laten schoonmaken) en sat op 40 passen by dit
dier dat de wind vol van ons had, nogtans bleef hy op de selfde manier leggen.
begonnen te fluiten en te hoesten, daar hy op deselvde manier nu en dan na
luisterde en keek, dog opeens zyn hele kop uitstekende, weigerde het geweer van
de knegt, en het dier dat wy nu sagen dat hier geen water genoeg had, sprong op
en liep half boven water, de rivier in, dog de snaphaan hersteld zynde ging de
schoot los, en het getroffen dier tuimelde met groot geweld heen en weer een
goede wyl door het water, de poten dikwils om hoog stekende en stierf dus onder
water. wy remarkeerden de plaats, en reden na strand. vond de rivier hier wat
kleinder als swartkops rivier met grote branding in de mond. zy komt ver, en
krygt veel water van de winterberg in het noorden, en uit de langecloof in het
noordwesten, lopende ook z:o: in zee, kon hier de kust, die hier een lange inham
maakt tot aan de west punt, van de grote inham van swartkopsrivier zien, die van
hier o:t z peilde de westelyke hoek van dese inham na de kant van sitse camma
was hier z:w:, alles meest wit sand duinig strand van de Cougha af na de
westpunt, van dese lange inham. op de gansche kust liep sware rolling schoon de
wind n:w: was. vond niets van schelpen of amber en keerde na de geschote zeekoei
te rug, dewelke na een uur verloop boven was komen dryven. zo als naar gewoonte
op zy. het zee water opstuitende en zy iets op een bank leggende bleef zy
leggen, zonden om volk, dog eer die kwamen, liep het water af. en de zeekoei
weer vlot rakende dreef weg, hem niet willende laten in zee dryven, ging te
water met de riem van myn paart, en bond het hem om een poot, dog zou hem om de
sterke stroom moeten laten glippen, had niet het geroepen volk juist te hulp
gekomen, na hem buiten de diepte te hebben getrokken, rolden wy hem met ons
vieren (schoon een volwassen koei), als een legger, tot op een handbreed water
op het strand. en maakten hem daar vast. latende twe hottentotten om hem voor
wilt te
bewaren, also den avond begon te vallen reden te rug en arriveerden pik donker
op de plaats van van renen. des zeekoeis poten schoon dik zyn zeer soupel, en
dringen zig neffens de nagels of liever hoeven in en aan het lyf, komende hem
dit in het swemmen zeer te pas, men kan zyn poten, als een hand in een drukken
en zyn benen tegen het lyf aan
om die reden
rolden wy hem so gemakkelyk. door den dag schoon weer frisse n:w:
28
schoon weer z:o: frisse wind.
gingen na de
zeekoei, bragten hem te water hoger de rivier op om dat de wagen by de duinen
niet door kon. passeerden den dag met tekenen examineren en afslagten. moesten
het vel dat in zyn geheel afgeslagt had agterlaten tot morgen, kunnende de
ossen, om het moeyelyk pad niet alles in eens weg ryden. schat het gewigt der
swaarste zeekoei binnen de drie duisend pond. dese schoon by de elf voet lang
woeg na gissing levend 21 honderd pond. lieten volk by het vel.
29
goed weer n:w: wind dog warm. het vel en beenderen gearriveerd zynde ging
aan het inzouten en drogen. tegen den avond wat donder lugt in het n:w: met wat
regen. de hyaena had gepasseerde nagt sterk omtrent het vel gehuild.
30
gepasseerde nagt mistige regen vlagen uit de z:o:. die dese morgen
continueren. met den middag opklarend weer. vertrok in den agtermiddag na de
plaats van Jacob Cok, die twe uren z:z:w: van hier aan de zeekoei rivier legt,
een half uur van strand. het terrein heuvelagtig grasveld, ook bosjes alles
klei, uitgenomen digt aan zee
zag vele
kraanen en enige hartebeesten. een half uur van cok passeerd men de kleine
zeekoei rivier die in de grote loopt een quartier van zee, met dit regen jaar
liep de grote zeekoei rivier in zee anders stop zy op. vond op dese plaats het
eerste gereguleerde huis; de druiven begonnen hier ryp te worden. sliep hier
voor het eerst op een bed
31 (in margine:
frisse z:o: deinsige lugt) reed z:o: waards na strand daar wy een zak oesters
van de klippen sloegen, die op ver na niet so goed als de engelschen zyn, en
zeer irregulier van schelp zyn, men vind er bywylen een zeer kleine parel in.
reed anderhalf uur w z w langs strand tot by de mond van Cromme rivier, die in
de westelyke inhoek van dese inham uitloopt, de mond is als de andere rivieren.
en het strand zeer vlak, met lage smalle duinen, waarna laag land en [gras]
vlakte, als in de inham van swartkopsrivier. men ziet geen bergen als
in het n:w: een
oost en west strekkend drie uren lang koppig getakt gebergte op de distantie van
omtrent drie uren waaruit de zeekoei rivieren komen. dit hiet na enen keiser
keisers gebergte. den 28 was een groot schip [met een hollandse vlag] hier digt
by de kust.
1 february
weinig wind, seer heet.
reed te rug na
van rhenens plaats, om de wagen te halen. vond dat de opperhuid van het zeekoei
vel opswol en veel afviel, versag het so veel doenlyk. gingen na de mond van
Cabeljauwsriviers vissen, vongen een goede sood harders en springers.
2
n:w: wind, wat dauw gepasseerde nagt. reden met ons vieren, en enige
hottentotten, om de hyaenas, een uur west van hier in een bossige cloof te
jaagen, hebbende zy enige nagten verscheide schapen in de buurt geslagt. wy
trokken door lange ruigte en moeras in een bos, volgende het spoor van eene even
gekwetste hyaena. na wat het bos ingekropen te hebben, begonnen de honden sterk
te blaffen en wy toelopende vonden het dier dat met de honden vogt, die hem al
van agteren aangrepen, hy stak zyn half lang uit en beet sterk brullende van zig
af, een der honden had hem de lies open gehaald. zag dat dit dier in de
verwoedheid [in] zyn eigen ingewand beet. gooide hem eerst een caffers assagaay
in het lyf dog die ging niet diep, maar op een been stuitende, kreeg de hyaena
hem in de bek en beet hem in stuk, waarna hem door de kop schoot. hy was een
groot mannetje. slagten hem af en vervolgden onse Jagt. Joegen nog vier dier
dieren uit het bos, een hottentot schoot een mannetje en de anderen eschapeerden
ter naawer nood. een der hottentotten gooyde een wild verken met een assagaay
dat het dier met de assagaay in het lyf weg liep. na tot drie uren agtermiddag
gejaagt te hebben keerde na van rhenens plaats te rug. hadden voor de hyaena
gesteld en de schoot om tien uren s'avons losgaande gingen wy welgewapent daar
na toe, en vonden een hond die sig selven dood geschoten had.
het is vandaag
zeer heet geweest. met den avond een sware mist [bank uit zee opgekomen.?]
3
stil, zynde de mist aan het opklaren, zeer heet. (in margine: door den
dag z:o: dog zeer heet.) vertrok strand langs na de plaats van Jacob Cok aan de
voornoemde zeekoei rivier. moest het zeekoei vel by Cok laten om dat het nog
niet droog was, gaande de opperhuid, zo als altoos, met hele lappen af.
4
helder weer forsse ooste wind. vertrok om over kromme rivier langs strand
verder na sitse Camma, of water begin te gaan. liet de wagen over leeuwe en
essebos ryden om my by de lange cloof te wagten. moest om aan strand, over
cromme rivier, te komen, drie uren door het n:w: en west, omryden, om by de
drift door te ryden. (in margine: de rivier loopt oost en west, dog draayt sterk
en is quaad in regens. met steile rots oevers.) alles zeer heuvelagtig en [veel]
klippen. kleigrond met struiken en gras, hier en daar kleine houtbossen.
arriveerde na drie uren rydens op de plaats, van frederik potgieter aan de mond
van Cromme rivier gelegen, die [een] goed huis bewoond. alles zand grond
doormengt met swarte aarde. vertrok langs strand en vond dat van gamtous rivier
het strand al z:z:w: aan schiet, daar na de west zyde der inham twe uur z:oost
ten oosten, met een uitschieten rif klippen dog niet zo ver als de punt van
swartkops rivier, ook is dese westzyde alles klippen en de swartkops rivier
meest niet. by de punt, staat een hoge witte zand duin [met lage groente
begroeid], van de uitschietende rug afgescheiden door een zand vlakte, hiete
dese duin, kyk duin op de punt van dit rif houden vele robben. en is hier voor
langen tyd een groot schip gebleven; potgieter had voor enige dagen een oude
ysere sesponder na huis gehaald. de kust westwaards maakt weder een kleine baay,
omtrent een anderhalf uur omtrek. welkers lage west zyde ook klippig is, anders
vlak strand, dog op dese hele kust stond met de oostewind een violente branding.
de westpunt schoot z:o: ook met een rif in zee dese hoek [zyde] een half uur
lang. peilde het oostelykste land na swartkops riviers punt, zo ver zien konde.
oost ten noorden. iets oost. en de westelyke kust west aanschietende, meest
rotsig, ook begind de oever steil te worden, liggende, de hoge met gras
begroeide helling
hier digt aan
zee. zo ver hier van de hoogte zien kon, liep het strand west, met vele klippen
en uitschietende riffen, formerende weinig inschietende sand hoeken. quam na een
grote omweg, door den sware sandige vlakte, in die groene heuvels, by potgieter
te rug.