| Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26] |
16
[betrokke lugt z:w: wind warm weer.] vertrok eerst een quartier z:w: daar
na z z w en z na anderhalf uur quam by een grote soutpan. die een ovaal
uitmaakte, een quart uur lange diameter, z:o: en n:w: in het n:w: heeft zy een
lange naauwe keel zy is van alle zyden met kreupelbos omgeven. en maakt een
fraaye vertoning, even als een veld ys daar het opgesneeuwt heeft en na enige
dooy weer gevroren, selfs als men er op is, ging er over en vond in den midden
omtrent een voet water op dit zout dat daar zo hard was, dat er met een puntig
yser niet door kon stoten
na de randen
lag dit zout korst een hand dik, onder het zelve modderklei met sand vermengt,
rondom de pan geelagtige en andere kleigrond met sand vermengt, hier kan men
altoos seer wit fyn en grofzout vergaderen, het eerste nogthans best in de
somer. dese pan fourneert, zelfs de boeren van camdebo en sneeuwberg zout.
komende jarelyks met hun wagens in de pan ryden en het dus met ysers uitbreeken.
na nog anderhalf uur z op gegaan te zyn daalde na de laagte, en quam by de grote
swartkops rivier, zynde zeer klein met vlakke oevers, zy heet in hottentots gouw
synde melkboom rivier zy komt vyf a ses uren noordoost van hier uit een tamelyk
hoog gebergte, hier winterberg genaamt en loopt z:o: en oost in zee. hier vond
de kraal van de gounaqua kaptein nouka, die 10 strohutten met volk by hem had,
waaronder enige regte caffers. vroeg enige melk waar voor kraalen en tabac gaf.
nouka klaagde dat hy de hollanders altyd weldeed halende hunne weggelopene
slaven uit de caffers, en dat sy hem nu van van stadens rivier daar hy altoos
gelegen had, verdreven hadden, beloofde hem de Edele Heer er over te zullen
spreken. de rivier wat over zynde kwam ik by een kleine spruit daar een trop
flamingoos saten, dezelve bekropen hebbende schoot ik er drie in de sit, en ses
in het opvliegen, met myn twelopig geweer. enige gounas en caffers, die dit
sagen waaren zeer verbaast. naa een half uur rydens passeerden wy nog eenige
kralen gonnaas waaronder ook een caffer captein seiqua. ook legt by de rivier de
gonna [captein] sonqua. enige kleine waterkuilen passerende schoot enige eenden,
en kwam by een seer grote soutpan, zy was vol water, en het weinige sout hier en
daar droog was met modder vermengt. zy strekte oost en west en was driemaaal so
groot als de andere. nog een klein uur zuidelyk, aan gegaan te hebben quamen wy
by de plaats waar op een boer nouman geheten quam wonen, synde besig een huis te
bouwen, omtrent een half uur van see hebben vandaag omtrent vyf uuren zuid
gemaakt. het terrein het zelvde dog omtrent noumans plaats passeerden wy de
kleine swartkopsrivier, die een quartier van het strand in de grote loopt. nu en
dan vonden wy ook wat zand en na de zeekant vlak gras veld. het begon met den
agtermiddag, uit de z w op te steken met sterke wind en regenbuyen.
17
den gepasseerde nagt sterke regen en wind buyen uit den z:w: de wind van
de morgen z:z:w: nog sterk met regenbuyen; hier houden leewen. waar om wy de
ossen gepasseerde nagt vast maakten. een gounaqua kwam hier by myn klagen dat
enen pieter buis hem byna doodgeslagen had. hy sag er elendig uit en kon byna
niet gaan. beloofde hem de edele Heer er te zullen over spreken. tegen den
middag hield het regenen op, en ik reed na de zee over lage grasige ruggens, en
vlak gras veld, vond hier byna geen duinen aan het strand als aan de
uitschietende Westhoek der baay, en die niet hoog, hier was het strand veel,
laag rotsig, met oesterbanken als tesselsche oesters van grote, en smaak dog de
figuur der schelp zeer irregulier, en schoon seer paarlemoeragtig van binnen,
vond gene paarlen. het water was niet laag genoeg om er veel van te krygen dog
by springty kan men hier wagenvragten van de klippen breken. dese uitschietende
zyde der inham, want baay kan men deselve niet noemen is drie uren lang met geen
hoge duinen digt aan zee, met kreupelbos begroeid, beset met z:z: oost
aanschietende hier en daar met oesterbanken, dog de [zandige] inhammen zyn byna
niet inschietende aan de punt van dit land, is een groot rif rotsen dat een
groot quartier
van het strand vehement brand. het strand schiet dan met sware brandings west t
zuiden, half zuid aan na kragga kammas kant, hietende dese zyde in hottentots
dommeri. men kan met stil weer aan de westzyde der inham als men de rolling van
het rif na binnen voorby is met een schuit aankomen, dog de minste sterke zee
maakt een grote branding op dese hele kust. zeker omdat er so een openbare zee
op staat en het rif van anguillas hier al is. na het midden van de west zyde
loopt een klein riviertje uit, de bakens rivier genaamt, om dat men hier een
Compagnies bake of wapen geset heeft. iets verder na de punt staat op de duin
nog een diergelyk wapen, en lopen nog enige kleine riviertjes uit de duinen als
men hier in duinen graaft krygt men hier en daar goed water, anders is het water
schaars, by dese riviertjes leggen een half uur van zee nog twe boeren. het
oostelykste land kan niet verder zien als in het n:o: t o: en byna niets van de
eilandtjes of klippen. dese inham schiet tot digt by bosjemans riviers mond.
keerde met den donker weer te rug zag by de duinen twe leeuwe sporen, varsch,
veel hyaenas en buffels spoor.
18
gepasseerde nagt nog wat geregent uit den z:o: desen morgen opklarende
lugt z:o: wind, ging oost n: oost aan de grote grasige vlakte door na de mond
der swartkops rivier, passerende een zoutpan leggende er nog ene hier by die
gisteren passeerde dog gene so goed als de eerste. niet ver van de kleine
duintjes komende, schoot ik enige eenden op enige regen water valeyen, waarna ik
opgaande, een leeuw zyn dejeune ontnam, want iets ziende leggen, ging ik er na
toe, en vond een schoon hier genaamt hartebeest bul versch van de leeuw de keel
afgebeten, zo dat hy nog niet koud was, en in het geheel niet geschonden,
staande de tanden wel in de keel dog niets opgescheurt, zynde groot spoor van
omtrent 7 duim lang stond by het beest zo als hy hem besprongen had. liet een
die by my was terug gaan om het dier te laten slagten en halen, kon de leeuw
nergens zien, zynde het hier heel vlak, uitgenomen by enige lage duintjes daar
kreupelbos op en by is hier sal hy zeker gelegen hebben zynde op myn schieten
weggelopen. ging ondertussen na zee by de mond der rivier vond hier nog enige
hartebeesten dewelke zeker door de leeuw op de vlugt gejaagt waren en ene
struisvogel. zag twe dieren van verre regt op my aankomen dewelke in het begin
niet kenden, zy naderden tot op 50 treden, zag toen dat het een elands bul en
koei was, kon hen beide als myn koegel geweer had gehad in ene schoot gedoodt
hebben, dog was maar met myn hagelgeweer om vogels te schieten gegaan. na dat zy
my lang en ik hun bekeken had liepen zy in de duintjes. by de mond der rivier
komende, die hier een hondert passen breed is en waar in de zee geweldig brande
zag ik iets swarts, en wat digter by komende zag ik dat het een zeekoei was, hy
bleef tot op 50 treden van my meer als een half quartier na my leggen kijken, en
na nu en dan eens gedoken te hebben bleef hy weg.
proefde het
water zynde het omtrent laag water, en vond het pekel zout. zo dat myn opinie
omtrent dit dier weer verandert is door de ondervinding. dit was geen twe
hondert tre van de branding geloofwaardige menschen hebben my versekert er
buiten de branding gesien te hebben dog niet ver van strand by sitse camma. en
er in de branding een gedoodt te hebben. dog in de mond van de rivier. ook dat
zy wel van ene mond na de andere langs strand door zee zouden swemmen.
na de rivier en
strand afgepeild en laten tekenen te hebben, vindende dat zy oost in zee, een
uur van de binnenste westhoek, loopt en dat het land seer laag is zo dat de
rivier ver in het land by hoog ty loopt. en dat langs strand de duinen byna met
het veld gelyk syn met swaare branding aan strand. vertrok ik en vond het
hartebeest byna afgeslagt door myn hottentotten, hebbende de gieren in de korte
tydt dat ik er van weg was geweest er al veel van geschonden. arriveerde met
zons ondergank by myn tent. liet een stuk van het beest braden en vond het zeer
lekker het is desen dag allerschoonst weer geweest, zynde niet te heet door de
z:o: koele wind. stelden een geweer om de hyaena doodt te schieten. [langs de
plaats van nouman loopt een klein beekje in zee. van noumans plaats in het oost
t n ziet men de zee 40 gr leggen op de distantie van een half uur]
19
gepasseerde nagt sterk gedawt en koel geweest. de stel is niet los
gegaan. oost zagte wind desen morgen, mooy weer, [een] weinig bewolkte lugt.
heet desen morgen. vertrok z:w: half z: aan, over duin[en?] grasige ruggens,
omtrent een uur daar na z:w: spande na de guigsand vlakte gedeeltelyk gepasseert
te zyn by de hoogte na de zeekant uit om een goed gesigt langs de kust te
hebben. klom enige grasige duinen op hier en daar met laag bos begroeid, en had
van de hoogte een fraay gesigt over de grote inham, en de kust ten westen
derselven, zag dat het land na bosjemans riviers mond, o t:n: strekte van de
westpunt, dat van de westpunt der inham west aan de kust meest rotsig was en
sterk brande, nogtans hier en daar wit sand en diergelyke duinen had, west ten
n: aan liep, drie a vier mylen daarna een uithoek als de grote inham ten zuiden
maakte, dat het duinen, meest met digt schoon gras bewassen waren, en seer veel
met lage bossen dog hoger als kreupelbos begroeid waren. zag drie boere plaatsen
langs de zee leggen, op een waren zy besig om koorn uittetrappen. na het gesigt
hier genomen te hebben reed west aan na de plaats van eenen kok, leggende aan
een diepe valey of vergaderplaats van water kragga Camma, genaamt.
cours was
vandaag z:w: t w vier uren terrein meest vegetale swartagtige zandgrond, ook
grasveld slegt zand, geen hooge ruggens, byna geen klippen, zag vele
hartebeesten Coaggaas en elanden. het is den ganschen dag goed dog warm weer
geweest, weinig z:o: wind
20
reed z: waards na strand passeerde met grasige intervallen die lage
bossen, daar men door wilde beeste paden door moet synde meest buffels paden, zo
dat men het paard moet leiden de bomen zyn als grote appelbomen, vele struiken,
doorns en vele bomen hier hottentots boerebonen genaamt, daar de boeren goede
coffy van branden, het bladt ziet omtrent uit, als een zuiker peere boom, de
schil is zeer plat en breed, als een blat, en bevat drie a vier bonen als onse
grote bonen smakende samentrekkend zuuragtig. de hottentotten
braden se. aan
het strand was hier niets dan klippen en branding, de groene duinen digt by
strand. sagen enige buffels, zynde dese bossen er vol van, kwetsten er enen dog
kregen hem niet. zagen ook enige sogenaamde bosbokken, die een kleine draay in
hun hoorns hebben en van de grote van een springbok zyn ros van kleur, dog de
ram schynt swartagtig. in het terugkomen, zag een buffel aan de andere zyde der
grasvlakte daar door moest grasen, zo als uit een bos quam, miste hem, en op de
schoot quamen er 40 a 50 uit de bos regt na my toelopen, dog midden in de vlakte
op veertig passen van my draayden zy af en bleven staan kijken, kwam laat in den
agtermiddag by kok te rug. het weer is van daag betrokken geweest; z:o: sterke
wind in den agtermiddag, dog ging met den avond leggen, in de duinen en bos zeer
warm. dese plaats legt een uur regte lyn van zee. zag een trop bavianen en apen
in het bos, de laatsten waren seer snel in de bomen.
21
stil desen morgen, wat betrokken lugt. gehoord hebbende van een oude
hottentot, by eenen potgieter [wonende], dat hier omtrent een groot schip
verongelukt was, en er enige ankers lagen; sond ik om hem, hy sey dat zulks by
zyn grootvaders tyd gebeurd was, en was seer confuus in zyn verhaal, ging met
hem na strand, tussen de westpunt van de grote inham en dese plaats. wy vonden
het water byna hoog zo dat wy nog van ankers of een groot metaal of zo hy zeide
koper kanon niets konden zien, die ongelukkige menschen hadden in de duinen,
enige hutten gemaakt en waren van honger en ongemak, allen gestorven, een oude
man had het langst geleeft; zag enige doodshoofden en beenderen die [wy]
begroeven. vonden vele roestige nagels, en enig fyn uigewerkt ivoor een ciborie
dog alles vergaan. op strand lagen enige stukken ebbenhoud, hier uit en de
gaafheid der tanden der doodshoofden, besloot ik dat het een frans of portugees
schip is geweest. terug kerende schoot ik naar een hartebeest, op de schoot
barste een grote trop buffels uit het bos regt op my aan, en eer ik te paard kon
springen waren zy op twintig treden, toen draayden zy af en liepen weg. keerde
met den avond by kok te rug. het is desen dag smoorheet geweest, met donder lugt
in het noorden en in het doorgaan der duinen zodanig dat hard liep om er door te
komen uit vrees van te verstikken. hoorden het in den agtermiddag in het noorden
donderen. tegen den avond, wierd de wind n w en het begon sterk te wayen en te
regenen zonder donder, de regen continueerde den nagt. sag in de sandduinen vele
wasbessen struiken.
gepasseerde
nagt sterke n.w en w: wind met regen.
22
vroeg sterke weste wind, dysig weer. ging vroeg na strand om met laag
water by het canon te zyn. aan strand komende vond het water even hoog, zo dat
het in zee moet gestormt hebben. den ganschen voor en agter middag bleef het
water omtrent de zelfde peil. langs strand zoekende, vond een goed stuk
welruikende gele amber. tegen den avond keerde na kok te rug. desen gehelen dag
weste sterke wind, dysig weer. in het terugkeren zag weer een grote trop
bavianen. sterke tegen desen avond en voornagt uit den westen. kok had een
bosbok geschoten die liet tekenen.
23
west:z:w: zagte wind, opklarend weer. vertrok westwaards aan, draayende
na een uur rydens n:w: aan na het einde ener keten bergen die omtrent de lange
cloof of agter de camnassi of winterhoek moet beginnen, na vele draajen over
hoogtens en diepe dallen, [weder z:waards aan] quamen wy na drie uren distantie
van kok aan de van stadens rivier, die hier so digt by zee is dat sy door het ty
opstuit, zynde ook maar een beek. [zy loopt n:w: en z:o: komt niet ver] spanden
hier wat uit, om een grote hoogte die men hier direct op moet, voor de ossen
gemakkelyker te maken. na een uur rustens trokken wy de hoogte op, die tot
halver weg zeer steil en sanderig is daar na klippig en schuins. men trekt
ordinair in een half uur op, dog onse ossen veel reisen weigerende, sukkelden wy
wel een groot uur. reden w:t:n: en w:n:w: door veel boscasie dat van zee tot by
de keten bergen strekte, na de bergen met grote grasige intervallen. arriveerden
na twe uren rydens op de plaats van enen marais, een half uur oost van het
galgenbos, (waarom zo genaamt wist men my niet te zeggen. onse cours is van daag
west t: n: geweest het terrein gras vegetale sandgrond, hier en daar klippen;
vele grote hoogtens en diepe dallen met boscasie, dog gene opgaande bomen. vele
diepe droge riviertjes op de hoogtens hadden altyd een fraay gesigt van de zee.
die op enige plaatsen maar een half uur van ons was, het weer was dysig, met
regen in de bergen. weinig west wind. de bergen van de keten begonnen na de
kaapsen te gelyken zynde klippig sonder schynbaar gras of struiken, als aan de
voet. sagen vele bavianen en apen. vele bloemen, antolisas. aten braam bessen,
als in europa.