Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26]

 

5 JANUARY 1778

5  gepasseerde nagt sterk uit den z:o: geregent en gewaayt desen morgen goed weer n:w: wind die door den dag met den middag door het westen na het z:o: liep. (in margine: in den morgen kwam een trop vrolyke caffers my een stuk wegs convoyen die verstaande iets ver in het veld geweest was niet bedelden)

vertrok met myn vier hottentots; zuid aan langs de rivier om de zeekant op te zoeken, passeerde de plaatsen twe uur van erasmus, [van] labuscagne, een uur verder botha, twe uur verder schalkwyk, schoon hy veel vee heeft, heb beter hottentots hutten gesien als de syne, hier een gebergte over stekende verloor de rivier die z:o: aan liep, en eer ik weer by deselve kon komen overviel my den avond, so dat by een regen kuil in een dallige gras vlakte uitspande; cours agt uren z:t:o: half o: het terrein was gras veld met doorn en spekbomen zo ook het laag gebergte alles kleigrond, hoe laager dat na de zee af ga hoe minder vlaktens alles sware ruggens, en gebergte. zagen [enige] springbokken, en elanden ook twe troppen hartebeesten. zeer schoon weer van daag. hier houden buffels rhinosters en enige leeuwen. dog schoon overal door de struiken liep, vernam er geen.

 

6 JANUARY 1778

6  gepasseerde nagt sterk gedawt, so als het gemeenlyk doet als het stil mooy weer is en [na] de maan middernagt ondergaat. [seer] mooy weer oostelyk lugtje. vertrok o z o aan om de rivier op te zoeken schoten hier een springbok, kwetsten een hartebeest. na een groot uur rydens zag enige schapen, waarna toe reed, en in een wagenspoor komende, kwamen wy aan de plaats, van enen botha, reed van hier te paart z:o: om de kleine visrivier kinka by de hottentotten in de grote te zien lopen, een uur z:o: aan gereden zag zulks, en dat men om een regte [limiet] scheiding te maken ene plaats te ver uitgegeven had. de grote visrivier komt hier met vele drajen uit het n: en de kleine uit het westen langs een tamelyk hoog gebergte, waardoor een port door het welk de wagen stuurde, na de oorspronk der bosjesmans rivier die in die zelve bergen daar de kleine en grote visrivier in een lopen, begint. op dese poort hebben

 

de gecommitteerde de bake geset die met de bake by bruins hoogte swellendam ten zuiden en stellenbos ten noorden scheid. reed hier door caro, gras en gebroken veld, en veel spek en doornbossen, de kleine vis rivier doorgereden zynde, dit gebergte op, (hier houden vele rhinosters en buffels, zo als aan spoor en mist zag, dog trof gene aan.) en peilde boven zynde, erasmus, in het n:n:w: myn verdere coers, o:t:o: zag dat de rivier hier regt oost aanliep, dog naderhand digter na dit oost aan lopende gebergte zuidelyker liep, quam door een diepe valey, berg op berg neer met vele drayen omtrent twe uren, aan de plaats van enen besuiden houd, by een der spruiten van bosjesmansrivier, vertrok van hier verder dese spruit dikwils passeerende eerst meest z: aan een groot uur daar na een der romanesquste poorten door dewelke ooit gesien heb, waardoor dese spruit loopt. dese duurde een groot half uur, zynde hoog een geen snaphaan schoot onder breed, dog boven wyder de inspringende hoeken pasten op een volgens buffon zou het water hem geformeert hebben, de stratas, lagen veel horisontaal, dog aan het begin, schoon horisontaal geweest eer het gebergte er was, lagen zy byna perpendiculair, en ik denk dat dese kloof door een aardschok geformeerd is. sy was aan weersyden zeer met bossen begroeid, vooral de euphorbia boom. hiete dese cloof de natuuralisten cloof, zy draaide van het zuiden na het zuid oosten, zag er enige zogenaamde dasjes en hoorde enige bavianen. verder z:oost aan rydende vond de wagen, met dewelke het nu byna zons ondergank zynde, by de plaats van eener pieter Joubert uitspande, daar een trop caffers vond, dewelke ik een springbokke bout en wat tabac gaf daar zy zeer over verheugt waren. het is van daag zeer heet geweest, byna geen wind tussen het gebergte, dog z:o: sagt. boven op de distantie en cours moet omtrent ses uren z:o: t o zyn dog meer door drajen. al het zelfde terrein ook klippig.

 

7 JANUARY 1778

7  sterk gedawt schoon weer dog stil en een hete dag belovende

vertrok oost aan door een dal tussen geen hoog gebergte, bevond de barometer hier by dese spruit der bosjesmans rivier 28 d - 5 t. quam na twe en een half uren distantie op de plaats van frans Joubert. van daar reed met een gids, eerst een half uur oost ten noorden [door een dal] daar na over dit gebergte noord aan, en na nog drie hoogtens en laagtens waar in veel timmerhout so als by prinslo stond, gepasseerd te hebben, omtrent twe uren distantie van Joubert, vond ik de grote caffers craal van sjomoshie, deselve by de welke den heer

 

swellengrebel aan de andere zyde de Coenap, daar hy als doen woonde, geweest was. hy is de broer van Coba en [dus] de zoon van Mahoti, hy zat met enige caffers onder een doorn boom, na de ordinaire Cabe, gaf ik hem een stuk tabac en enige cralen, ik vroeg om melk en hy liet die ten eersten halen en hieuw selfs de mande, niet het eerstst so als de andere caffers maar het laatst drinkende, hy toonde my syn vrou en kinderen, en toen hem vroeg waarom hy er maar een had, sey hy dat hy er genoeg aan had, in een korte tyd waaren er een grote swerm caffers sommigen rood en geelagtig geschildert rondom my, die ik uit myn knapsak ieder omtrent een pyp tabak gaf tot niet meer had, waarmede zy wel te vreden waren, na hier enigen tyd gebleven te zyn, zynde het zeer heet, nam myn afscheid (als zy Cabe zeggen steken zy ordinair de regterhand regt uit.) en reed te rug gevolgd van een hele trop zo ver zien kon in het dal oost op tussen de doorn bomen waren caffers hutten, en seer grote troppen vee, geen van hun had brood dat zy Manassi noemen ook geen sama hun koorn, synde zy uit hun land getrokken en het gesaayde niet ryp. arriveerde omtrent drie uren by frans Joubert, daar de wagen Juist arriveerde. het weer is zeer heet geweest, weinig wind dog z:o: het terrein het zelfde vol doornbossen en struiken, distantie 2 1/2 uur oost, de grootste spruit van bosjemans rivier ontspringt by sjomoshie, die my zeide te zullen besoeken. weerligt met den avond, in het n:w: deinsige hete lugt. zag een hottentottin al op dezelfde manier geschapen als de rest

 

8 JANUARY 1778

8 gepasseerde nagt, benauwde lugt, betrokken. desen morgen nog warm, shomoshi kwam omtrent seven uren, vereerde hem een schaap, en wy scheiden de beste vrienden van de wareld, vertrok door een zeer bergagtig moeyelyk pad dat vele draayen dan west dan oost de grote spruit der bosjemans rivier passeerde nogtans tot den middag z:o: t z aan tot in een diep [gras] dal, waar in enige bosjes, daar wat liet uitspannen, hiete dit dal swellengrebels dal om dat swellengrebel hier de nagt

 

gepasseerd had, hebbende hier de leeuw horen brullen het begon omtrent tien uren uit den z:o: te stofregenen; na een uur rustens spanden in en na een uur distantie z o t z over twe hoogtens, trok w:z:w: aan wordende het pad zeer goed alles vlakke grasige ruggens, sagen een groot uur eer wy by bosjesmans rivier quamen grote troppen beesten, en kort daarna quamen vier caffers met de hand vol assagayen so als ordinair en een paar knop kirris, by ons sonder iets te vragen, sprak enige caffer woorden met haar en repiteerde iets van hun gezang waarop zy al lopende begonnen te singen en te dansen gaf hun sonder gevraagt te worden een stuk tabac, waar op zy my beesten wilden ruilen, zei hun dat van verre kwam en niets had, sy boden my een beest voor myn hond dog toen hun sey dat ik er maar een had, en die my s'nagts, voor de goronjama zynde leeuw in hunne taal, moest bewaken waren zy te vreden, nog thans melk van hun vragende, vroegen zy weer om de hond, en toen weigerde vertrokken zy. passeerde de bosjemans rivier, die hier met een stok kon overspringen en niet diep was, sy loopt te schielyk in zee om een grote rivier te zyn, zy loopt hier, dog met grote slingers, door een vlakte, rondom met bossige heuvels van het noorden na het zuiden. hebben vandaag negen a tien uren afgelegt het zelvde terrein, passeerde vele bloed rode klei, enige bloemen zynde veel antolisas. zag enige hartebeesten en coaggas. spanden over de rivier uit de stofregen continueerd nog met vlagen

 

9 JANUARY 1778

9 gepasseerde nagt niets vernomen nog het zelfde weer en wind, de barometer gaf aan de rivier, 29 d - 2 t: dus zyn wy gisteren veel gedaalt, de caffers die wy gisteren zagen zyn van captein langa, zynde zon in caffers hy is broeder van Caggabe of Cambushi, en beide soons van den overleden opperste capitein paro of palo. hy is in geen goede gratie van syn broeder, hy legt, over het bosjemans gebergte, aan dese zyde de grote visrivier

gisteren hebben wy hem op twe a drie uren aan onse linkerhand laten leggen.

    

schoot desen morgen een swartbruine gier op meer dan 200 pas in de vlugt met de kogel hy was van de grote en gedaante als de witgryse gier, liet hem tekenen, vertrok eerst een quartier west daar na zuid en z:o: anderhalf uur, dog verder als men de remhoogtens en draajen rekend, hier vonden wy digt aan de rivier, (dewelke meer draayt als ene die tog nog toe gesien heb, met hoge uitgespoelde veel rode klei oevers met doorn en andere struiken beset) de oude capitein ruiter, die gounaquas en bastert caffers onder sig heeft. dese man heeft een beleefde manier en zeer goed voorkomen had een kopere plaat met het wapen van de Compagnie op de borst. syn craal is in tween verdeelt leggende de andere zuidwestelyker. hy had [veel] beesten en schapen, en hoor dat hy een paar hondert man onder hem heeft. gaf hem een ringkraag en tabac ook een soopje, (dat somosi niet wou hebben, dog coba wel) gaf ook enige geschenken aan zyn vrouw en kinderen, en hy gaf my lekkere zuure melk, so als de caffers hebben, en een gids om my tot aan de zee te brengen, hy was seer in syn schik toen ik hem zeide, dat myn grote capitein veel van hem hield, omdat hy altoos een braaf kaptein was geweest. nam afscheid van hem, en trok over veele hoge grasige ruggens byna sonder klippen met lage bos in de laagtens, met vele draayen en remhoogtens zuid en zuidoost ook oost aan, tot wy met sons ondergank in een dier dalen by een [dier] bossen uitspanden hiete dese plaats hopes valey, na de gecommitteerde raad hopes.

sag van daag fraaje orcassen ook so als van de tarka af hier en daar drierley soort aloes succotrim maculata en spinata, het terrein was klei dog gemengt met vegetale swarte grond, trok verby grote troppen caffers beesten en door een dorp, van waar wy vele vliegen en caffers mannnen vrouwen en kinders kregen die lang met ons liepen in de beste humeur van de warelt zy hooren onder Capitein thaka, wilden my weder een os voor myn hond geven en vee ruilen, dog zonder stout of bedelagtig te zyn, gaf hun enige tabac. wilde drie assagayen voor een stuk koperdraat ruilen, dog nadat de caffer zig lang bedagt had wilde hy er maar twe geven, en ik om te tonen dat wy niet alles wilden doen dat sy wilden, brak de koop af. hy liep na zyn dorp en bragt drie kalvers om voor het koperdraad te geven dog wilde niet, rencontreerde nog grote troppen caffers en toen op een hoge rug wilde coers peilen, liepen zy

 

rondom my en bekeken het bewegende compas, met verwondering en bangigheid. zeide hun hunne assagaays weg te leggen also dat ding dit niet wilde verdragen, en ik dan myn zaken niet verrigten kon. zy sprongen bevreesd te rug, en na hen een assagaay uit de handen genomen te hebben en het compas er mede ontsteld te hebben om hun te tonen, daar sy niet veel van begrepen, had moeite om er hen weer by te brengen, zynde zeker bang dat dat hen betoveren zou. zag met den avond de zee op de distantie van 5 a 6 uren in het zuiden door een poort in de zand duinen, onse gecoppelde cours is van daag z:o: half z:, al langs de regter oever der bosjemans rivier (caugha of zeekoei rivier door de hottentot dan verder dan digter by, na dat dese grote [hoge] ruggen, de passagie verdroegen,) omtrent 5 uren regte lyn. zagen enige hartebeesten elanden en springbokken dog wild. hier houden ook enige oliphanten en vele buffels, dog zagen gene. het heeft den gehelen dag dysig weer uit den z:o: gehad, met [stof] regen vlagen die met den avond in sterke regen veranderden, dog niet koud. zagen met zons ondergang een grote vlakte na de zee toe strekkende, in het oost over bosjemansrivier dog nog vele hoge ruggen voor en aan onse linkerhand, hoorden honden blaffen, zo dat er caffers in de buurschap leggen, hunne grote troppen vee hebben al het veld kort gevreten