| Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26] |
28
gepasseerde nagt geen dauw, goed weer, ook desen morgen, de wind n:w:
waren na een paar uren z z w aan op zy Castors berg op vier uren distantie.
zagen veel noes spring en bontebokken maakten er jagt op een bastert hottentot
schoot een bonte bok by een fontein, dien wy dus noemden, het na by de uitspan
tyd zynde spanden wy uit vond dat dit dier het zelvde met de bovenlandsen is,
dog niet ten vollen zo helder van couleur, vonden hier weder een wilde leger dog
maar van vier a vyf coppel, hunne legers zyn als van een dier, een kuil 3 voet
diameter 7 duim in de midden diep na de syden opgaande, waarin eenig riet, bevat
twe, na gedagten man en vrouw, enige stenen waarop zy hun verw vryven en om
benen me in stuk te slaan om de murg te eeten leggen er verbrand riet, van hun
vuur, also er geen hout hier is, en daar hout is staan drie a vier lange takkige
stokken daar zy hun
proviand aan
ophangen, hunne matjes daar zy [hunne hutjes aan ene zyde] me dekken voeren zy
me als zy verhuisen dat zy dagelyks doen, vond er hier en daar enige stukken
van. na onsen honger allersmakelykst voldaan te hebben, vervolgden wy onsen
coers regt zuiden, en arriveerden, een uur na donker aan fagels fontein. het is
zeer warm op den dag geweest, de wind met de zon omlopende, wierd met den avond
zuiden en scherp koud, zagen grote troppen spring en bontebokken, ook veel noes.
beginnende het veld hier beter [te worden] en wy meer wild te zien. het
verwondert my dat nog leeuw nog rhinoster nog oliphant hier is, zynde er gras en
wild en water genoeg, ook geen vogel struis schoon meest vlakte, de schildpadden
[zyn] worden zeker door de wilden vernield, die uit honger alles moeten eten.
sterke weerligt rondom desen avond.
29
gepasseerde nagt mooy weer dog koud, geen dauw, schoon het niet dawt
worden onse geweren alle nagt klam in de tent. [goed weer ooste frisse wind,
veel betrokke donder lugt] schoten een bonte bok. vertrokken zuid aan de
schepmoed poord door, de noes springbokke en grote vlaktens door, in welke
laatste, wy op den middag op onse vorige plaats uitspanden, in die vlaktens
hebben wy vele noes met jongen spring en enige bontebokken gesien. het weer
sterk betrekkende, uit den n n w tegen de ooste wind aan, vertrokken wy na een
half uur rustens om in de [reuse] metselwerks poort en groenendaal door de
regens niet overvallen te worden, kregen dadelyk swaar donder weer met sware
regens, dat wy genoodsaakt waren, om de koude en nattigheid in de hartebeest
poort, daar wy het beest afgejaagt hadden uittespannen, en een sloot om de tent
te graven voor het aflopende water.
30 de wind
gepasseerde nagt sterk uit den z:o: met kouw en regen gewaayt ook nog gedondert.
desen morgen nog donker, net een uur son, weer swaar donderweer, in het afryden
van de dwars in de weg gebergte, kregen wy sulke sware hagelbuy, dat de meeste
hagels als duiveneieren, en de anderen als eenden en hoendereieren, ook van die
gedaante, en grote stukken ys, vielen, dit duurde omtrent vyf minuten, had er
sterke wind by geweest hadden
wy gevaar
gelopen dood te hagelen liepen en scholen agter de wagen, myn hond stak syn kop
tussen de voorpoten en ging dus wind af leggen, de donder Continueerde tot
agtermiddag vier uren maar met kleine vlagen.
zagen voor het
eerst in dese streken 35 struisvogels, en vele troppen noes ook enige
bosvarkens. staken van de hartebeest poort z:z:west aan. zagen een vuur der
wilden in de vlakte daar wy na toereden, spanden omtrent vyf uren digt by dese
plaats, die wy de chinese fontein noemden zynde het water zeer troebel en ros na
de grond; de wilden, zynde twe, zagen van verre na de bergen lopen. peilde onse
[vorige] uitspan plaats by oerebis rivier een en een half uur in het z:o:. alles
het vorige terrein. dog zeer week door de regens [de wind s'avons zuiden.]
31
vervordenden onse cours z:z:west, na de wagen door eenige lage koppen
geconvoyeert te hebben, reden wy voor uit na hen aan de bergen de cours getoond
te hebben. zynde voornemens om regt na van den berg te ryden, om de tarka die
sekerlyk hier door de regens geswollen zal zyn te eviteren en ook om te
camperen. zagen zeer vele noes en [enige] elanden. het weer was nog betrokken
n:w: wind goed koel weer. koud gepasseerde nagt, nogtans sterke dauw.
reden met den
middag door een klippige poort west op daar zeer lang riet stond, met een
fontein hieten dese plaats de riet poort, kregen hier een frisse buy regen
waarna de wind z:w: liep, het riet was hier een grote mans lengte boven ons
hooft te paart sittende. vervolgde ons coers, ons rigtende na den tafelberg
dewelke van visrivier gepeild had en quamen na een moejelyke weg, laat in den
agtermiddag op de plaats van van den berg 9 a 10 uur z:z:w: van de chinese
fontein. het terrein [het zelfde] gras en gebroke ook bosjes veld en enige
doornbomen tegen de koppen, zagen vele patrysen, hasen en drie grote bosverkens,
ook een trop hartebeesten waaronder een noe. de zogenaamde bosverkens, schoon
meest op de vlakte lopende 4:5: tot 8 en 9 in een trop, lopen so hard, hun dunne
staartje schuins om hoog stekende, dat men ze te paart op den duur niet injaagt.
den 1 January
1778
de wagen is nog
niet gearriveerd dog ben niet beschroomt voor de wilden, zynde veels te bang.
gepasseerde
nagt koud met sterke regen uit den zuiden. desen morgen betrokken weer z z:o:
[wind] koud weer. omtrent drie uren in den agtermiddag arriveerde de wagen, zy
hadden een groot bosvarken geschoten maar geslagt so dat hem niet kon
examineren. de hottentotten noemen hem kouwnaba. zynde grond rhinoster. na dat
een span varsche ossen gekregen had, verkoos ik nog op staande voet te
vertrekken, uit vrees voor het water dat de sesde dag na de regen in de bamboes
bergen, ordinair de drift der tarka eerst impassabel maakt, dus vertrok langs
deselve weg die tot hier gekomen was, myne reis Compagnons bleven nieuwjaar
houden, zo dra een uur voor sons ondergank in een vlakke kom van boers gebergte
kwam zagen wy een teken vuur der wilden op de hoek van een berg daar wy by
passeren moesten, liet dierhalven de losse ossen digt by de wagen dryven,
maakten het geweer klaar en reed by de wagen. de rug van dit gebergte, schoon
[even] schemerligt passerende, en langs krantsen arriveerden wy omtrent 10 uren
s'avons aan de tarkas passagie daar wy de eerste reis geslapen hadden
het was seer
koud geweest den gehelen dag, vooral in den avond, probeerde met myn hottentots
zoon hodies een vlukse jonge karel, de drift en vonden het water wassende, dog
zeer passabel, en het water dat wy koud verwagteden byna bloed warm, niet
tegenstaande de steile oevers, en den donker resolveerde om door te ryden, dat
wel gelukte, spanden op den anderen oever uit. trackteerde de hottentotten met
tabak en een zoopje en volop schapen vlees, en wy hielden hier ons nieuwjaar, de
vier hottentotten van myne reisgenoten waren terug gebleven, so dat nu maar maar
met myn volk alleen bleef.
den 2
(in margine: niet sterk gedawt) met den dag vervolgden onse vorige weg na
van staden aan de grote rivier, reed voor uit en vond de selve niet zeer hoog.
hier quamen myne reisgenoten weder by my, wy vonden hier niemand als enige
hottentotten, zynde de boer met vrouw en kinderen zo [als] zy ordinair eens
jaars doen, na de Caap gereden.
lieten de wagen
haar vorige Coers vervolgen, passeerde hier de grote visrivier, en reden na de
plaats van andries burgers daar myne reisgenoten weer bleven, de visrivier niet
vertrouwende, passeerde hier weer de rivier, en quam by de wagen, vervolgden
onse coers door de grote kom, de grote ruggens over door het grote doornbome dal
en arriveerde met den donker aan phrens riviers [drift] een quartier n:o: van de
plaats van botas dese riviers drift seer quaat in en uit te ryden zynde spande
uit. hebben dese dag maar twe springbokken en twe steenbokken gesien. dog de
vliegen worden by de huisen een allerlastigste plaag. het is den voordemiddag
stil en allerschoonst weer geweest, na den middag een aangename z:o: wind, tegen
den avond, lager afdalende en de zee lugt al doorbreekende door de poort en laag
gebergte van de visrivier was het dynsig en zeer koud.
3
met den dag de drift willende doorryden, wygerden de ossen de steilte op
te trekken, so dat de wagen drie a vier reisen byna omsloeg, na selfs byna twe
uren besig geweest te zyn het pad te graven, trokken de wagen eerst te rug, en
toen raakten wy er op. vervolgden onse vorige wagen coers en passeerde de grote
visrivier, een klein uur zuidelyk van botas zynde het water niet diep maar snel.
arriveerden met den agtermiddag op onse vorige plaats van Jacob erasmus.
gepasseerde nagt koud geweest weinig gedawt. en koud betrokken weer forsse
n:n:w: wind den gehelen dag. zond na prinslo om myn terug gelaten goederen.
4
myne baggasie nog niet komende reed na prinselo met de beer, daar komende
vond dat sy na my toe waren gekomen, dog ons misgereden waren. liet de beer daar
die naar de camdebo te rug ging, en vertrok te rug naar de grote visrivier.
rencontreerde
te voet zynde met sons ondergank langs godissa dorp passerende vier caffers
vrouwen die my om tabak versogten dog niets hebbende om hen te geven naar hun
dorp gingen. hier houden enige leeuwen, zy hadden voor agt dagen weder twe
beesten gedoodt men had hier drie grote mannetjes gesien, passeerde nogtans
sonder geweer, alleen met myn pistolen zonder iets te vernemen, zynde het donker
toen aan de visrivier quam. hoorde hier dat de
bosjesmans twe
veewagters vermoord en omtrent 200 beesten genomen hadden. de sorgeloosheid
omtrent het vee is hier groot, de wagters gaan leggen slapen, hebbende ik vele
troppen vee dus ontmoet, dan komen de wilden die dat van de bergen af sien, en
vermoorden hun nooyt met openbaar gewelt. het had gepasseerde nagt niet gedawt
sterk n:w: gewaayt met sware rukken desen morgen goed weer west wind. (in
margine: zo als
dewelke door
etc zyn)
vond de
barometer aan de rivier 28 d. in den agtermiddag quamen er enige donderwolken
uit den n:w: over de bergen en keerden met regen uit den z:o: so als gewoon te
rug. sag een grote hagedis in de visrivier swemmen, kon hem niet krygen, zy
swemmen en duiken dog lopen niet over het water hebbende geen vliesen tussen de
poten.