| Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26] |
22
gepasseerde nagt de hond sterk geblaft, onse waker seer slaperig, [veel
lang benen], dog vernam niets; geen dauw, met den morgen zeer koud, frisse n:w:
wind, vertrokken n:n:o: kort langs castor, dese berg had my bedrogen, doordien
de selve maar een enkelde korte berg vertoonde, dog langs hem passeerde vond dat
hy sig wel drie uren lang uitstrekte. na nog enige wilde Jagtstenen, dien ik nu
sag dat sy met koppen als menschen opsetten met bouggoe bestreken om het wild
naar hunnen schiet poorten te doen lopen, bewarende de struisveren aan stokken
daar sy geen klippen hebben, (synde het wilt in dese op het oog gansch
onbewoonde wildernissen, om die reden so wilt, gepasseerd te hebben, quamen wy
weder iets rysende aan een poort dewelke vergesigt noemde, daar de barometer 24
- 9 1/2 duim stond, siende wy weder na de laagte een vlak veld (in margine: daar
de rivieren in een lopen hiete de plaats Coblens), (hadden Caster nog aan de
regte hand op een quartier uur) dog sag dat er overal tamelyke hoge bergen
volgden, passeerden de wagen beide wielen geremd en nog vasthoudende dese poort
af en arriveerden na drie uren distantie, seer afdragend grasveld, aan een
kleine met kuilen staande rivier dewelke, ik buffons rivier na de grote buffon
noemde.
van Castor en
pollux gebergte loopt er nog een riviertje dat een uur n:w: van hier in dese
rivier loopt, het na castor en pollux na de buffons [ ? ] rivier
komt hier uit
den z:o: en loopt n:w: met draayen
moet groot
worden in regens, soals aan de opdrift kon sien. sagen vele noes en
springbokken, ook bonte bokken, en twe Jakhalsen. ook sogenaamde wilde paauwen
en valken waarvan er vele soorten in dit land zyn, ook swaluwen en blaauwe
kranen, singende de leewerk alle morgen dog niet so fraay als in Europa.
vervolgden onse
Coers eerst noord ten oosten, een en een half uur waarna op een [klip] hoogte
vooruitrydende zag dat wy met dese coers vast zouden ryden, en zag een grote
vlakte en het n:w: waar in groen riet dus water op distantie van een groot uur,
reed na de wagen en deed hen na de plaats afryden daar wy een delicieuse
overvloedige fontein vonden, dewelke ik na de ridder yorke in den Haag yorks
fontein en de Jork vlakte noemde, zynde rondom [den horisond] so ver van de
hoogte zien kon met gebroken met tamelyk hoge bergen van different fatsoen.
spanden hier uit met het ondergaan der son, vonden hier hout op zy de hoogtens
aan de klip krantsen genoeg om vuur te maken, schoon wy altyd hout en water als
wy het krygen konden menamen. onse cours is van daag noord t o: geweest agt a
negen uren distantie, alles grasvelt veel suur, rosse en vale stoffige kley,
also het in dit veld weinig scheen geregent te hebben, het weer is by uitstek
schoon dog de wind vooral op den middag fors n:w: dog zonder wolken geweest. [in
de avond stil en z:] zagen vele noes en springbokken.
23
gepasseerde nagt hebben wy zeer op onse hoede geweest also wy aan een
onser ossen, die wind op liep en sterk loeide seker dagten dat er wilden met
gestolen vee digt by ons waaren, ging met meintjes toen het donker was op een
klipheuvel recognosceren, dagten enige singende en dansende wilden te horen,
wilde verder gaan, dog meintjes raade sulks sterk af dus keerden wy na onse
legerplaats, myn hond heeft sterk geblaft dog hoorde niet als enige Jakhalsen,
en ene hyaena
het heeft een
weinig gedawt en is kout geweest. mooy weer desen morgen, dog aan den horisont
wat nevelig, z:o: sagte wind die met de son aanwakkerde, vertrokken noord op met
den dag na een paar uren, door de vlakte gepasseert te zyn moesten wy weer door
hoogtens, dewelke door zynde reden wy door een vlakte dewelke de beers vlakte en
twe
rietfonteinen
in deselve, de oostelyke durands en de westelykste meintjes fontein noemde, na
myne reismakkers, passeerden een half uur verder een diepe droog riviertje
dewelke droge rivier geheten wierd. nu moesten wy weder hoogtens passeeren, reed
op een tamelyke hoge berg, van waar, wy zagen dat de wagen overal gemakkelyk,
door poorten passeren kon, en dan in een [zeer] laag leggende, sterk afdragende
na het noorden en westen, so ver zien kon was den horisont met gebroken tamelyk
hoge bergen, vooral in het n:o: beset, zag dat onse beste cours van hier n:t:
westen was langs de Westhoek ener tamelyk hoge berg, zagen een berg in het
n:n:w: die wat na de toren van babel by het bamboes gebergte leek. wierden
midden in de vlakte een grote lange groene riet streep gewaar, in onse coers,
daar omtrent half elf arriveerden en uitspanden, vyf uren n: van yorks fontein.
schoten hier by, een rietbok a kei a in hottentots, tekende en mat hem noemde
dese fontein die seer lekker overvloedig water had de rietbokke fontein. de
barometer gaf 25 d - 3 t. vonden hier lang riet wiens wortel seer verfrissend
was. nam een tamelyke accurate breete en kreeg 30 Gr - 12 m. omtrent drie uren
trokken n:t: westen aan dese vlakte, [en het Gehele lang] begon langsamer hand
dorder te worden, alles dezelve grond, so dat de hele reis over onse wagen geen
duim diep spoor maakte, dog hier niet so ros, en alle grasveld op de meeste
plaatsen zeer kaal en droog. reden met ons vieren vooruit om na water te zoeken,
[zagen vooruit enige vuren] belovende het sterk afdragende veld niets dat in de
laagte, die omtrent vyf uren verder was, by de hoek van de berg gepasseerd zynde
omtrent een half uur zagen eenige groene bossen, dewelke doornbomen vonden te
zyn, en op eens kwamen wy op een steile oever van een groote rivier, die uit het
oosten door een poort deser bergen op de distantie van een groot uur, na het
westen liep, zy was omtrent 225 treden hier op zyn smalste breed, zo als aan ons
kogel schieten zagen, als de maas voor mastrigt ook so sterk stromende, de
zuider oever was omtrent 40 voet hoog en steil dog men kon aan het water gaan,
en na de kant van de poort met hier en daar riet, en hoge doornbomen begroeid,
de noorder oever laag met riet vele willige en enige doornbomen, de oever met
klipbanken en grof blinkend zand, dog in rivier klei en vegetale grond. hier en
daar
riffen waarover
de stroom sterk ruiste meest van de ene oever na de andere strekkende. wy
hieteden dese rivier oranjes rivier, zynde na gedagten de by de namacquas uit
lopende garie of grote rivier. reden spoedig te rug, also de son onderging om de
wagen te vinden, vonden dezelve de punt van de berg, dewelke na een vriend van
my macleods berg noemde, zynde deselve door welkers poord dese rivier loopt
vonden hier een
goede fontein die ook naar een vriend robertsons fontein noemde daar wy
uitspanden, tien of elf uren n:t:w: van Jorks fontein, hadden vele noes en
springbokken van daag gesien het weer allerschoonst dog warm op den dag met een
z:o: koel windtje.
by de rietbokke
fontein was een verlate leg plaats der wilden
24 reden in den
morgen na de poort en lieten de wagen na de rivier regt noord aan ryden en
uitspannen. by de rivier komende zagen enige wilden aan de over zyde dog zy
bleven zo ver dat wy hen niet wel konden besien. zy leiden zig tegen een heuvel
neer. (in margine: schoon weer z:o: frisse wind geen dauw sloegen een kopere
capel van ses en een half voet by de rivier doodt een onser hottentotten
bewaarde de kop om het gift voor syn geweer de pyl te gebruiken) in de rivier
zagen wy vele hippopotamussen, die in het geheel niet schuuw waren zeer
nieuwsgierig na ons keken. zy diverteerden zig dan met de helft van het lyf
boven dan weer onder en meest met de hele kop boven naar ons kykende dog [naast]
aan de overzyde blyvende, daar de over hen favorabelder scheen nam hier een
fraay gesigt van de poord die oranjes poort noemde, gingen na de poort en het
hier naauwer wordende vol zeekoey paden, en tekenen van wilden, aan een menigte
stuk gestampte benen van [differend] wild, ook zeekoeien waren zeer op onse
hoede, also het hier vol doornbomen was en vol versche tekenen der wilden, by de
poort die een half uur lang en een groot quartier breed is, zynde een natuurlyke
scheiding tussen twe gebergtens. tussen de bomen gaande steeg af en het paard
aan een hottentot te leiden gevende, willende ik het gebergte beklimmen, zag ik
myn hottentot voor my verdwynen, met een grote schreew het paard sprong te rug,
de arme karel schreeuwde om hulp, by hem komende zag ik dat hy in een diepe
kuil, dewelke de wilden in de zeekoey paden zonder dat men se zien kan, maken om
die dieren te vangen. hielp met behulp van een lange stok
den
verschrikten hottentot uit zyne gevangenis zynde so vol stof dat hy uit de ogen
niet zien kon sy graven die kuilen 14 a 18 voet diep en omtrent 6 voet ovale
diameter, dragende de grond in vellen weg, dan leggen zy stokken dwars, stekende
deselve aan weerskant in de grond, so dat het pad egaal blyft, dan dekken zy
alles, en maken er als een spoor der zekoey over zo dat men niets zien kan, klom
met de beer en de schilder op de berg, de welke agt a negen hondert voet hoog
was, zien ten oosten een grote vlakte, dog na vyf of zes uren gebroken tamelyk
hoog gebergte, ten noorden en n:o: alles ook het zelve gebergte zynde alle dese
gebergtens van visrivier [sneeuwberg en] af alles van een gedaante en boven en
aan de syden met gras, en weinig struiken, zag dat dese rivier een uur oost van
dese poort, uit twe takken bestond de ene uit het o:z:o: en de andere uit het
n:o:t:n: komende, dog de o:z:o: was de breedste, hiete de andere na mevrouw de
prinses van oranjen wilhelminas rivier, men zou dese rivier kunnen met een
schuit bevaren also er wel riffen zyn dog zo ver zien kon geen als kleine
ruisingen, daar men de schuit over kon trekken, (niets speet myn meer als dat
geen schuit had. peilde de gesigten, en zag met een kyker vele hypopotamussen in
het midden, der rivier die op een schoot van meintjes daar na toe kwamen. en tot
digt aan de overzyde daar hy was naderden, het zeer heet zynde had zulk een
onlydelyke dorst, dat droog gras voor den dorst kaauwde, dat goed is. klom langs
een steile krants na de rivier met moeite af daar durand en meintjes zaten, en
zagen hier agt a negen zekoeyen 70 a 80 treden van hun leggen kyken, schoon
meintjes er een op 20 treden gekwetst had. sy versogten my te schieten en ik
trof een tussen het oog en oor, die in het water op een klipbank stond, half
buiten, dit een doodschoot zynde zagen wy hem niet meer. iets remarkabels is dat
die dieren in de sterkste stroom en daar het diep is schynbaar stil leggen
zonder afdryven, dog hebben dan de poten op een klip onder water, bleven aan
dese oever onder de doorn bomen na die dieren leggen enigen tyd leggen kyken,
zynde het hier aller verrukkelykst.
door dese
schoone rivier, en lommer, zynde men in dit land niets als torrans en beken die
men rivieren noemt gewoond reed alleen [langs de rivier] na de wagen, en myn
geweer afgeschoten zynde wilde het uitwassen, dus gaf het aan de schilder
na eenigen tyd
gereden te hebben, en verscheide fraaje vogels en terra natals hoenders, meest
in allen dele een polipentade gesien te hebben, wilde ik na een rif dat halve
maans wyse daar het water sterk op bruiste, van de ene oever tot de andere
strekte, ryden, om te zien of ik door dese rivier konde te paard komen, na
enigen tyd er na gekeken en zulks te paard onmogelyk vindende, wilde ik weder
van de rivier afryden, tussen enig riet op de hoogte een zeekoei pad volgende,
viel ik op het onverwagts, met [myn] paard, in een kuil die de wilden voor de
zeekoei gemaakt waren, in het vallen rukte ik het paart sterk in de toom zo dat
zyn onderlyf meest na beneden viel, de stof en stokken vielen, aan alle kanten
op my, zo dat met beide handen, opsloeg om niet te smoren, een opening gemaakt
hebbende, greep ik het paard dat sterk begon te slaan en [te] werken by beide de
oren, deselve toehoudende, zoals wel gehoord had goed te zyn, het arme dier
bleev wat stil en swete van doodsangst en benaawtheid van dese kuil; zeer
present en niet beseert zynde, zag ik dat meer dan agt voet boven myn hooft dese
kuil hoog was, en dat schielyk een effort moest doen doordien de asem haling
hier seer beswaarlyk was, dierhalven, sprong zo hoog als kon, en bleef gelukkig
met myn schouwders en voeten my boven het paart dat geweldig begon te werken in
het gat hangen, nu spande ik alle kragten in en na my als een schoorsteen veger
nog drie a vier slagen opgewerkt te hebben, vatte ik met myn ene hand een der
overgebleven stokken aan het end van het gat daar hy stevig genoeg was my te
soetineren, en raakte dus allergelukkigst uit dit gevaar, sprak myn arm paart
toe, en het beest bleev weer stil, dus liep so sterk konde na de wagen en volk
met een schop halende, om het best te redden dog toen wy weer by het gat kwamen
vonden het dier dood zynde gesmoort, het sweet stond hem als water op het lyf,
ook zouden wy hem in een geen halve dag uitgegraven hebben, zynde de kuil
omtrent de 16 voet diep, het quam myne reismakkers en my onbegrypelyk voor hoe
zonder hulp uit dit gat was geraakr
lieten er een
hottentot in om de saal en toom uit te halen, dog hy had het er zo benaauwd, dat
hy het er niet en houden kon tot de saal los was, kregen eindelyk de saal en
toom er uit, synde niets gebroken, ook myn pistolen die onder het paart en niet
geschonden, dog de ene de haan overgehaald waren, lieten het arme dier leggen en
gingen na de wagen, [laat] in den agtermiddag ging in de rivier swemmen, die
seer oneegaal diep met klip banken en gaten vond kon tegen stroom byna niet
avanceren, dorst my niet ver hasarderen, uit vrees voor de zeekoei die in het
water zeer gevaarlyk zyn. dit dier moest nog zeekoei nog hippopotamus, maar
rivier koei of bul hieten.
het is van daag
zeer warm allerschoonst weer geweest met een z:o: frisse wind, waayende als de
z:o: passaat. weerligt met den donker ver in het n: tot z:o: geen dauw
25
van nagt niets gewaar geworden, schoon weer [iets] bewolkte lugt met
styve z:o: passaat en lugt. tegen den middag so als de oever der rivier [na] het
westen opnam, schoot de wind na het noorden en liep met styve donderbuyen met
regen door het westen na het z:o:, vond de oever der rivier hier even breed en
van deselve gedaante, zag enige rivierkoeyen en versche tekenen van wilden,
dewelke na alle gedagten in de bosjes weggekropen waren, of over de rivier
gevlugt. zag dat de rivier hier op twe uren distantie [west] van de oranje poort
na het z:w: loopt dog na een quartier loopt hy weer n:w: en dan weer regt west
zo ver sien kon. keerde te rug. het donderweer kontinueerde tot den avond dog
niet zo sterk; hebben de geschote rivierkoei nog niet gevonden zal zekerlyk met
de stroom weggedreven zyn
26
mooy weer, n:o: koele wind, geen dauw gevallen. met de schemering desen
morgen, sprong de hond schielyk met groot getier op wy opspringende viel een der
geweren die naast ons stond en hannes de beer op syn oog en kwetste hem sterk,
konden niets ontwaren, dog langs de rivier, daar wy een honderd passen aflagen,
(en so als altoos in de vlakte om niet overvallen te worden) gaande, zagen wy
veel rivierkoei spoor, gisten dat het een dier dieren was. [geweest.] het water
in dese rivier was [nog] troebel, so dat de rivier door regens moet geswollen
syn, nogtans op ver na niet vol, het water is sedert wy hier zyn omtrent drie
voet gevallen, en vald nog, door het donderweer en ander climaat is hier de
regentyd als aan de caap de droogte is, en dus over sneeuwberg camdebo etc. in
de droge tyd moet men dese rivier over dese riffen, die verscheiden zyn [byna]
droogsvoets kunnen passeeren en dus moet men deselve afvarende in die tyden,
iets maken om
om de schuit
met slepen niet te beschadigen. dese rivier
de barometer
gaf by het water 25 d - 6 t. vond verscheide stenen in de rivier die na Jaspis
en agaat sweemden, moest ze van de grond al duikende uit het water rapen, als de
rivier laag is, zal men fraaje stenen kunnen krygen. terwyl ik besig was met
swemmen en stenen te rapen, sag myn hottentot by de andere oever een rivier koey
[hippopotamus] so dat wy schielyk retireerden hier op dese plaats er nog geen
gesien hebbende denk ik dat hy ons kwam opsoeken, zagen er enigen in de rivier
staan met de rug er uit, dog hun kop iets lager dan de rug hangende hing die
onder water, maar van tyd tot tyd beurde hy hem er uit en met de rug omtrent
gelyk, kykende overal heen.
hier niet meer
optenemen zynde en de rivier niet kunnende passeeren, dus vertrok na den middag
te rug, so als te paard klommen, quam er een roofvogel hier witte kraay geheten,
over ons vliegen, wierd versogt om er na te schieten, en hem juist met de kogel
de kop stuk schietende, hieten sy dese plaats de fraaye schoot. trokken z:t:o:
aan en arriveerden met zons ondergang aan rietbokke fontein. dog de wagen kwam
veel later so dat wy met schieten en enig riet branden moesten zeinen. zeer
schoon weer de wind door den dag noord dog tegen avond door het westen fors
z:o:, weerligt van het noorden na het o:z:o: met den donker zagen niet als enige
weinige springbokken.
27
gepasseerde nagt mooy weer weinig daw. n:o: wind desen morgen
mooy weer
trokken z w aan, om de hoogtens van castors berg daar wy overgekomen waren te
myden, en lager de loop van buffons rivier te zien, reden, een gebergte over de
wagen reed regt uit, dat ik om de ongemakkelyke weg de wilde berg noemde, so
als, wy op de hoogte waaren quamen ons enige zogenaamde rode rebokken in het
gemoed waarop afspringende, en de haan overhalende, over een mierehoop viel, het
geweer losgaande my sterk stiet, en ik my met de val ook wat kneusde. konden er
geen bekomen, het geen ons speet om dat de honger ons gisteren en vandaag
gekweld had. arriveerden door een kloof aan een lekkere fontein die onverwagt
noemde, hier stond so als aan de meeste fonteinen een riet daar het onderste,
boven de bol, goed en verfrissend is, dog de bol bitter, moesten nog een uur een
steil onge
lyk pad afgaan,
vindende versche tekenen van wilden, waarna zagen dat dese cloofs fontein in de
buffons rivier loopt die hier met een draay na binnen om een berg loopt, zy had
hier ook grote kuilen water dog liep thans niet, dog geen hippopotamussen, reden
door deselve [n b. dese rivier moet in plettenbergsrivier, en dan in oranjes
rivier lopen], en wagten by een klipheuvel, daar wy vele legers van wilden zagen
[hieten dit het wilde casteel], de wagen in; hier waren op de klippen enige
voorheen genoemde wilde schilderyen, alle van een alloy, de wagen op een
distantie ziende aan de rivier komen, reden wy er na toe en spanden uit. na twe
uren halte continueerden onse cours z:z:w: al het zelvde veld, en [ ? ] quamen
een uur voor sonnen ondergank by een fontein die na de groene ronde gedaante na
myn hoed de groene hoed fontein genaamt wierd, hadden hier yorks fontein in het
oosten:n: drie a vier uren distantie, passeerde hier een veel egaler weg als in
het heengaan, een half uur verder als de groene hoed, quamen wy weer by een
fontein, welke ik na de graaf charles bentinck bentincks fontein noemde, alles
in een vlakke en een uur brede cloof zagen enige noes en zogenaamde bosverkens
maakten er jagt op kwetsten een varken en noe dog konden hem niet krygen zynde
schemerligt, spanden met den donker by een fontein uit, hieteden dit de jagers
cloof
het is van daag
schoon weer dog op den dag heet geweest, de wind door het noorden na het westen
gelopen. weerligt van het n: na het z o.