| Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26] |
13 mooy weer z:
ooste lyke wind
kwamen ons een
grote swerm caffers met drie Capiteins bezoeken, vereerde hun vier schapen, zy
waren zeer vrolyk en nadat een lange conferentie met hunne capteins gehad had,
liet ik hen het effect van onse brieven zien, zond de presenten door een caffer
van gagabe en captein coba, na gagabe en nam afscheid, zynde de caffers ten
uitersten in hun schik. vertrok west half noord drie uren en quam op de plaats
over de visrivier, en ook eene rivier die zuid in de visrivier loopt makende een
zuid en noord scheiding met dezelve, hiete dese rivier phrens rivier, vond hier
de wagen en zond dezelve noordwest op langs de linker oever der grote visrivier,
en reed noordwaards phrens rivier op om te sien waar hy eindigde, beklom na twe
uren rydens n: ten o: een hoog gebergte, en zag dat deselve in twe spruiten n o
ten n en n n o van de visrivier vier a vyf uren in het gebergte dat daar een kom
maakt ontspringt. trok west het gebergte af toen n:w: aan en troffen met sons
ondergang de wagen spanden uit by een klein riviertje kau kera door onse
hottentots gids genaamt en sliepen in de open lugt zonder tent. onse gecop:
cours van daag n w seven uuren, mooy weer z:o: en tegen avond n:w:, het terrein
berg en heuvelagtig deselve grond veel gras en doornbossen, zag vele euphorbia
bomen omtrent tien duim diameter. 20 voet hoog met vierkante vlesige blaren met
doorn op de kanten stak er met myn jagtmes in en de melk liep er tappelings uit,
kon het sap naawlyks van myn jagtmes schuren sy stonden op en tegen de bergen.
zagen springbokken enige elanden en drie bos verkens, dog schoon hier overal
buffels in de bossen zyn heb er gene gesien. weinig bloemen.
14
n w frisse wind koel goed weer dog in den morgenstond enige droppels
regen de hyaena heeft om ons gehuild dog dorst niet na by te komen schoon geen
vuur hadden. omdat hier in het veld de coaggas hun schoppen en byten zyn zy bang
voor paarden. vertrokken n:w: omtrent, een uur gevordert zynde zagen wy een huis
aan de andere oever der visrivier reden door dezelve er na toe, hier woonde enen
andries burgers zagen enige donkere wolken w n w van het sneeuwgebergte, daar wy
nu agter waaren in een grote kom, koomen en kort daarna kregen wy swaar
donderweer dat met rukwinden grote hagel (voor 14 dagen waaren er wat westelyker
met donderweer stukken ys van een vuist grote gevallen) en sware regenbuien van
het noord westen opkwam, waarna het in een [halve] cirkel door het zuiden
naar het
noorden trok. komende de wind als het uit het west noord west optrok fors uit
den z:o: dit duurde grote vier uren waarna de rivier willende passeren, (zynde
de wagen aan de overzyde) zulks door de sterke stroom en diepte ommogelyk
vonden, het water viel sterk met sons ondergang dewyl dese rivier niet vertrowde
proponeerde om er in den nagt (uit vrees voor meer regen) door tegaan dog myne
twe reisgenoten waren er tegen, zo dat wy den nagt hier bleven
tegen den nagt
hieuw de z: o: stofregen op. in deze rivier ook in de kleine en koenap zyn enige
weinige hippopotamassen
15
met den morgen fris weer helder dog op de bergen nog donkere
overblyfsels, de wind oost. reden door de rivier die wel snel liep dog niet diep
of breed was, kwamen by de wagen droogden zo veel wy konden. en vervolgden onse
cours n:w: t n passeerden een krants daar de visrivier digt langs loopt, daar wy
de wagen moesten vast houden, gelukkig zonder omvallen. naar een uur arriveerden
op een plaats van van stade aan de linker oever der visrivier, hadden van
eergisteren avond, al gebroken en caro velde losse rosse grond, met channa
bosjes, misembriantimums en euphorbias, sagen weer aan de bergen de voornoemde
euphorbia boom, daar men zegt dat de hottentots hun ergste vergift uit halen.
peilde de hoek der Com of sneeubergen in het z z oosten, en onse gehele cours
van kruger n w t n onse verdere coaurs aan de kop van een berg by de tarka n:o:
t n de visrivier loopt hier om de hoek der sneeuwbergen, dewelke hier noord oost
uitschiet dan z w en z. tot na voorn erasmus. dan noord ten westen nog 12 a 14
uren daar hy in diverse spruiten uit de sneeubergen niet ver van eenen meintjes
en willem burgers, digt by de Rhinoster berg die van de andere zyde der
sneeuwbergen gesien heb; koomt, dog krygt nog spruiten uit de bergen aan dese
zyde der voornoemde rode bergen. de tarka komt zo ver ik hier kon pylen uit het
n:o: en loopt een half uur n:t:o: van hier in de visrivier, dewelke hier met
vele draajen z o door de kom loopt. tot dat phrens rivier met hem zuid aan
loopt. gingen in de visrivier met een kleine zegen vissen, vongen enige vissen
die als een grote harder waaren als in de kleine visrivier. er waren vele
wilgebomen zo als men in gelderland hiet rysweerden hout, daar men hoepels van
maakt. de barometer gaf 27 - 2 1/2. vertrokken om half vyf, noordoostelyk langs
de linker oever der tarka reden eerst wat o:n:o: toen noordelyker en quamen met
zons ondergank, daar wy de tarka passeren moesten, dese rivier
had als allen
steile oevers dog was smal en niet sterk lopend veel kleinder als de visrivier,
zy liep hier regt uit den n:o: na het z w, zo gezegt is in de visrivier.
passeerden de zelve gemakkelyk en spanden de donker invallende aan de overzyde
uit. sloegen de tent op. onse gecoppelde cours van van staden is n:o:t:n: twe
uren distantie. het terrein gebroken veld losse rosse kleigrond meest weinig
rysende grond vele muise gaten, ganna bosjes, doornbosjes, en misembriantimums.
het weer continueerde goed en koel z:o: en in den avond z: wind.
[douw
gepasseerde nagt met een heldere maneschyn]
16
vertrokken naar myn van van staden gepeilde berg [n:o:t:n:] seer schoon
aangenaam weer. z:o: koele wind. de barometer gaf hier om seven uren s'morgens
27 d - omtrent 3 t. schoon wat hoger zynde als daar gisteren peilde. arriveerden
na vyf uren distantie n:o:t:n quamen aan de laatste plaats in dese streek, daar
enen van den berg woonde, ook goed koorn zaayde. vertrokken in den agtermiddag
een uur z o na tarkas oever om de wagen op te zoeken die langs den oever
voortgetrokken is zagen dezelve aankomen en vervolgden onse weg n o met deselve
hebben vandaag
alles gebroken veld gepasseert, en enige lage bergen die van tarkas bergen na
sneeuwbergen toe schieten, dit veld begind ook meest vlak te worden als aan de
andere zyde der sneewbergen met klipkoppen hier en daar men trekt ook door
poorten om en door dit gebergte, hebbende ook als de sneewbergen vele platte
plaatsen boven dog niet so hoog. ook de stratas, en voortbrengsels, zynde er
weinig of geen hout. zagen het gebergte, dat aan de noord zyde van het
cafferland loopt, hier agter de sneeubergen een begin neemen, hadden het vandaag
op een uur distantie z:o: van ons, lykende so als gesegt is net als de
sneeuwbergen dit is het land dat in de caart van wentzel het dgawas land hiet,
dog hy is er niet zo ver als ik nu hier ben in geweest en ik heb die natie nog
niet kunnen vinden, de hottentotten die aan de sneeuwbergen en visrivier by de
boeren woonen zynden er daar gene anderen hietende sig cora dus in het meervoud
coranas hieten [alle] dese hottentotten hei hei tini, het gene, zonder caros
voor hunne schamelheid lopende menschen, betekent. zag er enigen van by de
caffers en by onse boeren, dog het waaren [alle] regte zogenaamde bosjesmans
hottentotten, agter de caffers legt ene craal welkers capitein zy zeer vresen,
hietende aree zynde links omdat hy links schiet.
zy waaren
schraal en klein over het geheel. alle bosjesmans of binnenlandse hottentotten
worden van de boeren chinesen geheten, en zyn so ver ik tot nog gezien heb de
zelvde natie, verschillende in dialect na de distantie. heb vandaag en ook in
het cafferland verscheide oude hottentots graven gezien, ook hebben de rivieren
in het cafferland so ver ik gehoord heb hottentots namen, denke dat de caffers
zo wel als wy zig verder uitgebreid hebben, zeggende de caffers dat sy en al hun
vee van de mtamboenas lant komen. sagen vandaag enige struisen met vele jongen,
enige hartebeesten, en twe a drie spring en steenbokken. de wind wierd tegen den
middag z:w: zeer schoon helder weer. myn voornemen is nu verder noordelyk aan te
gaan
en dan verder
zien wat doen kan, Jan durand hannes de beer en hannes meintjes, hebben de reis
met my aangenomen. wy hebben myn wagen en tien ossen, agt paarden, en agt
hottentotten. dese natie met ons in vyandschap levende, zyn wy zeer op onse
hoede zal alles aanwenden om er enigen te spreken, om te zien of dese wilde
oorlog niet ten einde kan gebragt worden, de bewoonder van dese laatste plaats
is voor omtrent een maand door een deser chinesen met zyn basterd hottentot op
de jagt zynde, en hem [ook] Jagende gerancontreert hebbende, aan het hooft en de
basterd aan de neus met een vergiftigde pyl gekwest, de Chinees is na veel
moeite doodgeschoten. zagen tegen sons ondergang iets dat na een leeuw geleek,
de beer en ik reden er na toe en vonden het een pronkende wilde paauw, die op
een mierhoop zat. spanden by de tarca uit, en sloegen geen tent op om dat de
grond te klippig was voor de pennen. hebben van daag 6 uren n:o: Geavanceert,
rysende dog langsaam
17
gepasseerde nagt mooy weer met maneschyn, ben nat bedauwt geweest, niets
ontwaar geworden, schoon ik van nagt, die waken moesten besoekende, alles in
diepe rust vond, zynde als naar gewoonte paarden en ossen by ons vast gebonden,
en alle geweer gereed. desen morgen mooy weer geen wind belovende een hete dag.
trokken n:o: [door de vlakte] nog langs de tarka. het gebergte dat nog n:
uitstrekt dog lager word aan myn regterhand, dat n: van de Caffers legt hiete ik
Companies welvarens gebergte, de bergen die digt by dit gebergte met ruggens
loopt, aan de linkerhand
tot aan de
sneeubergen loopt hete boers gebergte na de fiscaal passeerden na twe uren een
kleine rivier, die van boers gebergte z o in de tarka loopt, hiete deselve
starings rivier na de equipagiemeester, passeerden hier by de tarka, omdat
deselve hier te digt by boers bergen langs een krants liep. reden voorby die
krants aan de linkeroever, zoekende om deselve weder te passeeren al so zo
noordelyk op wilde steken als doenlyk, na lang zoeken, vonden na twe uren verder
een goede drift zynde een klipplaat daar wy geen half voet water dog frisse
stroom hadden, spanden aan de overzyde by eene fontein dewelke na mevrouw
charlottes fontein van pletteberg noemde, synde vol van zoet water [ook met riet
als hier overal beset] dat ons wel te pas kwam zynde dorstig door het hete weer,
na twe observaties met de barometer die 26 d - 6 t gaf, en ons wat verfrisd te
hebben vervolgden wy onse cours, noord aan, hopende haast wilt te schieten also
onse proviand schaars is. na een uur rydens schoten by een rietfontein een
oerebi, liet hem tekenen en mat hem, vervolgden onse weg [wel?] rysende veld,
quamen na twe uren rydens by klipperige [lage] berg, daar wy door een poort over
en door passeerden. op een dier bergen stond de barometer 26 - 1
om ses uren
fraai helder weer zuide koele wind, over dese ruggens zynde quamen wy by een
rietfontein daar wy uitspanden. in dit riet hieuwen so veele swaluwen, dat sy in
grote swermen de lugt swart maakten, na wat heen en weer gevlogen te hebben
namen zy hun verblyf weer in het riet, onse cours is van mevrouw van
plettenbergs charlotta fontein noord drie uren geweest. peilde van de barometers
heuvel onse cours van de visrivier [jacob] erasmus n n o, zagen de noordelyke
punt van bamboes gebergte noord distantie ses uren
dit gebergte is
van de hoogte en gedaante van dese zyde als het reusen Casteel in de camdebo, en
schynt een en het selfde gebergte met Companies welvaren, de tarka agter [na?]
de bamboes berg, de togtgangers hebben hem dus genoemd na een soort van riet dat
er hier en daar in de kloven opgroeid hebben dus zeven uren noord noord oost
iets oost geavanceert het veld rysende met hoger koppen als agter sneeuwberg dog
hetselve terrein, dan een gebroken dan caro veld dog veel geheel grasveld met
riet fonteinen en regen water kuilen op de rysende gronden klippen in de
vlaktens gene, vele mierenhopen en in de bosjesveld [caro] of gebroken hobbelig
veld vele miereneters gaten, en byna geen hout om een pot eten te koken, rosse
losse stoffige kleigrond gene bloemen, in de caro enige misembriantimums vele
euphorbias. zagen enige springbokken en hartebeesten en elanden dog ver. de wind
is met de son opgestoken en fris z z w geweest byna geen wolk aan de lugt en
zeer heet. geen wilden dog hunne voetstappen en uitgeholde mierhopen gesien