Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26]

 

13 DECEMBER 1777

13 mooy weer z: ooste lyke wind

kwamen ons een grote swerm caffers met drie Capiteins bezoeken, vereerde hun vier schapen, zy waren zeer vrolyk en nadat een lange conferentie met hunne capteins gehad had, liet ik hen het effect van onse brieven zien, zond de presenten door een caffer van gagabe en captein coba, na gagabe en nam afscheid, zynde de caffers ten uitersten in hun schik. vertrok west half noord drie uren en quam op de plaats over de visrivier, en ook eene rivier die zuid in de visrivier loopt makende een zuid en noord scheiding met dezelve, hiete dese rivier phrens rivier, vond hier de wagen en zond dezelve noordwest op langs de linker oever der grote visrivier, en reed noordwaards phrens rivier op om te sien waar hy eindigde, beklom na twe uren rydens n: ten o: een hoog gebergte, en zag dat deselve in twe spruiten n o ten n en n n o van de visrivier vier a vyf uren in het gebergte dat daar een kom maakt ontspringt. trok west het gebergte af toen n:w: aan en troffen met sons ondergang de wagen spanden uit by een klein riviertje kau kera door onse hottentots gids genaamt en sliepen in de open lugt zonder tent. onse gecop: cours van daag n w seven uuren, mooy weer z:o: en tegen avond n:w:, het terrein berg en heuvelagtig deselve grond veel gras en doornbossen, zag vele euphorbia bomen omtrent tien duim diameter. 20 voet hoog met vierkante vlesige blaren met doorn op de kanten stak er met myn jagtmes in en de melk liep er tappelings uit, kon het sap naawlyks van myn jagtmes schuren sy stonden op en tegen de bergen. zagen springbokken enige elanden en drie bos verkens, dog schoon hier overal buffels in de bossen zyn heb er gene gesien. weinig bloemen.

 

14 DECEMBER 1777

14  n w frisse wind koel goed weer dog in den morgenstond enige droppels regen de hyaena heeft om ons gehuild dog dorst niet na by te komen schoon geen vuur hadden. omdat hier in het veld de coaggas hun schoppen en byten zyn zy bang voor paarden. vertrokken n:w: omtrent, een uur gevordert zynde zagen wy een huis aan de andere oever der visrivier reden door dezelve er na toe, hier woonde enen andries burgers zagen enige donkere wolken w n w van het sneeuwgebergte, daar wy nu agter waaren in een grote kom, koomen en kort daarna kregen wy swaar donderweer dat met rukwinden grote hagel (voor 14 dagen waaren er wat westelyker met donderweer stukken ys van een vuist grote gevallen) en sware regenbuien van het noord westen opkwam, waarna het in een [halve] cirkel door het zuiden

 

naar het noorden trok. komende de wind als het uit het west noord west optrok fors uit den z:o: dit duurde grote vier uren waarna de rivier willende passeren, (zynde de wagen aan de overzyde) zulks door de sterke stroom en diepte ommogelyk vonden, het water viel sterk met sons ondergang dewyl dese rivier niet vertrowde proponeerde om er in den nagt (uit vrees voor meer regen) door tegaan dog myne twe reisgenoten waren er tegen, zo dat wy den nagt hier bleven

tegen den nagt hieuw de z: o: stofregen op. in deze rivier ook in de kleine en koenap zyn enige weinige hippopotamassen

 

15 DECEMBER 1777

15  met den morgen fris weer helder dog op de bergen nog donkere overblyfsels, de wind oost. reden door de rivier die wel snel liep dog niet diep of breed was, kwamen by de wagen droogden zo veel wy konden. en vervolgden onse cours n:w: t n passeerden een krants daar de visrivier digt langs loopt, daar wy de wagen moesten vast houden, gelukkig zonder omvallen. naar een uur arriveerden op een plaats van van stade aan de linker oever der visrivier, hadden van eergisteren avond, al gebroken en caro velde losse rosse grond, met channa bosjes, misembriantimums en euphorbias, sagen weer aan de bergen de voornoemde euphorbia boom, daar men zegt dat de hottentots hun ergste vergift uit halen. peilde de hoek der Com of sneeubergen in het z z oosten, en onse gehele cours van kruger n w t n onse verdere coaurs aan de kop van een berg by de tarka n:o: t n de visrivier loopt hier om de hoek der sneeuwbergen, dewelke hier noord oost uitschiet dan z w en z. tot na voorn erasmus. dan noord ten westen nog 12 a 14 uren daar hy in diverse spruiten uit de sneeubergen niet ver van eenen meintjes en willem burgers, digt by de Rhinoster berg die van de andere zyde der sneeuwbergen gesien heb; koomt, dog krygt nog spruiten uit de bergen aan dese zyde der voornoemde rode bergen. de tarka komt zo ver ik hier kon pylen uit het n:o: en loopt een half uur n:t:o: van hier in de visrivier, dewelke hier met vele draajen z o door de kom loopt. tot dat phrens rivier met hem zuid aan loopt. gingen in de visrivier met een kleine zegen vissen, vongen enige vissen die als een grote harder waaren als in de kleine visrivier. er waren vele wilgebomen zo als men in gelderland hiet rysweerden hout, daar men hoepels van maakt. de barometer gaf 27 - 2 1/2. vertrokken om half vyf, noordoostelyk langs de linker oever der tarka reden eerst wat o:n:o: toen noordelyker en quamen met zons ondergank, daar wy de tarka passeren moesten, dese rivier

         

had als allen steile oevers dog was smal en niet sterk lopend veel kleinder als de visrivier, zy liep hier regt uit den n:o: na het z w, zo gezegt is in de visrivier. passeerden de zelve gemakkelyk en spanden de donker invallende aan de overzyde uit. sloegen de tent op. onse gecoppelde cours van van staden is n:o:t:n: twe uren distantie. het terrein gebroken veld losse rosse kleigrond meest weinig rysende grond vele muise gaten, ganna bosjes, doornbosjes, en misembriantimums. het weer continueerde goed en koel z:o: en in den avond z: wind.

[douw gepasseerde nagt met een heldere maneschyn]

 

16 DECEMBER 1777

16  vertrokken naar myn van van staden gepeilde berg [n:o:t:n:] seer schoon aangenaam weer. z:o: koele wind. de barometer gaf hier om seven uren s'morgens 27 d - omtrent 3 t. schoon wat hoger zynde als daar gisteren peilde. arriveerden na vyf uren distantie n:o:t:n quamen aan de laatste plaats in dese streek, daar enen van den berg woonde, ook goed koorn zaayde. vertrokken in den agtermiddag een uur z o na tarkas oever om de wagen op te zoeken die langs den oever voortgetrokken is zagen dezelve aankomen en vervolgden onse weg n o met deselve

hebben vandaag alles gebroken veld gepasseert, en enige lage bergen die van tarkas bergen na sneeuwbergen toe schieten, dit veld begind ook meest vlak te worden als aan de andere zyde der sneewbergen met klipkoppen hier en daar men trekt ook door poorten om en door dit gebergte, hebbende ook als de sneewbergen vele platte plaatsen boven dog niet so hoog. ook de stratas, en voortbrengsels, zynde er weinig of geen hout. zagen het gebergte, dat aan de noord zyde van het cafferland loopt, hier agter de sneeubergen een begin neemen, hadden het vandaag op een uur distantie z:o: van ons, lykende so als gesegt is net als de sneeuwbergen dit is het land dat in de caart van wentzel het dgawas land hiet, dog hy is er niet zo ver als ik nu hier ben in geweest en ik heb die natie nog niet kunnen vinden, de hottentotten die aan de sneeuwbergen en visrivier by de boeren woonen zynden er daar gene anderen hietende sig cora dus in het meervoud coranas hieten [alle] dese hottentotten hei hei tini, het gene, zonder caros voor hunne schamelheid lopende menschen, betekent. zag er enigen van by de caffers en by onse boeren, dog het waaren [alle] regte zogenaamde bosjesmans hottentotten, agter de caffers legt ene craal welkers capitein zy zeer vresen, hietende aree zynde links omdat hy links schiet.

 

zy waaren schraal en klein over het geheel. alle bosjesmans of binnenlandse hottentotten worden van de boeren chinesen geheten, en zyn so ver ik tot nog gezien heb de zelvde natie, verschillende in dialect na de distantie. heb vandaag en ook in het cafferland verscheide oude hottentots graven gezien, ook hebben de rivieren in het cafferland so ver ik gehoord heb hottentots namen, denke dat de caffers zo wel als wy zig verder uitgebreid hebben, zeggende de caffers dat sy en al hun vee van de mtamboenas lant komen. sagen vandaag enige struisen met vele jongen, enige hartebeesten, en twe a drie spring en steenbokken. de wind wierd tegen den middag z:w: zeer schoon helder weer. myn voornemen is nu verder noordelyk aan te gaan

en dan verder zien wat doen kan, Jan durand hannes de beer en hannes meintjes, hebben de reis met my aangenomen. wy hebben myn wagen en tien ossen, agt paarden, en agt hottentotten. dese natie met ons in vyandschap levende, zyn wy zeer op onse hoede zal alles aanwenden om er enigen te spreken, om te zien of dese wilde oorlog niet ten einde kan gebragt worden, de bewoonder van dese laatste plaats is voor omtrent een maand door een deser chinesen met zyn basterd hottentot op de jagt zynde, en hem [ook] Jagende gerancontreert hebbende, aan het hooft en de basterd aan de neus met een vergiftigde pyl gekwest, de Chinees is na veel moeite doodgeschoten. zagen tegen sons ondergang iets dat na een leeuw geleek, de beer en ik reden er na toe en vonden het een pronkende wilde paauw, die op een mierhoop zat. spanden by de tarca uit, en sloegen geen tent op om dat de grond te klippig was voor de pennen. hebben van daag 6 uren n:o: Geavanceert, rysende dog langsaam

 

17 DECEMBER 1777

17  gepasseerde nagt mooy weer met maneschyn, ben nat bedauwt geweest, niets ontwaar geworden, schoon ik van nagt, die waken moesten besoekende, alles in diepe rust vond, zynde als naar gewoonte paarden en ossen by ons vast gebonden, en alle geweer gereed. desen morgen mooy weer geen wind belovende een hete dag. trokken n:o: [door de vlakte] nog langs de tarka. het gebergte dat nog n: uitstrekt dog lager word aan myn regterhand, dat n: van de Caffers legt hiete ik Companies welvarens gebergte, de bergen die digt by dit gebergte met ruggens loopt, aan de linkerhand

 

tot aan de sneeubergen loopt hete boers gebergte na de fiscaal passeerden na twe uren een kleine rivier, die van boers gebergte z o in de tarka loopt, hiete deselve starings rivier na de equipagiemeester, passeerden hier by de tarka, omdat deselve hier te digt by boers bergen langs een krants liep. reden voorby die krants aan de linkeroever, zoekende om deselve weder te passeeren al so zo noordelyk op wilde steken als doenlyk, na lang zoeken, vonden na twe uren verder een goede drift zynde een klipplaat daar wy geen half voet water dog frisse stroom hadden, spanden aan de overzyde by eene fontein dewelke na mevrouw charlottes fontein van pletteberg noemde, synde vol van zoet water [ook met riet als hier overal beset] dat ons wel te pas kwam zynde dorstig door het hete weer, na twe observaties met de barometer die 26 d - 6 t gaf, en ons wat verfrisd te hebben vervolgden wy onse cours, noord aan, hopende haast wilt te schieten also onse proviand schaars is. na een uur rydens schoten by een rietfontein een oerebi, liet hem tekenen en mat hem, vervolgden onse weg [wel?] rysende veld, quamen na twe uren rydens by klipperige [lage] berg, daar wy door een poort over en door passeerden. op een dier bergen stond de barometer 26 - 1

om ses uren fraai helder weer zuide koele wind, over dese ruggens zynde quamen wy by een rietfontein daar wy uitspanden. in dit riet hieuwen so veele swaluwen, dat sy in grote swermen de lugt swart maakten, na wat heen en weer gevlogen te hebben namen zy hun verblyf weer in het riet, onse cours is van mevrouw van plettenbergs charlotta fontein noord drie uren geweest. peilde van de barometers heuvel onse cours van de visrivier [jacob] erasmus n n o, zagen de noordelyke punt van bamboes gebergte noord distantie ses uren

dit gebergte is van de hoogte en gedaante van dese zyde als het reusen Casteel in de camdebo, en schynt een en het selfde gebergte met Companies welvaren, de tarka agter [na?] de bamboes berg, de togtgangers hebben hem dus genoemd na een soort van riet dat er hier en daar in de kloven opgroeid hebben dus zeven uren noord noord oost iets oost geavanceert het veld rysende met hoger koppen als agter sneeuwberg dog hetselve terrein, dan een gebroken dan caro veld dog veel geheel grasveld met riet fonteinen en regen water kuilen op de rysende gronden klippen in de vlaktens gene, vele mierenhopen en in de bosjesveld [caro] of gebroken hobbelig veld vele miereneters gaten, en byna geen hout om een pot eten te koken, rosse losse stoffige kleigrond gene bloemen, in de caro enige misembriantimums vele euphorbias. zagen enige springbokken en hartebeesten en elanden dog ver. de wind is met de son opgestoken en fris z z w geweest byna geen wolk aan de lugt en zeer heet. geen wilden dog hunne voetstappen en uitgeholde mierhopen gesien