| Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26] |
den 23
hebben het van nagt zeer kout gehad met een z:o: [frisse] wind die
aanhoud de honden zyn zeer inquiet geweest
dog hebben
niets vernomen, als het geluid van een [oude] coagga, dat na het blaffen van
verre van een kleine hond geleek. het voornoem rode gebergte schiet hier met
heuvels uit de schuilhoek genaamt aan wiens west zyde een kleine rivier loopt,
waarin de voornoemde fontein loopt, dit riviertje hieten de Jagers [mede] na myn
naam; na dat de Jonge coagga uitgetekent was, de paarden naar het water gegaan
zynde, liep hy het velt in weg. vertrokken z w t z aan en kwamen in onse weg die
wy gekomen waren, dog reden nu veel in de rigte, zagen veel noes. enige spring
en bonte bokken schoten twe springbokken, in een schoot dog kregen maar ene.
wierden veel door de zogenaamde blinde vliegen geplaagt. quamen heel
uitgehongert by een lekker ryke fontein die ik princes wilhelmina fontein
noemden, daar wy onse springbok met een stuk zeekoey spek opaten, zonder een
stuknatelaten, waarna wy voortrokken tot de zogenaamde Champagnes poort rivier,
daar wy niet
ver van onse
vorige plaats vernagten, dog geen bosjes vonden om vuur te maaken, dus moesten
wy dezen nagt zonder vuur doorbrengen. het terrein was als het vorige, het weer
op den middag en door den dag excessief heet met een stille ooste wind tegen den
avond seer kout met een frisse zuid oost. quetsten een hyaena dien wy te paart
injoegen dog raakte weg in het gebergte hy loopt als of hy van agteren styf was.
al galloperende
24 hebben van
den nagt zeer kout gehad zonder vuur, z:o: [wind] egter niets vernomen, waren
nat door den dauw. vertrokken zo dra den dag aanbrak, al z w t z aan zagen zeer
veel coaggas, [en] noes, ook tamelyk springbokken en enige weinige bontebokken,
quamen na vyf uren distantie op onse vorige plaats van stefanus smit, zagen
aldaar vier vellen van ossen de welke door de vergiftige pylen der bosjesmans
even na ons vertrek gedoodt waren, hebbende zy met nog vier beesten de vlugt
genomen, ook hoorden wy dat zy by enen krieger ook in dese streeken, vyf beesten
in die tydt weggenomen hadden
vertrokken,
vier uren z z w na de plaats van andries peter burgers, waarna wy nog den
zelvden avondt laat op de plaats van tjart van der walt, onse beste schutter,
arriveerden. hebbende den gehelen dag sterk gereden, zo dat enige paarden flaaw
geworden zyn (in margine: zagen desen morgen een zogenaamde spoegslang hy was
omtrent drie voet lang geelbont de kop blies hy sterk op zo groot als een ey.
schoon het lyf zeer dun was hy scheen my toe iets na een brilslang te lyken hy
liep met het hooft opgeheft die by my waren waren bang om by hem te gaan
zeggende dat hy op drie trat verder venyn uitspuugt het welk zo men enige krab
heeft zo erg is als of hy byt, zo als van het paard sprong om
hem dood te slaan was hy in een gat gekropen. zag ook een groot versch
zeekoei spoor dwars deur het velt, hy moet zeker 6 a 7 uren ver gaan om, by voor
hem, genoeg water te komen.)
den 25
met den dag reden wy z en z w lyk met drajen verder door en over het
sneeuwgebergte, een weg die meer in de regte ging als die wy gekomen waren, vond
de weg meer klippig met diepe dallen en hoogtens niet zo regulier met etages,
ook meer bosjes passeerden na twe uren distantie een klein riviertje, het
riviertje genoemt, by het welk een ledig huis stond het welk niet ver van hier
oost in de gaats rivier loopt hier by zag ik een oyevaar de twede die hier in
het land gezien heb, hore dat in maart en april verscheiden van die dieren hier
komen dog niet lang blyven. zag een kleine trop springbokken, en een grote
zogenaamde hartebeesten dog niet onder schoot; reden sterk door en arriveerde
omtrent middag op de plaats van karel van der merwen, daar wy te voren geweest
waren, waarna wy [langs] ons eerste pad de sneeuwberg weder afreden, en omtrent
drie uren s'agtermiddags op de plaats van de beer arriveerden zynde dese togt in
dertien dagen verrigt. desen gehelen dag is het aangenaam klaar weer geweest met
een zagte zuide wind, zynde het koel op het gebergte; dog in de laagte komende
vonden het warm, de vliegen beginnen ons te plagen.
den 26
bleef op de plaats van de beer naar de wagen wagten. allerschoonst weer
met een koele zuid oost de vliegen beginnen sterk te plagen. ging om springhasen
of gerboos te vangen, het geene dus toegaat, dit dier houdt zig op in de grond,
in gaten met pypen als een konyn, ordinair digt by water, om het gras, en doet
veel schade in het koorn, dewyl men om de droogte in dese streeken het water dus
leid, dat men het dagelyks door het koorn en wyngaart laat lopen, laat men het
water in de gaten deser dieren loopen, die er dan uitlopen en dus nat zynde door
honden of menschen gegrepen worden, somtyds verdrinken zy er in, ook zoeken zy
door van binnen aarde in de pyp te krabben het water te hinderen by hun te
komen, konden er geene vangen. men eet ze als een haas, hun springen is zeer
geexagereert synde drie passen het verste dat men hun siet springen. hier zyn er
vele. zag enige hottentotten, die en mannen en vrouwen benen of rieten, 7 a 8
duim lang door het tussen schot der neusgaten droegen, een dunne pypesteel dikte
zo doede de bosjesmans of chinesen.
27
allerschoonst warm weer weinig zuidelyke wind. omtrent drie uren in den
agtermiddag een sterke donderbuy, die een groot uur duude uit den n:w: met regen
vlagen, waarna de wind weder z:o: ging, met enige regen, de wagen arriveerde
omtrent dese tydt, Van sneeuberg, spande het grote hippopotamus vel uit om te
drogen, zoutende het op nieuws. sonder dat, kan sulks ommogelyk om desselfs
oliagtigheid bewaart worden maakten alles klaar om morgen te vertrekken. omtrent
agt uren des avonds, weder een sterker donderbuy uit den zelfden hoek, die met
forsse regen den helft van de nagt aanhield regenende het nog met z:o: desen
nagt, uit de donder wolken die door de wind terug gedreven worden.
28
z o in den vroegen morgen regen, dog klaarde met de zon op, koel weer
z:o: wind. vertrokken twe uren z ten oosten aan, repasserende de plaats van
cristiaan opperman daar wy [agter] de swarte rivier, een moye cascade sagen
maken, namen onse cours o z o aan na vier uren distantie quamen op de plaats van
enen venter, waarby wy [eerst] de swarte rivier waarin de kleine sondags rivier
hier by ingelopen was en een quartier daarna de gats rivier passeerden. zynde
allen zeer ondiep. arriveerden om agt uren des avonds op de plaats de fontein
van greve waar wy vernagten, onse cours is geweest eerst twe uren z:t:o: daarna
agt a negen uren o z o houdende het sneeuw gebergte, al aan onse linkerhand dan
eens wat nader dan wat verder dog meest op een paar uren, dog er springen ook
ruggens uit die nader zyn
hebben dus de
camdebo verlaten en hiet dit, onder sneeuberg op onse regterhand zag niets als
een vlak afdragend velt met enige lage bergen, ook gingen wy afdragende, tot
daar de voor noemde kleine riviertjes doorlopen waarna wy meest vlak dan eens
rysende dan dalende door caro velt trokken, waar wy grote troppen springbokken
zagen en ene trop van by de hondert noes ook enige hiergenaamde hartebeesten,
dog hielden zig meest buiten schoot, zag ook twe secretarissen, en twe Jakhalsen
die agter de springbokken Joegen. dit gehele velt is welversien van
polipentaden. omtrent een uur van greves plaats word het caro velt seer
boscasieagtig, dog de struiken niet hoger als tien en twaalf voet veel
cotelidons, die [men] hier spekbonen noemt, hier onthouden zig veel buffels
coedoes, en ook leeuwen, hebbende zy voor ses maanden nog een wagen op hol
gebragt, also wanneer de beesten of paarden zo een dier ruiken, gaan zy meest op
hol. vernamen niets, dog de hond sloeg twe driemaal in dit kreupelbos aan. het
climaat was hier warmer, met gehele swermen vliegen vooral in de huisen, dewelke
indien ze beten de menschen zouden delogeren, op de plaats van venter sneed men
het graan al.
het weer is
aangenaam dog warm op den dag en kout in den avond geweest, eerst zoals wy
voorby het reusen casteel raakten z w daarna den gehelen agtemiddag zuid en fris
z o tegen avond.
29
mooy weer oostelyke koele wind, de lugt hier en daar bewolkt. de tuin van
greve was in seer goede order vol bloemen groentens en vrugtbomen ook had hy een
wyngaard geplant die wel groeide, dog het huis was als de meeste een klein riete
of stro hut van een vertrek met klei of coemist besmeert.
vertrokken om
half negen o z o lyk aan, passeerden na een en een half uur distantie, de
[kleine] melksrivier die ook zuid oost in de sondags rivier loopt, daar na de
droge vlakke rivier drie uren verder ook als hy loopt, in deselve sondagsrivier,
daar na na vier uren de heemraads rivier, by de plaats [by bredecamp] van
meiburg, alle dese riviertjes komen uit het sneewgebergte, dat wy al oost
voortschietende op een uur, dan wat verder, dan nader aan onse linkerhand
hielden, voerden de paarden by ene pieter erasmus. (de gecommitteerden waaren
drie uren voor my uit.) reden tot onder de zogenaamde bruinshoogte, so na enen
de bruin genaamt, zynde een tamelyke hoge tak die ten z w en z uit het
sneewgebergte uitschiet, passeerden de blye rivier tussen pieter erasmus en
court grovelaar die drie uren van een woonen
waarna wy in
twe uren tot boven op bruinshoogte reden
dit wagenpad is
zeer steil op twe plaatsen, so dat wy de paardewagen vast moesten houden terwyl
zy poosden. de schemering was begonnen toen wy opwaren, peilde onse gehele cours
tot hier o z o, waarna wy oost aan docerende [een en een half uur distantie]
afreden na de plaats van Jacobus potgieter, daar ik de gecommitteerdens aantrof.
arriveerden omtrent half negen, rekene twaalf uren regte distantie o z o tot
[op] bruins hoogte van greve een uur oost na potgieter, leggende ten zuid westen
een half uur de bosberg al het zelfde sneeuwgebergte een uitspringende berg,
zogenaamt om dat er een bos agter legt. de kleine visrivier komt hier uit het
noorden omtrent tien uren uit het sneewgebergte, loopt met vele kromme draayen z
oost en zuid aan in de grote visrivier omtrent sestien uren distantie, dit is
ook maar een kleine rivier. het terrein van greve was al dezelfd grond dan eens
caro, by de rivieren doornbossen veel misembriantimums in de caro en arctotussen
dan weer grasveld, by de bruinshoogte wierd het weder ruiger en by potgieter
waaren vele hoge doorn bomen. zagen van daag zeer vele springbokken en enige
harte beesten, schoten een springbok. ook een grote trop gieren, die een dode
springbok afkloven, onder deselve waaren twe swarte. het is den gehelen dag
allerschoonst weer dog warm geweest met een oostelyk windje; vonden in de huisen
vele vliegen. en het koorn meest ryp.