Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26]

 

20 NOVEMBER 1777

den 20  hadden niet veel gerust schoon het met tussen posingen geregent had [met weerligt] was het velt droog, vernamen niets. gingen de andere zeekoei uitslepen de regen vlagen continueren dese morgen met o n o weinig wind, konden dat dier dat een grote bul was, niet met ons allen uittrekken dog hem na de wal getrokken hebbende, sleepten wy hem met 10 ossen op de kant, mat en tekende hem, en gingen hem afslagten om indien mogelyk het vel te bewaren, hebbende de jakhals gepasseerde nagt de koei geschonden. gingen van daar n:o: omtrent drie uren de rivier af die met vele bogten, diep loopt.

passeerden een gat, (zynde die rivier so als gesegt is, niet als hier en daar seer diep en tamelyk breed, met steile oevers hier en daar dat men er om laag by kan komen meest door de hippopotamus paden, zynde met riet als in europa en niet zo als die [rivieren] aan de andere zyde [der sneeuwbergen] daar geweest [ben,] met palmieten) daar wy een zeekoey in dood schoten en verder reden, komende by een twede daar vyf of zes en twe kalven in waren die mede geschoten wierden, dog er wierden vele schoten gedaan doordien de eerste schoot voorby zynde dit dier, somtyds maar even de neus uitsteekt, en schoon hy de kop uitsteekt is het een ogenblik, na dat de dieren gesonken waaren, zo als zy naa hun doodt direct doen, reden wy terug na onse wagens vonden het vel byna afgeslagt hielpen het verder, examineerde de ingewanden die zeer groot en als het hele dier moeyelyk en onhandelbaar zyn te examineren, makende de genen die helpen moeten en niets uit zele doen verdrietig, het geen veel hinderd; zal hier alleen maar annoteren, dat vier magen en met een weinig feuilliet een galblaas, een hart met het foramen ovale gesloten, het welk een voet lang drihoekig en elf duim breed was, lykenende het ingewand meest na dat van een koeibeest, dog niet in alle delen. de testicules groot en onder het vel digt aan het lyf op de plaats daar een bul ze heeft haalden de wagens en laaden met ons 14 na veel moeite het afgeslagte vel met kop en poten op de wagen, reden door een plaats over plettenbergsrivier, waarby een verslagen hottentots kraal leggende er enige koppen, waarvan ene voor professor camper me nam. by en rondom dese rivier is het vol klipbanken en miereneters en bosverkens gaten. en iets ruiger van lage bosjes zo dat beter vuur konden bekomen, als daar wy gepasseert zyn, hebbende niet dan met moeite struiken tot vuur by een gekregen, vernagten daar wy de eerste zeekoei geschoten hadden. het is dese dag zeer heet geweest met tussenposingen zomer regen vlagen met donder van verre dog in den agtermiddag, sterke regen hagel en swaar donder weer altoos met rukwinden [trawaten] verselt maar een groot uur durende, dog de regenvlagen continueerde alles uit noorden en n:o:. aten van een zeekoey, dog het vlees was zeer taay. de jakhals jelpe veel rondom ons

 

21 NOVEMBER  1777

den 21  gepasseerde nagt heeft het warm geweest en weinig zoals ook nog dese morgen nu en dan geregent stil n o lugtje bewolkte lugt sag grote swermen swaluwen overvliegen.

 

gingen om te sien wat wy geschoten hadden vonden vyf hippopotames tegen het riet [doodt] dryven, gaven orders tot afslagten en insouten, ging met Johannes de beer en myn hottentot nog twe uren de rivier n o afryden om te zien of wy geen wilden konden te spreken krygen. vonden hier en daar oude fuiken en hopen mosselschelpen zagen enige grote [water] krabben, ook verscheide gaten daar de wilden miereneiyers en jongen mieren om te eten gegraven hadden, sprekende dat verwondert was dat wy geen crocodillen aantroffen, sei my de beer dat er grote waterhagedissen waren, waarna in het water iets ziende leggen dat even nu en dan boven bloes, zei ik dat het een zeekoei kon zyn, hy dagt dat het geen was, waarop tot op ses treden by het selve naderende en deed myn schoot waarop het blasende dook, ziende ik dat de kogel schoon in het water geraakt was, terwyl de beer dagt dat het een crocodil was geweest, kwamen er drie en daar na nog een hippopotamus de kop bruisende door het adem halen bovensteken, so dat wy zagen dat zy het waren geweest, kort daar na liep er een digt by my uit het land op, ik wilde niet schieten om het plaisier te hebben hen te zien lopen en liep hem na, hy liep op een logge draf iets als een verken het hooft wat voor over hangende, een mensch kan hem inlopen dog moet seer rat ter been zyn, de beer zeide dat hy selve dog voor een korte poos kon galopperen dog alles log. hy liep in het riet naar een andere kuil der rivier zynde zeker in de neus gekwetst, als zy gejaagt worden lopen niet geheel op het land maar wel door het riet daar moeras of water onder is van de ene kuil in de ander, so als nog twe deden, de vierde, kwam boven en na de beer kykende, had tyd om toe te lopen en hem in ene schoot tussen oog en oor, doodt te schieten so als wy aan zyn spartelen en na de grond zinken zagen; waarna also wy nu zo veel spek hadden als laden konden niet meer schieten wilde schoon het hier hoe meer noord oost op hoe volder van die dieren wierd; de rivier die men door zyn holle loop niet dan wanneer men twintig a dertig pas af is kan zien, moet zomtyds magtig met vele drayen swellen, so als aan de opdrift zien kon. zy heeft veel dog slegte vis en veelerley watervogels. keerde te rug om den ingewanden van dit dier nog eens te examineren waar den dag mede doorbragt.

   

en vond dat nooyt enig ander voedsel dan gekauwt gras of riet gedigireert en in ieder sak verschillende van kleur in de maag sat, syne mist is wel kort egter op lang na niets als van een os, so dat hy schynt half te rumineren of als een dier te zyn tussen de ruminerende en paart rinoster of oliphant

 

het heeft den heelen dag uit den n:w: en n: nu en dan gedondert en geregent, onse jagers bespeurden digt by ons een trop elanden en buffels spoor, al wat doen kende om hen te persuaderen niet meer te schieten, zeiden zy nog vellen van doen te hebben, en gingen er op los, schietende nog ses van die dieren doodt. ook nog een hippopotamus. hadden vandaag al vier afgeslagt, een koei die een kalf in had dat liet insouten. het had de groote genomen van de grote bul die eergisteren schoot, de anderen waren niet so groot zy had soete melk in haare twe kleine spenen die nu iets groter waren dog geen uithangende uier. tegen den avond sag een onser hottentotten een wilde of zogenaamde bosjeman hottentot door het velt lopen, dog niet digt genoeg om hem te beroepen, zag een jonge van hun, die by een boer waarvan hy gevangen was in een commando, hier op hunne manier een natuurlyk mes maken daar hy het vlees mede en zeer wel te stuk sneed, zynde een riet dat hy opspalkte, en ieder reis als het stomp wierd weder een stuk aftrok met zyn tanden

[wierden desen avondt door lang benen geplaagt, dog niet so erg als in holland, schoon van de selvde soort.]

 

22 NOVEMBER 1777

den 22  gepasseerde nagt hebben wy weer een sterk donderweer uit den noordwest gehad met een sterke regenbuy, also myn tent een puntig yser boven aan had, gooyden over hetselve een vogtig vel. onse honden zyn zeer in quiet geweest zo dat op de sterke reuk der geschotene dieren enige wilde dieren moeten naby geweest zyn, hooren alle nagten de Jakhals. fraay weer van de morgen, met een koele frisse weste wind. gingen nog de overige hippopotamussen afslagten. [kapten de zogenaamde stenen zynde de benen by de ogen uit.] hebben nu in het geheel negen geschoten drie bullen en ses koeyen waarvan twe met omtrent voldragen kalveren, de anderen hebben niet geopent, [de tyd ontbrekende] dog na gissing sullen nog meer beset zyn geweest. men schiet ordinair, volgens het getuigenis der boeren meer koejen als bullen, of dit komt dat de bullen by een gat de overigen verjagen, also sy zeer sterk samen vegten, dan of er minder bullen zyn weet niet zeker dog het eerste geloof ik, door dien [ook] de twe kalvers bullen waren. over dese plettenbergs rivier legt ten noord n: oost een gebergte oost en west omtrent ses uren strekkende, dat niet so als al het gebergte hieromtstreeks hoog is, onse Jagers hieten het het Gordons gebergte hier in segt men onthouden zig ook hottentots. ben heen en weder gereden en geen ene kunnen zien, dog vond enige giftige pylen en een korte assagaay, na gedagten

 

(in margine: allen maar een kalf. kan de tyt hunner dragt niet bepalen.)

 

in haast agtergelaten. [doordien in den nagt op het geblaf der honden, een schoot deed.] onse boeren deselve vertonende, zeiden dat de bosjesmans ons gepasseerde nagt bespied hebben, en dat daarom de honden zo geblaft hebben; konde myne reisgenoten niet persuaderen verder te gaan, zeggende bevreest te zyn dat de bosjesmans [hun] vee te huis zullen wegnemen, zo dat wy tegen nademiddag gereed zynde, z z west aantrokken, zynde verder dese streek uitgeweest als zelfs enige commando zonder niet meer als ene wilde, door onse hottentot gesien te hebben

het velt daar wy doorreden was weder vol gras en door de regen iets groender, [laag] klippen op de hoogtens, gaande omtrent vyf uren voort iets, dog zeer weinig [ ? ], sagen enige noes waarvan er een bul schoten, vongen een haas, die hier als in europa dog wel een derde kleider zyn, [en] een Jonge sogenaamde steenbok.

een trop coaggaas ziende, joegen erna toe, zy liepen te sterk, dog een jong van de trop afrakende, joegen wy er by en het arm dier, dat omtrent een maand out was liep met de paarden [zonder vast maken] mede tot onse uitspan plaats, roepende nu en dan met een gejelp dat, na dat van een jakhals geleek, zyn moer, vonden een grote [diepe] brakke fontein rondom met lang riet begroeit vol met watervogels, en oud zeekoey spoor, joegen er twe hyaenas uit dog sy liepen te sterk, en schoten op een otter, hier spanden wy uit, hebben van daag een schone koele dag gehad, met een w n w wind, zagen in een verafgelegen heuvelagtig gebergte regter ons een rook, zynde een signaal der wilden zo de boeren zeiden, zagen ook enige springbokken en patrysen. dese fontein wierd gordons fontein genoemt wierden weder door de lang benen geplaagt, dog de wind door het zuiden lopende wierd het koel en zy vertrokken