Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26]

 

12 NOVEMBER 1777

den 12  sware regen den ganschen nagt en vroegen morgen

hier uit den zuiden dog over de bergen was de wind west met regen kout weer, het welke continueerde tot laat in den agtermiddag, wordende het mooy stil weer en een fraayen maneschyn avond. prepareerde my om morgen een tour over de sneeuwbergen in het wilde bosjesmans land te doen, om te sien, wat er kon gedaan worden om vrede met hun te hebben, en om te sien of er enigen te spreken kan krygen.

 

13 NOVEMBER 1777

den 13  goed weer enigsins bewolkte lugt, de weinige wind zuidelijk, vertrokken om tien uuren noodwaards en beklommen te paart, en met een ossewagen het sogenaamde sneeuwgebergte in hottentots noa gore. kon niet seggen wat het betekende, dit is het regte hottentotsland dewelke oesjswana of ook saana sig selven noemen dog bosjesmans of chinesen door ons. passeerde een half uur van de beer, aan de weg een ronde heuvel steenen, 20 voet diameter, zynde het graf eener capitein van de camdebos hottentotten, Coranas natie genoemt, dewelke hier by door een oliphant gedoodt wierd, nu syn hier geen meer van die natie als enigen by de boeren. begonnen langszamerhand

 

te klimmen, kwamen, op de eerste etage, (kunnende de bergen hier niet beter genoemt worden, want na enigen tydt geklommen te hebben, komt men in grote platte vlaktens drie vier uren in de omtrek met heuvels of koppen omgeven, waar in gras groeit en in geheel geen bosjes of hout, hier en daar aan het hangen in de kloven groejen harstagtige lage struiken dewelke de inwoonders branden. Sag gene bloemen als gele iriassen en witte en gele arctotussen. waarna men weder op klimt en dan weder in een verdere diergelyke vlakte komt, lopende er ordinair een riviertje door het midden met een waterval, dit continueerd, vyf of zes vlaktens dan komt men op de bovenste, ook met koppen omgeven, de stratas van onderen tot boven en en de verdiepingen der vlaktens leggen surprenant horisontaal, en de rotsen regulier, en meest alles met gras begroeid, en met een tamelyk dikke laag klei de vlaktens bedekt, dog die klei is brosser en met vegetale aarde vermengt, dese bergen syn seer uitgestrekt van het oosten na het westen, dog niet dan vier a vyf mylen breed van het zuiden na het noorden boven op, dog loopt zeer ver docerende na het noorden maar hier veel af. het legt hooger als enig gebergte rondom uitgenomen [steil naar het zuiden] omtrent tien uren oost ten noorden van hier daar het gebergte nog hoger schynt, (het speet my zeer dat myn barometer nog niet gearriveert is.)

het sneewt hier somtyds mans lengte diep in mey juny July, [uit den n:w:] dan trekken de hoogste in woonders lager af. dit is het eerste gebergte in dit land dat bewoond gevonden heb.

om twaalf uren kwamen wy op de eerste plaats, waar door de kleine zondags rivier lopende uit de bergen ten westen begint, en oost aan zo gesegt is te zaamen met de swarte camdeboos en brakke en gats rivier, die hier mede een uur van daan ten n o uitkomt, de grote sondaagse rivier formeren. (in margine: reden door deselve) hier lag de plaats van eenen koekemoer, de vlakke kom aan sondags rivier geheten. de plaats van basson lag van hier z:w:t:z:. na dese plaats gepasseert te hebben begonnen wy steiler te klimmen, zynde op zommige plaatsen zo veel de ossen konden doen, en zeer gevaarlyk, want de wagen om vallende zou drie vier honderd voeten na beneden vallen omtrent half drie [uuren], waaren wy boven op de hoogste etage, men heeft hier geen gesigt als na de vlakte tussen camdebos berg, reusen casteel en de andere bergen een smalle streep daar de voornoemde rivieren in een lopen, want het gesigt is door de platte verre uitge

 

strektheid der berg en door de overal rondom leggende heuvels gehindert, het lykt hier veel na de grasige vlakte van de tafelberg, hier lag de plaats van enen van der merwe daar tamelyk goed koorn groeide. schoot hier een fraje swarte en rode zogenaamde vink; dog desselfs staart was niet als de anderen by de caap, dog drie maal so lang als zyn lighaam, tot nog noord aan gegaan zynde, trokken wy west ten noorden anderhalf uur alles grasige vlakte, waar wy niets dan enige paarden der inwoonders zagen lopen. (uit hoofde der ziekte en sterfte der paarden in de droge tyd in de camdebo, sturen als dan die inwoonders deselve boven op sneewberg,) kwamen by de plaats van eenen venter, de droge heuvel geheten hier zag een vel dat voor een mannetjes hiena kende. men houd ze het beste voor onder de zadel te leggen voor het drukken van het paart. trokken een half uur west en toen een groot uur z w weder docerende af na een lager [leggende] vlakte, en kwamen om seven uur op de plaats, van carel van der merwe, doornbos genaamt schoon er geen struik of bos is. dog verder na onderen staan de zogenaamde harpuisbosjes, doen de harst dien er van dese bosjes koomt onder teer om de wagens te teren. uit gebrek van hout koken de inwoonders somtyds hun eten met droge koemist of het net van een schaap met een weinig hout of mist.

het meeste daar de inwoonders van bestaan is schapen die hier vetter als de beesten groejen. vond het hier alles in rust omtrent de bosjemans. dog verder ten westen hadden zy, zei men, schapen van enen villier gestolen en de vee wagter dood geslagen. dese [zogenaamde] boesmans of chinesen hebben een fameuse capitein koerikei, of kogel ontsnapper genoemt. dese koerikei riep tegen de velt wagtmeester van der merwe, zo hy my vertelde, na een actie die hy commandeerde, buiten schoot op een krants staande. wat doet gy in myn velt, gy neemt alle plaatsen daar de elanden en wilt zyn, in, waarom bleef gy niet daar de zon ondergaat, daar gy eerst waart, van der merwe riep waarom hy niet als te vooren in vrede bleef, en met hun op de jagt gong en woonde, (hy had by de boeren gewoont.) of hy geen velt genoeg had, hy antwoorde dat hy zyn geboorte velt niet wilde verlaten, en dat hy hun veewagters

 

dood sou slaan en hun allen verjagen zou, zeggende verder weg gaande, dat men zien zoude wie het winnen zou. het weer was zedert wy op de berg zyn kout betrokke lugt z:o: met sterke wind.

de inwoonders hebben hier slegte huisen meest een lang werpig vertrek, een venster en een deur dog maar van riet zo dat het er kout en morsig is. hier is seer goed water.

 

14 NOVEMBER 1777

den 14  s'morgens betrokke lugt enige mistige regen en kout

de wind n: oost dog omtrent agt uuren helderden het op konden niet voor nademiddag, vertrekken, door dien de ossen ver weggelopen waaren, vertrokken, eerst n:o: tot op de eerste etage, daarna n n oost, en quamen zagt afdragende in twe uren daar het terrein, schoon op de berg, weder caro wierd, reden tot in een andere vlakte op een plaats [van de koker] twe fontein genaamt waarna wy een en een half uur n:w: op de plaats de soete rivier genaamt [by grisel, een Deen van geboorte] om agt uren quamen. op beide dese plaatsen groeide tamelyk koorn, zynde goede veeplaatsen, vooral zoals op dese gehele sneeuberg, voor schapen; het wierd veel warmer toen wy laager kwamen; Onse gecoppelde coers is van daag n:n: oost seven uren distantie geweest. het weer is zeer goed geweest de wind n o, en noord niet sterk.

 

15 NOVEMBER 1777

den 15  s'morgens vertrokken omtrent agt uren. mooy weer frisse noorde wind. reden oost, dan z o en noorden door de vlaktens tussen de bergen al docerende afgaande, kwamen na twe uren op de plaats van tjart van der walt.

vertrokken naar iets gegeten te hebben weder noordelyk dog met draajen omtrent drie uren, en quamen by de plaats van willem burgers, hier quam een swaar donder weer uit het noorden ons over vallen, so dat wy drie uren hier vertoefden, het woey een vehemente dwarlwind, en de slagen volgden als een schoot op het weerligt met weinig regen. (in margine: al op de zelvde manier door vlakke kommen afdalende na den donder komt de regen veeltyds uit den z:oost: de wind liep dese dag tot in het oosten koel weer)

waarna wy [eerst] door een moerassige valey,[met mooye maneschyn] na vier uren op de laatste plaats arriveerden, drie [twee?] fonteinen, aan de crane valey (in margine: synde hier 20 de Boer seyde somtijds tot 400 kranen by een.) van stefanus smit synde dese plaats [in] een zeer uitgestrekte vlakte gelegen nogtans moeten wy noordop nog meer afklimmen

hebben hier de sogenaamde kleine tafelberg in het w n w op de distantie van een half uur, en de rhinoster berg 7 a 8 uren in het o:z:o:. onse gecoppelde cours is van daag noord oost. omtrent 7 uur regte distantie.

 

examineerde den 12 een hottentottin vond het nakeley als de anderen dog de twe afhangende labia waren drie duim ieder lang, het vel was seer elastiek als zy los hingen waren zy ieder een duim breed, en een quart duim dik, dog kon deselven ieder in debrete tot derde half duim uitrekken, sonder dat de lengte byna iets verloor, dan scheen het twe vleugels.

kreeg gisteren een vel van een dier dat my seer speet dat geschonden was, mankerende klaauwen staart en tanden, hy was wit iets geelagtig van grond, gevlakt als een leopard dog had manen, hent was omtrent vyf voet lang, en word door de boeren een luipaart genoemt, zy zeggen hy heeft een staart als een hiergenaamde tyger, dog heeft geen intrekkende nagels maar als een hond, en is niet dangereus. men vind hier overal op de klippen zelfs al in de camdebo by de plaats van opperman, tekeningen der hottentotten van menschen dieren etc. de boeren hieten dese oeswana hottentotten natie, sinesen, zo dat niet weet wat van de opgegeven dgaawas natie, in buitelaars reis moet geloven. sy spreken hottentots dog hun dialect en ook vele woorden schoon klappende, uitgesproken verschillen veel van de anderen. zo dat zy malkanderen niet wel verstaan.

den 15  Zagen van daag enige weinige springbokken en rheebokken, ook ene struisvogel, de eerste die ik gesien heb dat tegen een berg opliep, dog keerde weder schielyk na de vlakte. het velt was van daag meest gras veld [al deselvde klei] dog zomtyds caro; en hoe lager wy kwamen hoe meer bloemen, iriassen misembriantimums moreas, en vele blaauwe violen.