| Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26] |
den 12
sware regen den ganschen nagt en vroegen morgen
hier uit den
zuiden dog over de bergen was de wind west met regen kout weer, het welke
continueerde tot laat in den agtermiddag, wordende het mooy stil weer en een
fraayen maneschyn avond. prepareerde my om morgen een tour over de sneeuwbergen
in het wilde bosjesmans land te doen, om te sien, wat er kon gedaan worden om
vrede met hun te hebben, en om te sien of er enigen te spreken kan krygen.
den 13
goed weer enigsins bewolkte lugt, de weinige wind zuidelijk, vertrokken
om tien uuren noodwaards en beklommen te paart, en met een ossewagen het
sogenaamde sneeuwgebergte in hottentots noa gore. kon niet seggen wat het
betekende, dit is het regte hottentotsland dewelke oesjswana of ook saana sig
selven noemen dog bosjesmans of chinesen door ons. passeerde een half uur van de
beer, aan de weg een ronde heuvel steenen, 20 voet diameter, zynde het graf
eener capitein van de camdebos hottentotten, Coranas natie genoemt, dewelke hier
by door een oliphant gedoodt wierd, nu syn hier geen meer van die natie als
enigen by de boeren. begonnen langszamerhand
te klimmen,
kwamen, op de eerste etage, (kunnende de bergen hier niet beter genoemt worden,
want na enigen tydt geklommen te hebben, komt men in grote platte vlaktens drie
vier uren in de omtrek met heuvels of koppen omgeven, waar in gras groeit en in
geheel geen bosjes of hout, hier en daar aan het hangen in de kloven groejen
harstagtige lage struiken dewelke de inwoonders branden. Sag gene bloemen als
gele iriassen en witte en gele arctotussen. waarna men weder op klimt en dan
weder in een verdere diergelyke vlakte komt, lopende er ordinair een riviertje
door het midden met een waterval, dit continueerd, vyf of zes vlaktens dan komt
men op de bovenste, ook met koppen omgeven, de stratas van onderen tot boven en
en de verdiepingen der vlaktens leggen surprenant horisontaal, en de rotsen
regulier, en meest alles met gras begroeid, en met een tamelyk dikke laag klei
de vlaktens bedekt, dog die klei is brosser en met vegetale aarde vermengt, dese
bergen syn seer uitgestrekt van het oosten na het westen, dog niet dan vier a
vyf mylen breed van het zuiden na het noorden boven op, dog loopt zeer ver
docerende na het noorden maar hier veel af. het legt hooger als enig gebergte
rondom uitgenomen [steil naar het zuiden] omtrent tien uren oost ten noorden van
hier daar het gebergte nog hoger schynt, (het speet my zeer dat myn barometer
nog niet gearriveert is.)
het sneewt hier
somtyds mans lengte diep in mey juny July, [uit den n:w:] dan trekken de hoogste
in woonders lager af. dit is het eerste gebergte in dit land dat bewoond
gevonden heb.
om twaalf uren
kwamen wy op de eerste plaats, waar door de kleine zondags rivier lopende uit de
bergen ten westen begint, en oost aan zo gesegt is te zaamen met de swarte
camdeboos en brakke en gats rivier, die hier mede een uur van daan ten n o
uitkomt, de grote sondaagse rivier formeren. (in margine: reden door deselve)
hier lag de plaats van eenen koekemoer, de vlakke kom aan sondags rivier
geheten. de plaats van basson lag van hier z:w:t:z:. na dese plaats gepasseert
te hebben begonnen wy steiler te klimmen, zynde op zommige plaatsen zo veel de
ossen konden doen, en zeer gevaarlyk, want de wagen om vallende zou drie vier
honderd voeten na beneden vallen omtrent half drie [uuren], waaren wy boven op
de hoogste etage, men heeft hier geen gesigt als na de vlakte tussen camdebos
berg, reusen casteel en de andere bergen een smalle streep daar de voornoemde
rivieren in een lopen, want het gesigt is door de platte verre uitge
strektheid der
berg en door de overal rondom leggende heuvels gehindert, het lykt hier veel na
de grasige vlakte van de tafelberg, hier lag de plaats van enen van der merwe
daar tamelyk goed koorn groeide. schoot hier een fraje swarte en rode zogenaamde
vink; dog desselfs staart was niet als de anderen by de caap, dog drie maal so
lang als zyn lighaam, tot nog noord aan gegaan zynde, trokken wy west ten
noorden anderhalf uur alles grasige vlakte, waar wy niets dan enige paarden der
inwoonders zagen lopen. (uit hoofde der ziekte en sterfte der paarden in de
droge tyd in de camdebo, sturen als dan die inwoonders deselve boven op
sneewberg,) kwamen by de plaats van eenen venter, de droge heuvel geheten hier
zag een vel dat voor een mannetjes hiena kende. men houd ze het beste voor onder
de zadel te leggen voor het drukken van het paart. trokken een half uur west en
toen een groot uur z w weder docerende af na een lager [leggende] vlakte, en
kwamen om seven uur op de plaats, van carel van der merwe, doornbos genaamt
schoon er geen struik of bos is. dog verder na onderen staan de zogenaamde
harpuisbosjes, doen de harst dien er van dese bosjes koomt onder teer om de
wagens te teren. uit gebrek van hout koken de inwoonders somtyds hun eten met
droge koemist of het net van een schaap met een weinig hout of mist.
het meeste daar
de inwoonders van bestaan is schapen die hier vetter als de beesten groejen.
vond het hier alles in rust omtrent de bosjemans. dog verder ten westen hadden
zy, zei men, schapen van enen villier gestolen en de vee wagter dood geslagen.
dese [zogenaamde] boesmans of chinesen hebben een fameuse capitein koerikei, of
kogel ontsnapper genoemt. dese koerikei riep tegen de velt wagtmeester van der
merwe, zo hy my vertelde, na een actie die hy commandeerde, buiten schoot op een
krants staande. wat doet gy in myn velt, gy neemt alle plaatsen daar de elanden
en wilt zyn, in, waarom bleef gy niet daar de zon ondergaat, daar gy eerst
waart, van der merwe riep waarom hy niet als te vooren in vrede bleef, en met
hun op de jagt gong en woonde, (hy had by de boeren gewoont.) of hy geen velt
genoeg had, hy antwoorde dat hy zyn geboorte velt niet wilde verlaten, en dat hy
hun veewagters
dood sou slaan
en hun allen verjagen zou, zeggende verder weg gaande, dat men zien zoude wie
het winnen zou. het weer was zedert wy op de berg zyn kout betrokke lugt z:o:
met sterke wind.
de inwoonders
hebben hier slegte huisen meest een lang werpig vertrek, een venster en een deur
dog maar van riet zo dat het er kout en morsig is. hier is seer goed water.
den 14
s'morgens betrokke lugt enige mistige regen en kout
de wind n: oost
dog omtrent agt uuren helderden het op konden niet voor nademiddag, vertrekken,
door dien de ossen ver weggelopen waaren, vertrokken, eerst n:o: tot op de
eerste etage, daarna n n oost, en quamen zagt afdragende in twe uren daar het
terrein, schoon op de berg, weder caro wierd, reden tot in een andere vlakte op
een plaats [van de koker] twe fontein genaamt waarna wy een en een half uur n:w:
op de plaats de soete rivier genaamt [by grisel, een Deen van geboorte] om agt
uren quamen. op beide dese plaatsen groeide tamelyk koorn, zynde goede
veeplaatsen, vooral zoals op dese gehele sneeuberg, voor schapen; het wierd veel
warmer toen wy laager kwamen; Onse gecoppelde coers is van daag n:n: oost seven
uren distantie geweest. het weer is zeer goed geweest de wind n o, en noord niet
sterk.
den 15
s'morgens vertrokken omtrent agt uren. mooy weer frisse noorde wind.
reden oost, dan z o en noorden door de vlaktens tussen de bergen al docerende
afgaande, kwamen na twe uren op de plaats van tjart van der walt.
vertrokken naar
iets gegeten te hebben weder noordelyk dog met draajen omtrent drie uren, en
quamen by de plaats van willem burgers, hier quam een swaar donder weer uit het
noorden ons over vallen, so dat wy drie uren hier vertoefden, het woey een
vehemente dwarlwind, en de slagen volgden als een schoot op het weerligt met
weinig regen. (in margine: al op de zelvde manier door vlakke kommen afdalende
na den donder komt de regen veeltyds uit den z:oost: de wind liep dese dag tot
in het oosten koel weer)
waarna wy
[eerst] door een moerassige valey,[met mooye maneschyn] na vier uren op de
laatste plaats arriveerden, drie [twee?] fonteinen, aan de crane valey (in
margine: synde hier 20 de Boer seyde somtijds tot 400 kranen by een.) van
stefanus smit synde dese plaats [in] een zeer uitgestrekte vlakte gelegen
nogtans moeten wy noordop nog meer afklimmen
hebben hier de
sogenaamde kleine tafelberg in het w n w op de distantie van een half uur, en de
rhinoster berg 7 a 8 uren in het o:z:o:. onse gecoppelde cours is van daag noord
oost. omtrent 7 uur regte distantie.
examineerde den
12 een hottentottin vond het nakeley als de anderen dog de twe afhangende labia
waren drie duim ieder lang, het vel was seer elastiek als zy los hingen waren zy
ieder een duim breed, en een quart duim dik, dog kon deselven ieder in debrete
tot derde half duim uitrekken, sonder dat de lengte byna iets verloor, dan
scheen het twe vleugels.
kreeg gisteren
een vel van een dier dat my seer speet dat geschonden was, mankerende klaauwen
staart en tanden, hy was wit iets geelagtig van grond, gevlakt als een leopard
dog had manen, hent was omtrent vyf voet lang, en word door de boeren een
luipaart genoemt, zy zeggen hy heeft een staart als een hiergenaamde tyger, dog
heeft geen intrekkende nagels maar als een hond, en is niet dangereus. men vind
hier overal op de klippen zelfs al in de camdebo by de plaats van opperman,
tekeningen der hottentotten van menschen dieren etc. de boeren hieten dese
oeswana hottentotten natie, sinesen, zo dat niet weet wat van de opgegeven
dgaawas natie, in buitelaars reis moet geloven. sy spreken hottentots dog hun
dialect en ook vele woorden schoon klappende, uitgesproken verschillen veel van
de anderen. zo dat zy malkanderen niet wel verstaan.
den 15
Zagen van daag enige weinige springbokken en rheebokken, ook ene
struisvogel, de eerste die ik gesien heb dat tegen een berg opliep, dog keerde
weder schielyk na de vlakte. het velt was van daag meest gras veld [al deselvde
klei] dog zomtyds caro; en hoe lager wy kwamen hoe meer bloemen, iriassen
misembriantimums moreas, en vele blaauwe violen.