Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26]

 

2 NOVEMBER 1777

den 2 nov  vertrokken smorgens vroeg noord noord oost om de olyphants river die men zeide hoog te zyn te passeren by ocker olivier, drie uuren westelyk van hier is een waarm bad, digt aan de regter oever van de oliphants rivier, dog ben er niet geweest. na vyf uren rydens arriveerden wy door hooge ruggens en na de saffraan rivier die van de atquas cloof komt, [en by ocker olivier in de oliphants rivier loopt] twe of driemalen gepasseert te zyn, peilden de atquas cloof op de distantie van 4 uren n n oost 1/4 oost trokken door de rivier noordoost en toen oost noord oost en oost langs de regter oever dier rivier na zyn oorsprong op, vonden de rivier zeer passabel, omtrent 50 treden breed, en niet seer snel lopende er was gepasseerde 15 mey op eene nagt zo veel water uit de lange cloof gebergte en cammase gebergte gekomen, dat de oevers wel tot een quartier breed waaren geweest, zulks was in geen geheugen gebeurd

 

hette om ses        agt       middag      vier       ses        agt uren

 

den

1 nov:   59    -          -      75    -    60    -    64    -       -

                      goed weer  betrokke lugt   z westelyk windje.

peilden s'morgens van de hoogt een uur        koud so als wy onder de atquas

oost van cloete en twe oost van gourits       cloov kwamen daar de hiergenaam-

rivier desselfs poort in de grote keten       de bergwind sterk zuid west woey

z w 1/4 zuid van ons, op de distantie           zo als hier overal langs tot om-

van drie en een half uur.                     trent de tradouw.

                                              hier was ook enig ligt gras velt

                                              losse swartagtige aarde met zand

                                              vermengt door duurde niet lang.

 

den 2  51   -    63    -      74    -      62

betrokken in den morgen  klaar weer, op den middag,  mooy weer,  klein z w

                                                                 windje 

                                                     donder weer lugt

 

zagen enige struisen met jongen dog konden ze niet krygen

zagen enige Coudous, kwetsten de bul en myn hottentot schoot een halfjarig jong, konden om de donker de bul niet vervolgen. passeerden drie uren oost van daar wy de oliphants rivier door reden een riviertje dat van het angors of natte gebergte komt, [en hier zuid in de oliphants rivier loopt] een uur oostelyker komt de Cammase rivier noordelyk langs een hoge rug in de voornoemde rivier, kwaamen omtrent half tien mooy starrelugt op de hoogte by een klein riviertje; de hoogte willende afryden naar den boer roelof Camfer die aan de overzyde woont, schoon alle precauties gebruikte, hebbende van donker af altoos voor de wagen gelopen. ben de gaten aangewesen, sloeg nogtans de wagen, op zy omvallende een ganslike slag in de rondte tot in de laagte met een slag, dat alles dagten tot gruis te zyn. myn schilder die tegen alle waarschouwing altyd in de wagen bleef, dagt verloren te zyn, also by de waagen komende, in het begin niets hoorden, dog naderhand een bedroeft gekerm, na hem er uitgehaalt te hebben scheen alles te stuk, dog na dat hem gevisiteerd hadde en wat wyn gegeven, hadde hy zig alleen een weinig op zy de wang gestoten, en een ligte contusie aan zyn eene hand, dese pad maker diende gestraft te worden, also hier meer wagens omslaan.

gingen naar het huis, daar wy de man absent vonden, en na lang aankloppen binnen gelaten wierden, bleven den nagt hier

rietfontein heet dese plaats

 

3 NOVEMBER 1777

den 3 zondag  S'morgens maakte alles weeder vaardig helpende de wagen weder met onse hottentotten overend. en vonden tot onse verwondering niets gebroken, gingen o n o op met draayen digt onder de cango rug. quamen na twe uren by een plaats voorgelegen aan de cango by enen van royen

alle slegte armoede plaatsen, hier scheid de cango uit schoon de rug nog langs het swarte gebergte voortschiet, hieten de oliphants rivier op een quartier aan onse regte hand. die hier oost en west loopt [digt] langs een hoge rug waar agter in en regte lyn omtrent twe uren het camnasi gebergte, (dat zig na alle streeken dog voornaamentlyk z en noord strekt,) aan onse regterhand. trokken eerst iets noordoostlyk door een diepe cloof om welkers z. hoogte de oliphants rivier loopt, en quamen, door een struikige weg en enige riviertjes die alle van het angos z in de oliphants rivier liepen en waarby vele doornbomen mismosas stonden so als overal langs de oliphants rivier oevers. (alles nog Caro velt weshalven men hier geen grote mollen ziet, dog kleiner by de huisen.)

langs eene tamelyke plaats van enen schoeman, rust gelegen aan doornrivier geheten, waar de ene sindelyk en wel leefden hebbende zelf wyngaard en oranjes en andere vrugten, en toen verder oost aan ten ses uren, op de plaats van rensenburg kruisrivier hier spanden wy uit en exerceerden ons met de kogel te schieten, het wilt langs dese oliphants rivier is coudous hartebeesten en buffels, dog zagen zeer weinig wilt. ook [Cama] woont hier by wylen leeuwen altoos wolven [hyaenas] wilde honden, ect

 

hette

om ses    -     agt     -     middag     -     drie     -     ses    -    agt

                                       om vier uur

  51     -      63      -       73         80   -       -      67     -     60.

 

                         goed weer  enigsins bewolkte lugt z weste koele windtje

                         onse gecoppelde coers van atquas cloof tot rietfonteyn

                         by roelof Camfer, is noord oost ten oosten geweest

                         distantie agt uren regte linie, dog verder door draayen

                         zyn hier digt onder het end der cangoe, natte berg

                         een hoge rug, waaragter na gissing twe uren regte

                         lyn het swarte gebergte ten noorden. oost en west

                         onse gecoppelde coers vandaag oost ten noorden

                         distantie vier uren dog verder door drajen.

 

4 NOVEMBER 1777

den 4  passeerden s'morgens vroeg de oliphants rivier ten zuiden, die hier laag was en niet snel liep, en trokken langs de linker oever oostelyk aan door een goede weg dog opgaande met enige riviertjes die hier aan weersyden op de distantie van een uur door hoge ruggen beboord is, de oliphants rivier aan onse linkerhand agter de ruggen zynde over de rivier het swarte gebergte op een uur regte lyn distantie, het Camnasi gebergte aan onse regterhand mede op die distantie agter de andere ruggen en quamen omtrent middag tot de plaats, rode clip, valkenhager een grote ronde vlakte tussen die ruggens ten westen aan de rode rivier een kleine rivier die van de camnasi berg ten noorden in oliphants rivier loopt. (in margine: hier legt de Camnasi berg het naaste by de swarte berg, omtrent twe uren regte lyn strekt z oost ten zuiden en n:z: t n: scheid omtrent het bad uit, had het end daar in het o:w:t:z: omtrent drie uren van het bad ende daar een uur z:o: van de camnasi in het z:o. zy lopen met ruggens tot malkander.) verbleven alhier sloegen onse tent op myn hottentots soon hoedies, smeet met een steen een fraaye blaauwe valk van een boom, hy had rode pooten en bek dog iets swart aan het einde hadde zyn vleugel te stuk gesmeten. valkenhager had een grote wyngaard waar van hy alleen brandewyn brande, om aan de passerend boeren tegen een schelling de hollandse bottel of pint te verkopen

hy was in een slegte hut gelogeert, schoon hy seer ingenieus een koorn water molen gemaakt had, leggende het rad horisontaal, in het midden van het rad was de steel waaraan de steen, zo dat het de simpelste molen was die ooit gesien heb, de stroom water viel op zy op het rad, en wierd dus omgedreven.

 

5 NOVEMBER  1777

den 5  om half zes vervolgden onse coers, een uur oost ten zuiden wat opgaande, tot na de woning van eenen rheinst, dewelke na de caap zynde, er niemant te huis was, door dien my door eenen bota gesegt was dat er hier een wolve vel was, visiteerde het en vond het, mede een hyaena te zyn. trokken nog iets opgaande oost noord oost, waarna wy op de hoogte komende, het bad oost noord oost en daar wy wesen moesten in den avond, oost ten noorden, na drie uren distantie in een regte lyn van valkenhager, [waarna al afgaande, door een goede weg door enige dwars riviertje] passeerden wy de oliphantsrivier in het noorden, dewelke hier niet liep en byna geheel droog was, met enig brak water.

ten noorden van ons was een laage cloof door het swarte gebergte waar door eene grote tak in de oliphantsrivier loopt zynde het toverwater geheten, in hottentots cuigha camma genaamt om dat hier toen de hottentotten dit land besaten er een moet verdronken zyn in een draaykolk door een waterval veroorsaakt. de oliphants rivier liep nog tamelyk sterk by rensenburg, moet dus dese tak sterk zyn. kwamen omtrent elf uren aan het warme water direct aan de [zuide] voet der swarte berg die [hier] niet hoog zyn, gelegen.

hier by lag een verlaten woning, van enen Jordaan dewelke na de kant der caffers was gaan wonen. hier vonden wy eene grote fontein uit de grondt opborrelende op verscheide plaatsen in een kom van 12 a 14 voet diameter omtrent 2 en 1/2 voet diep de hette van het water was hier 108 gr: het had een yser en swavel smaak ook iets dat na ziltigs sweemde denke dat dit het beste bad is dat ik gesien hebbe.

wy vonden hier by nog twe kleider lager leggende fonteinen, de eene 105 en de andere 107 gr hette, ook deselve smaak. de grond was hier overal ook hol, seer warm, asch agtig en egt pik swart op vele plaatsen. anders meest geel en donkere gele oker grond. yser klippen, ook groef ik iets uit dat hier veel is, en ik voor bitumen houde

ook borrelt er verbrande taaye houtskool uit de grond; het swarte gebergte tegen dewelke dit warm water legt, heeft van buiten te zien zo als overal langs het zelve, een zeer oud ruineus uitzigt en de stratas niet regulier, schynende zelfs in een gedrongen en gesmolten, alle vuurgevende stenen. vonden hier twe mans en twe vrouwen om het bad te gebruiken, dat in de open lugt was wonende in de tenten hunner wagens; de ene vermake geheten was voor vyf jaar door een slang in den enkel gebeten, daar hy ten eersten de wonde afgebonden hebbende boven de beet onder en boven de knie een half uren van huis zynde, daar na toe reed, latende zyn paard halen wierd ondertussen loom en slaperig en donker van gezigt.

 

den 4  om ses          agt      twaalf      vier      ses        agt

          57     -      61   -    69     -        -         -         

iets regen in de bergen met n west frisse wind, claarde omtrent negen uur de rest van de dag goed koel weer frisse oostenwind

onse Cours vandaag oost ten zuiden distantie vier uren.

alles caro velt, drogende meest alle rivieren hier geheel uit.

 

                                     om twe uren

                                         82                

den 5  -   56     -     65    -    75    -     88   -   85   -    71

                                       iets bewolkte lugt

koel weer koele ooste wind tot middag, wordende warm met eene noordelyke wind donder lugt, na den middag wierd het heet en tegen vyf uren een frisse buy grote zomer regendroppels, het weerligt met donker, dog geen donder

onse gecoppelde coers van daag oost ten noorden een quart noord. regte distantie agt a negen uur schoon wy wel twaalf over een goed pad reden.

 

zette zyn voet ten eersten in pekelwater, en dronk veel melk, kreeg sterke pyn in de ingewanden en swol op, raakte daarop aan het vomeren en purgeren en veel buiten kennis, waarna den anderen morgen beterde, dog enig vlees viel naderhand by de wond uit het been, en als enigsins sterk wil gaan of ryden word het been lam. gebruikt daar voor het bad het was een fris jong kerel.

vertrokken om twe uren digt langs het swarte gebergt oost aan en na drie uren rydens door een goed pad kwamen wy by het einde der swarte gebergte zynde hier, door een grote brede kloof van de verdere gebergte die laag zyn gescheiden, deze cloof heet in hottentots gare

eer wy door de cloof gingen vonden wy op de regter hand een plaats van de weduwe van der merwe, een slegte vee plaats, daar geen brood is, hori dap [of] muiseval geheten. drie uuren oost van hier, begint de oliphants rivier in verscheide spruiten uit de zogenaamde winterhoek bergen en ander heuvels. dog was hier ook droog; trokken oost n oost een uur in een regte lyn door eenige diepe droge rivieren, dog andere [klein] gelyke vlakte een half uur breed, en kwamen by de veeplaats van pieter van der merwe; waar men geen broot at, gedroogt wilt vlees tot vlees en melk, ami co struis vogel been door de hottentotten toen zy nog hier waren geheten. dog door de bewoners struisfontein gelegen op het end der swarte berg. onse wagen kwam met den donker hier en wy sloegen onse tent op

het velt waardoor wy daag gereden zyn was nog caro deselve rosse rosse klei dog door de droogte veel stofagtig

van valkenhager tot het bad [en tot hier] niet zo veel misembriantimums of andere bloemen, nogtans bosjes vooral mmimosas, en euphorbias zagen een jakhals, twe blaauwe kraanen, van de zoort zo als in companies tuin eenige blaauwe valken en een hier genaamt hartebeest. en andere kleine vogels, vele fraaje hagedissen die te snel liepen op se te vangen, lopende als of ze vlogen over de weg. het