Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26]

 

21 OCTOBER 1777

21  gingen op de bontebokke en wilde paarden [zebras] jagt dog kregen niets, zaagen enige bontebokken en zo genaamde hartebeesten. gingen by myn hotentot ene visite afleggen en vonden zyn vrouw misselyk en het gesigt geschildert.

 

22 OCTOBER  1777

22  ging na Swellendam om enige drank voor onse reis te kopen, en om ene zaak van myn hottentots zoon met de landrost te vereffenen. keerde s'avons te rug na de riet valey te rug. hebbende de zaak tot groot genoegen myner hottentot vereffent, dewelke in deze zaak veel ouderlyke liefde en point d'honneur toonde.

 

23 OCTOBER 1777

23 gisteren avond laat een brief gekregen hebbende van enige vrienden dewelke van de Caap tot swellendam gekomen waaren reed s'morgens na swellendam, zagen de exercitie van de drie Compagnien Cavallery. zo te voet als te paard

woonden s'avons de vrolykheid by.

 

24 OCTOBER 1777

24  verbleven op sterk versoek onser vrienden te swellendam

 

25 OCTOBER 1777

25  vertrokken s'morgens na de rietvaley. vonden de rivier veel hooger, dog nog passabel, wordende door onse vrienden vergeselschapt. vonden alles tot onse reis gereedt.

(in margine: hadden een osse wagen zestien ossen drie paarden en vyf hottentotten by ons.)

aten aan de rietvaley, en vertrokken, na Coetsters valey een en 1/2 uur oost van de post langs de bergen. passeerde de buffeljagts rivier, twe malen dog de twede reis in twe spruiten.

passeerden zeer vrugtbaare valeyen, met excellente kley grond, langs de hooge rug dewelke hier digt aan de grote keten bergen uitspringt. arriveerden in sterke regen. hier was een paarden stoetery en het graan stond zeer welig.

 

26 OCTOBER 1777

26  vervolgden onse Coers oost langs de zelvde rug na grootvades bos twe uuren van coesters valey. al dit terrein is sware klei ook swarte vegetale aarde klinkende op veele plaatsen hol, en zou [met] zeer veel succes, meer land gecultiveerd kunnen worden, leggende in een aangenamen oord. kwamen omtrent tien uren s'morgens by de vee plaats het groot vaders bos genaamt een half uur west van het bos daar wy onse paarden vonden. tussen coetsers valey en deze plaats is een voet pad over de grote keten de tradouw genaamt zynde een hottentots vrouwe pad. gingen om het bos uit te tekenen, het was zeer glipperig door de regen. zo dat wy dikwils met de paarden byna tegen de grond vielen

by het bos komende vonden alle bergen zeer betrokken. met zwaare regen buien, zo dat wy dooreden latende het bos, op een half uur aan onse linkerhand leggen; dit bos is omtrent vier uren in den omtrek, legt in dalen en op heuvelen, die digt aan de zuid zyde der grote keten uitspringen. in het zelve staan grote bomen, dan geel, stink, yser en assagaay en andere soorten. dog het bos lykt niet veel meer als kreupel bos, tot dat men er in gaat, veroorsaakt door de naby zynde bergen en hoge heuvelen

voorby het bos zynde, lieten de wagen regts af het grote wagen pad passeren en gingen, regt uit een grote steilte

 

hette

smorg:               S'middags  12               S'avons om Ses en agt uur

om agt

Graden na farenheids thermometer

64 -

oostelyk koel windtje mooy weer de lugt iets bewolkt.

 

den  22 

69        -             75            -              63        -     60

                                   mooy warm weer westelyk

                                         weinig wind.

 

hadden de thermometer

      vergeten                   regen en de bergen betrokke

                                      lugt zagte weste wind

                                            koel weer

 

                                tamelyke sterke regen weinig

                                  westelyke wind. koel weer

 

den 25      -           65          -                  59        - 

                             sterke regen  n weste frisse wind.

                                                  koel weer

 

examineerde een hottentottin, vond dat de labia van de vagina, lang waaren en van een driehoekige gedaante en twe klappe een duim lang

de opening van de vagina iets bedekken, hadde in het geheel geen haar.

 

den 26   56   -         62         -                  54         -

                        betrokke lugt  kout weer

                          westelyke wind. nu en dan

                              sterke regen buyen

 

af langs de vee plaats van eenen de pre, passerende veel aloes succotrin die in menigte op de heuvels groeiden, rydende regts langs de zogenaamde duivenhoks rivier, dewelke in en omtrent grootvaders bos, (in margine: ook veele dornbomen zynde de mimosa sativia) in het hottentots, cainshi neuj of blinde vliegen bos genaamt, zyn oorsprong heeft, en zuidelyk een groot dag reisens van deze zyde der vis baay, in zee loopt. dese rivier is mede klein, dog kwaad in regens. passeerden nog vier plaatsen die langs dese rivier, een groot uur van een leggende, kunnende hier nog veel land gecultiveerd worden, reden door de rivier die niet diep was, agter de plaats van roelof van wyk, en na enigen hooge heuvels die door de regen zeer glad waaren zynde swaare kley, gepasseerd te zyn reden wy een groote heuvel op, dewelke na een uur gepasseert te hebben, kwamen wy in de streek egypten genaamt, bestaande in vier plaatsen, omtrent een groot uur van elkander in de dalen gelegen die digt uit de grote keten uitspringen, wy quamen by de plaats van Holtzhouzen en een diep dal gelegen, hebbende de grote keten ten noorden waarover hier een moeyelyk wagenpad, de platte cloov genaamt, gaat, hier vonden wy een zeer goed huis wel gemeubileert en van alles wel voorzien. ook excellente oranjes en citroenen

Wordende wy zeer vriendelyk van holtzhousen ontfangen. van swellendam tot hier leven de landlieden van vee en boter, ook maken enigen, spaanse seep. het graan kan de vragt niet goed maken. de wyn is als alle overbergse wyn, er is weinig onderscheid in het terrein zedert hottentots holland, alles rotsig en kley grond, zomtyds gravel zeer weinig zand zomtyds witte, gele en roode. het gras groeid veel aan bosjes en word zuur gras, door de boeren geheten, en niet door het vee gesmaakt. hebben van daag agt a negen uren oost op [van coetsers valey] geavanceert.

 

27 OCTOBER 1777

27  bleven hieromtrent botaniseren, zynde onse wagen niet als om vier uren dezen namiddag gearriveerd, vonden verscheide extra fraaye ixiaas en gladiolus en antolisas. ook enige vierkante bruine pyriten in een beekje dat hier by het huis loopt. gingen dese plaats aftekenen, en alles tot onse verdere reis besorgen.