| Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26] |
maandag den 13
om zes uuren vervolgden wy onse Coers zuid aan denkende over een paar
uuren om hanglip te koomen, wy vonden een, [hier genaamd] elands, en buffels pad
het welk ons tamelyk gemakkelyk rondom de steile berg bragt, waarna wy om agt
uren weer in een zand baay dog kleiner als de vorige kwaamen, wy kwetsten een
klipspringer dog konden hem niet krygen, het geen ons speet, doordien onse
proviant meest op was, deze baay, had een grote water valey naar het gebergte
dat ver van strand was, en een uitwaterende rivier aan de zuid kant, wy hieten
de baay gordons baay en van koppens rivier. agter deze valey kan men makkelyk
over de bergen koomen doordien die daar zeer laag zyn.
aan de zuidzyde
dezer inham loopt het klippig rif ver in zee, ook is de weg zedert de zuidelyke
berg van plettenbergs baay om zeer gemakkelyk. naar in een groote vlakte digte
by de eerste hanglip wat gegeten te hebben, marcheerden wy door den vlakte naar
de twe de hanglip, leggende zy byna een quartier van strandt, alles met goed
gras begroeid het gene onse makkers in brand staken, naar een half uur, quaamen
wy weer aan een baay die groter was dog niet zo groot als de eerste, met een
schoon vlak zand strant, een een groote valey met varsch water waar uit een
rivier in zee liep, die wy piets rivier naar onse hottentot hieten, en de baay
de patersons baay. zynde alle deze baayen halve cirkels ten n w open
het zuidelyke
gedeelte deser baay liep onder de twede hanglip nog verder eerst met duinen
daarna met rotsen in zee een half uur verder vonden wy een volkomen rotsige
inham daar na kwamen wy op den middag al door dezelvde vlakte by de uiterste
hanglip, die de groote is en iets oostelyker legt, hier van daan naar strandt is
wel een goed half uur. dese hanglippen zyn niets als ingedrukte bergen wier
buitenste straataas na zee schuins om hoog staan
het zuidelyk
land tegen over de grote hanglip formeerde een peninsula door een baay aan
weerskanten waar in zand strand en ook klippen met een rif dat ver in zee
uitliep
peilde de twe
bergjes van de punt de caap de goede hoop in het west half noord wel zo noord,
de hoek van rio dolce z oost ten oosten de hoek van bot riviers grote mond of
onrust berg o z o 1/2 oost
om half zeven smorgen
thermometer 50
gr
betrokke lugt n w wind
labber coelte
dog holle zee
om twaalf uur
s'middags 58 gr thermometer n w opstekende
wind
betrokke lugt met regen
buyen, die wy aan de stadt [rondt?] de caap sterk
zagen, en na ons toekomen.
ik hiete dese
twe baayen castor en pollux, onse cours was na oost, hadden nog een dronk wyn
bespaart om bezuiden de hanglip te drinken, t'geen wy deden, terwyl het by buien
begon te regenen, agter tegen de hanglip lag een bosje, dat wy wyndorst bos
noemden, en een valey dewelke iets brak was, het strand formeerde nog enige
inhammen, dewelke n o t o inliepen en dan z: o: uit
na twe uuren
gegaan te hebben door een zeer grote vlakte zaagen wy omtrent 30 wilde buffels,
hebbende geen ander wilt dier gehoord of gesien sedert de klipspringer, t'geen
ons verwonderde door dien hier niemant hun verstoord.
dese buffels
vlugteden voor ons. de regen buyen vermeerderden, zo dat wy ons haasteden door
de mond van de palmietrivier te komen, na nog twe uuren door een vlak land,
waarin een grote valey, en langs strand waarby enige hooge duinen, gemarcheert
te hebben altoos oost aan, ook door enige kleine riviertjes, kwamen wy aan de
mond der voornoemde rivier, die sterk liep, dog geen dertig voet breed was op
zyn smalste. onse makkers, zeiden dat de rivier te diep was en de stroom te
sterk om er door te swemmen, en wilden boven in het gebergte dat hier een uur
van strand legt zoeken, dog voorziende dat de rivier nog meer door de regen zou
swellen, haalden ik ze over om te proberen waarna de hottentot probeerde en wy
dezelve tot aan de borst doortrokken, na onse klederen in een bondel gebonden te
hebben, de stroom dreef ons byna van de beenen dog de een souteneerde de ander.
wat eer men aan deze rivier komt, loopt het strand n o op en dan z o
by de punt van de onrust berg maakt een grote zandige inham, die wy
palmite riviers inham noemden. deze mond van palmite rivier, is dus vier uur
oost van hanglip, en niet west zo als in de kaart van de heer Cloppenburg,
gemarkeert is.
van hier
verwyderen sig de bergen tot op drie uuren van strand, en formeren een grote
vlakte waardoor de bot rivier loopt, deselfs grote mond was door het zand toege-
thermometer om
ses uuren 50 gr regen
met n w sterke buyigen wind
spoeld, en is
ten oosten by de onrust berg. dog de kleine mond die liep was een uur en een
half van de palmiete rivier, de grote mond of punt van onrust berg, zal 8 uuren
oost z oost half oost van de hanglip zyn.
staaken n o en
n door de voornoemde vlakte om over de bergen naar de Cromme rivier de plaats
van michel otto daar onse paarden waaren gezonden te komen, zagen van verre aan
onse regterhand niet ver van strand een boerewoning van enen guiliaume dog
verkosen om onse reis te vervolgen. met schemer avond trokken wy de berg op die
niet zeer hoog was, en na een klein rivierje gepasseert te hebben, gingen wy wat
zitten willende men hier de dag verwagten, dog het regen weer opstekende, en
hier een slegte schuilplaats en zonder eten zynde, hebbende wy ons laatse hier
opgegeten, wilde liever de nagt marcheren als in de regen slapen, dies moedigde
ik Coppen aan om door te gaan, waarna wy de berg overtrokken in een Geduurige
regen, de maan ons nogthans ligtende, omtrent half elf kwamen wy aan de andere
zyde af en gongen naar de zogenaamde knoflook kraals rivier, daar wy een
passagie zogten dog niet konden vinden, zynde die rivier vol ruigte en diepe
gaten
naar dat wy
hier een uur met herwaards en derwaards te zoeken doorgebragt hadden, moesten wy
de dag hier afwagten, zynde het zeer kout en wy door nat dog zonder meer regen,
zonder hout om een goed vuur te maaken, wy zogten overal om en haalden nog een
weinig hout dog zeer nat, waarna wy eindelyk een klein vuur maakten, dog niet
genoeg om ons te warmen
(in margine:
dingsdag den 14) zynde verkoos ik niet te slaapen of te leggen maar heen en weer
te trippelen, de dag aanbrekende waaren myne makkers zeer kout en styf, waarna
wy over de palmiten klimmende, door de rivier raakten, zonder verder als
halfbeens nat te worden. die palmiten is een wortel die zeer diep in de meeste
rivieren
S'morgens om
ses uuren thermometer 45 g n w labbere wind
mooy weer
groeit en veel
na een alitoris gelykt, wy hebben er de bloem nog niet van gesien. naar hooge
ruggens overgegaan te zyn arriveerden wy omtrent agt uuren aan de plaats van
voornoemde michiel Otto, waar wy drie uuren gingen slaapen, naar alvorens iets
gegeten te hebben, waarna wy om half drie onse reis over de zogenaamde houwhoek
naar het bad voortzetteden, nemende afscheid van van Coppen en de hottentot die
aldaar verbleven. dese houwhoek is de hoge rug van een tak bergen, die uit de
grote keten by hottentots holland springt en z: o: tot by het bad loopt, zy hiet
dus omdat de boeren er lang werk door hebben om er over te koomen. passeerde de
bot rivier om half vyf by de benede drift, by de plaats van enen beyer naar een
Coeurs van O Z O kwamen wy om agt uuren s'avons by dirk gildenhuisen aan de
swarteberg by het bad.
den 15
s'morgens examineerden wy het bad, het welk een quartier noord van
gildenhuisen aan de z o voet der swarte berg legt. bevond de hette van het bad
daar het gebruikt word 100 graden wordende door een onderaardste loop en houte
buis in een klein morsig huisje geleid. dog de hette van eene andere straal
dewelke omtrent veertig voet lager uit de grond loopt en die niet gebruikt word
was van 133 gr. al dit water heeft een sterke yser smaak
ook is het
beslag het welk zig overal tegen set okeragtig of er enig zout of swavel in was
kon niet ondekken alzo geene genoegzaame tyd hadde, de peil zakte er in tot 4
gra dus was het zeer ligt, het koude water van een andere fontein hier digt by
had byna geen yser smaak, en de peil zakte tot 2 graden, men schryft aan dit bad
zo door baden als drinken groote kragt toe, het water verwekt zegt men dorst. en
het moet een sterk man zyn die het er twintig minuten in uithout, waarna men
gaat leggen sweten
de E Compagnie
houd hier twe man in een klein huis om de baders te assisteren. de grond omtrent
dit bad ziet er swart en verbrand uit en klinkt hol als men er overgaat, ook
vind men er veele als in een gesmoltene
thermometer
middag 64 graden n
w wind
betrokken en koud
S'morgens
thermo: om 8 uur 54 mooy
stil weer
op de middag
70
warm
yserklippen,
dog [heb] geene regte lava [gesien], schoon presumeer dat hier een volcaan
omtrent geweest is.
om twaalf uuren
smiddags trokken wy noord oost langs de voornoemde swarteberg tot dat wy by een
plaats drie fontein ten twe uren kwaamen, waarna wy oost naar de tygerhoek onse
coers vervolgden komende wy aldaar omtrent agt uuren s'avands aan na dat wy
alvorens by eene kleine hottentots kraal een half uur van de tygerhoek, geweest
waaren om de weg te vragen denkende verdoold te zyn. zo als men de swarte berg
verlaat ziet men een tak bergen de welke agter uit de groote keten by de franse
hoek uitspringt en zig by de hesquas kloof lager wordende verliest. zy loopt ook
z o en hiet de rivier sonder ends bergen, lopende die rivier aan de zuidelyke
zyde digt aan die bergen, eerst door deselve, by de voornoemde hesquas cloof,
nog een uur oostelyk lopende in de breede rivier dewelke zig ten zuiden in de
struisbaay in zee loopt. zagen desen dag veele bonte bokken en reebokken