| Page [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26] |
Journaal van
een reis door een gedeelte van het suiden van Africa gedaan in het jaar 1777
door R.J. Gordon Capitein beginnende aan de Caap den 6 October [Preliminary
title page set amongst Xhosa names and word lists]
Maandag den 6
october 1777
om 9 uren
vertrokken van de Caap met de heer Paterson en myn schilder.
gisteren avondt
omtrent 5 uren spoelde er een grote menigte tonynen op die gequest waaren, naar
gedagten, in een gewegt. zy waaren 6 en 7 voet lank
myn portative
barometer lekte, dus zond hem na de caap om verholpen te worden.
bleven onse
coers langs de tafelbergen voortzetten, arriveerden omtrent twe uren aan t goed
geloof een wyn plaats behoorende, aan eenen becker, waar wy aten, en na rond
gewandelt te hebben om 5 uuren naar de plaats van Pieter ecksteen, genaamt
bergvliet reden, waar wy vernagten. sy leerden daar dat indien men as van hout
in een kokende ketel warm water doet men er eyeren in kan koken zonder dat ze te
hard worden.
7
OCTOBER 1777
den 7
omtrent tien uuren wilden wy onse reis langs het binnenste strandt van
baay fals vervolgen. na dat de wind ging leggen begon het met buien sterk te
regenen. zo dat wy besloten nog den dag te bergvliet te blyven. gingen in de
agtermiddag naar de Constantias en quamen op bergvliet in de avond te rug, en
vonden de proef van de asch faliquant.
den 8
vervolgden onse voorgenomen coers oost aan, nadat wy langs de zandvaley
daar vele flamingoos in waaren, naar muisenburg door gereden waaren. dese zand
valey ontfangt zijn water door overstrooming van baay fals, en het water dat van
de bergen, in den om trent van Constantia, komt, is dus zeer brak, zy is een uur
gaans in den omtrek en ondiep. uitgenomen in swaare regens en zee overstromingen
die hier in de kwade mousson voorvallen. dog kan altoos zelfs met wagens by
muisen burg gepasseert worden. de mond die een fyftig roeden van muisenburg is
was door het zeezand toegespoeld. als men deze plaats doorwaad moet men digt aan
zee uit hoofde van het welzand zulks doen, de ordinaire passasie der wagens is
als men van muisenburg noord oost op het einde der laage duinen, aanrydt
kunnende men verder het wagenspoor zien. *Dog kan altoos reiss met wagens by
muisen burg repassert worden.
het water nog
vloeiende hadden onse paarden een swaare marsch het strand is vlak en zandig,
dog agter het eiland, dat redelyk hoog is beginnen eenige lage klippen.
zulks
continueert by tussen posingen, tot agter de zogenaamde swarte klip alwaar men,
uitgenomen in heel laag water een half uur om de duinen moet drayen liggende de
selve steiltelijk in de zee, waarna het strand weer vlak word, hier by ligt een
vissers hut waar in twe europeanen laagen die ons een stuk brood gaven. het
eiland ligt anderhalf uur van strand, dit helle strand brande geweldig wel een
quartier ver in zee, en doet zulks by de minste wind hebbende het gisteren iets
gewaayt
9 Uren G
Maandag
themometer 62 - mooy warm weer, weinig oostelyke wind
dingsdag om 8
uur Smorgens 60, noordwest wind, fris opwayende
betrokke lugt
de tafelbergen bedekt.
regenbuien door
den heelen dag, de wind rondlopende door het zuiden
mooy helder
weer, z. oostelyke wind
de termometer
op 54½ zynde de lugt merkelyk door de regen verkoeld. op den middag 60 gr.
hette
tegen den avond
betrokke lugt, leggende er een mistige damp op hottentots holland
om het eiland
leggen verscheide riffen, ook zag ik een klip sterk branden die niet in de kaart
staat. zy legt oost van het eiland omtrent tegen over daar men om de swarte
klip, het strandt verlaat. de distantie van muisenburg tot hottentots holland of
het binnenste des baays is tien uren gaans. en schoon men geene rotsen in zee by
het strand ziet, uitgenomen drie zoogenaamde katte koppen, by de swarte klip, en
enige weinege plaatsen, is hier een landingsplaats voor troepen ommogelyk. de
swarte klip legt twe uur westelyker als de mond van de eerste rivier, die wy
heel smal vonden. uit vreese voor het welsand waade ik er te voet by de zee
door, nemende de tyd dat de branding terug vloeide waar, en het sand hard
vindende, passeerde den hr paterson met de schilder te paard.
hier begonnen
wy enig roodcoraal te sien. hebbende geen eene goede schelp of iets aanmerkelyks
langs dit stand gevonden, als dat er verscheide banken van kley die door de zee
uitgespoeld waaren, byna zo hard als rotsen, verdroogt zynde, wierden.
de donker ons
overvallende raakten wy aan het dwalen. dog aan de bergen omtrent wetende, waar
wesen wilde, vonden wy naar de louwrens riviertje, dat in hottentots holland
ontspringt en een half uur oost van de eerste rivier die agter stellenbos
ontspringt, [in zee loopt] gepasseert te hebben, de plaats van de waal,
vergelegen geheten, dewelke in een dikke boscasie van camfer en eike boomen
ligt, omtrent negen uuren en gansch donker zynde eer wy hier quamen hoorden wy
twe hyaenas huilen, zeer naarby ons, en door de struiken lopende om onse weg te
vinden sprong er iets op waar myn hond sterk tegen blafte en bang voor was, dog
kon niet zien wat het was.
donderdag den 9
bleven rondsom vergelegen botaniseren. sag een grote copere capel op de
schapenberg. dog konden hem niet krygen doordien in een gat kroop. hy was
omtrent de vyf voet lang en bruin geel van couleur, hy word voor een van de
vergiftigste in dit land gehouden vongen enige fraaje hagedissen, en planteden
enige fraaje wilde bloemen in de waals tuin, om voor ons te bewaren. passeerden
doordien het nu en dan regende de tyd met een bonte bok te meten dewelke dit
niet dan met geweld verdroeg, schoon hy zo tam was dat hy ons naliep en onder de
papieren ging snuffelen, zynde de wilde bontebokken die in troppen niet ver van
de rivier zonder ends lopen, zeer wilt.
vrydag den 10 bleven om het slegte weer om vergelegen wandelen, gingen op de schapenberg, een uit de grote keten bergen ten westen springende hoge rug, op de welke de wind zo sterk woey dat wy nu en dan byna niet staan konden, waayende de forsse winden in dit land nooyt gestadig dog met tussenposingen, door het gebergte ver oorsaakt
11
OCTOBER 1777
sat den 11
konden [om?] het betrokke weer onse reis rondom hanglip niet vervorderen.
dog gingen na de louwrens rivier en van daar langs strandt naar het binnenste
der baay.
dit hottentots
holland is een kom door de grote keten bergen ten oosten geformeert, ten noorden
door de helder berg een ten westen uitspringende tak
Maat van een
hiergenaamde bonte bok die uitgetekent heb zynde een van het vrouwelyk geslagt
en nog niet volwassen, zynde gepasseerde september een jaar oud geweest, omtrent
25 uur oost van de Caap(geworpen). hy had geen lange hairen aan de knie der
voorbenen, hy hadde traangaten (larmiers) negen ringen om het laagste der
hoorens. dog de negende onder het hair.
voet rynlands
voet duimen
lengte van
snuit tot het begin der staart
4 -
5 - 1/4
lengte van syn
kop
1
2 - 1/4
lengte van syn
horens
0 -
10 - 1/2
distantie
tussen de horens boven aan
0 -
5 - 1/2
tussen de
horens by de basis
0 -
0 - 7/8
lengte van de
ooren
0 -
6 - 1/2
hoogte van
vooren
2 -
10 - 1/2
hoogte van
agteren
2 -
10 - 0
lengte van de
staart die wit is, onder met swarte
tamelyk lange
hairen aan de buiten zyde beset
1 -
0 - 1/2
lengte van syn
nek
1 -
0 - 1/2
dikte agter zyn
voorpoten
3 -
0 - 1/2
voor zyn
agterpoten
3 -
0 - 1/2
dikte van de
nek agter de ooren
1 -
3 - 3/4
dikte van de
kop agter de hoorens
1 -
7 - 0
distantie
tussen de ooren en horens
0 -
2 - 3/4
tussen de
horens en oogen
0 -
2 - 0
lengte van de
snuit tot de oogen
0 -
7 - 1/2
omtrenk van een
hooren by de basis
0 -
5 - 1/4
veel rosse
swarte gryse hairen omtrent drie duim lang rond de onderlip en enige weinige
rond de bovenlip.